Kostenbesluit
6. Ingevolge artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb heeft het bezwaar of beroep tegen de last onder bestuursdwang mede betrekking op een beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
Het College overweegt dat verweerder bij besluit van 8 juli 2016 de kosten van de bestuursdwang heeft vastgesteld en bij appellant in rekening heeft gebracht. Op dat moment was, zoals hierboven uiteengezet, het bestreden besluit nog niet aan appellant bekend gemaakt en derhalve nog niet in werking getreden. Dit betekent dat de bezwaarprocedure op het moment dat het kostenbesluit werd genomen, nog niet was afgerond. Ingevolge artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb had het bezwaar van appellant derhalve mede betrekking op het kostenbesluit.
Het College stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit, zoals bekendgemaakt op 12 september 2016, niet heeft beslist op het bezwaar van appellant tegen het kostenbesluit. Verweerder heeft daarmee ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb. Ook om deze reden is het beroep gegrond en komt het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.
Gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van het bestreden besluit is overwogen, ziet het College aanleiding om verweerder opdracht te geven alsnog te beslissen op het bezwaar van appellant tegen het kostenbesluit. Bij het nemen van een nieuw besluit op het bezwaar van appellant tegen het primaire besluit dient dan eveneens overeenkomstig artikel 7:11, eerste lid, van de Awb een heroverweging van het kostenbesluit plaats te vinden.
Conclusie
7. Het beroep tegen het bestreden besluit is gegrond en dit besluit komt voor vernietiging in aanmerking. Het College zal verweerder opdracht geven een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Tan aanzien van het kostenbesluit heeft verweerder ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 7:31c, van de Awb. Het College zal verweerder opdracht geven alsnog te beslissen op het bezwaar van appellant tegen het kostenbesluit.
8. Het College veroordeelt verweerder in de door appellant gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,00 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
Het College:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellant tegen het primaire besluit en het kostenbesluit met inachtneming van deze uitspraak;
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,00 aan appellant te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellant/e/en tot een bedrag van € 990,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C. Stuldreher, in aanwezigheid van mr. A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2017.
w.g. S.C. Stuldreher w.g. A. Verhoeven