COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam maatschap] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
uitspraak
zaaknummer: 19/344R
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2021 tot rectificatie van de uitspraak van 29 juni 2021 in de zaak tussen
(gemachtigde: M. van der Kruijt-Bos),
en
(gemachtigde: mr. R. Kuiper),
en
Procesverloop
Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 29 juni 2021 met zaaknummer 19/344 (ECLI:NL:CBB:2021:677) een kennelijke onjuistheid bevat onder het kopje “Beslissing”.
Overwegingen
Onder “Beslissing” heeft het College de Staat veroordeeld tot betaling aan appellante van een immateriële schadevergoeding van € 500,- en verweerder veroordeeld tot betaling aan appellante van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,-. De hierin genoemde bedragen zijn kennelijk onjuist. Nu de uitspraak een kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.
Het College wijzigt de uitspraak, onder “Beslissing”, als volgt:
(..)
(..).
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 29 juni 2021 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2021.
De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.