ECLI:NL:CBB:2022:262

ECLI:NL:CBB:2022:262, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-05-2022, 22/722 en 22/723

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 18-05-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/722 en 22/723
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0020368

Samenvatting

De verzoeken om voorlopige voorzieningen strekken ertoe dat de primaire besluiten worden geschorst totdat er een beslissing is genomen in de bezwaarprocedures. De voorzieningenrechter wijst erop dat de termijnen die waren gesteld voordat dwangsommen zouden worden verbeurd, dan wel tot toepassing van bestuursdwang zou worden overgegaan, ten tijde van ontvangst van de verzoeken om voorlopige voorzieningen waren verstreken. Daarom kan verzoekster geen spoedeisend belang meer ontlenen aan het voorkomen dat deze termijnen zouden verstrijken.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

[naam] , te [woonplaats] , verzoekster

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.

uitspraak

Zaaknummers: 22/722 en 22/723

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 mei 2022 op de verzoeken om voorlopige voorzieningen in de zaken tussen

(gemachtigden: mr. K.J. Defares en mr. J. Jansen)

en

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2022 (het primaire besluit I) heeft verweerder aan verzoekster drie lasten onder dwangsom opgelegd op grond van artikel 8.5 van de Wet dieren in samenhang met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bij besluit van 25 april 2022 (het primaire besluit II) heeft verweerder aan verzoekster een last onder bestuursdwang opgelegd op grond van artikel 8.5 van de Wet dieren in samenhang

met artikel 5:21, eerste lid, van de Awb.

Verzoekster heeft tegen de primaire besluiten I en II bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder zitting, als (onder meer) het verzoek kennelijk ongegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om in deze zaak van die bevoegdheid gebruik te maken en overweegt daartoe als volgt.

De verzoeken om voorlopige voorzieningen strekken ertoe dat de primaire besluiten I en II worden geschorst totdat er een beslissing is genomen in de bezwaarprocedures.

Verzoekster stelt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorzieningen, omdat de primaire besluiten I en II tot onaanvaardbare en onomkeerbare gevolgen leiden. Zij merkt in dat verband – kort samengevat – het volgende op. Verweerder heeft in een tijdsbestek van vijf dagen tien zeer ingrijpende lasten opgelegd. Deze lasten hebben verregaande consequenties en implicaties voor de bedrijfsvoering van verzoekster, terwijl van een risico voor de volksgezondheid of voedselveiligheid geen sprake is. Verzoekster acht het geenszins uitgesloten dat verweerder aanleiding zal blijven zien zeer zware handhavingsinstrumenten in te zetten, teneinde haar ertoe te bewegen aan de in de lasten opgelegde maatregelen te voldoen, zonder dat van enige voorafgaande rechterlijke toetsing sprake is. In aanvulling op het voorgaande merkt verzoekster op dat zij door de verplichting om in de handel gebracht vlees terug te roepen en de NAW-gegevens van afnemers te verstrekken, ernstige en onherstelbare schade zal lijden die de continuïteit van haar bedrijf in gevaar brengt. Wanneer verzoekster toepassing zou moeten geven aan de lasten, bestaan er gegronde redenen om aan te nemen dat een faillissement onafwendbaar wordt. Onder verwijzing naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:3571) stelt verzoekster verder dat voor de toepassing van artikel 8:81 van de Awb spoedeisend belang wordt aangenomen in geval van een recall.

De voorzieningenrechter wijst er allereerst op dat de termijnen die waren gesteld voordat dwangsommen zouden worden verbeurd, dan wel tot toepassing van bestuursdwang zou worden overgegaan, ten tijde van ontvangst van de verzoeken om voorlopige voorzieningen inmiddels waren verstreken. Verzoekster kan dan ook geen spoedeisend belang meer ontlenen aan het voorkomen dat deze termijnen zouden verstrijken.

Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat, hoewel het aannemelijk is dat de hier in het geding zijnde lasten ingrijpen in de bedrijfsvoering van verzoekster, de enkele verwachting dat verweerder in de toekomst mogelijk nog meer lasten zal opleggen dan wel andere handhavingsinstrumenten zal inzetten, onvoldoende is om spoedeisend belang aan te nemen.

Over het financiële belang van verzoekster overweegt de voorzieningenrechter dat als verweerder tot invordering van de verbeurde dwangsommen wil overgaan, daarover nog besluitvorming zal moeten plaatsvinden, waartegen verzoekster rechtsmiddelen kan aanwenden.

Tot slot slaagt het beroep op de uitspraak van 11 mei 2017 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam niet, nu geen sprake is van een gelijk geval. Bovendien volgt uit die uitspraak niet dat iedere recall naar zijn aard leidt tot een spoedeisend belang. Dat is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

4. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de verzoeken, als kennelijk ongegrond, afwijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. K. Naganathar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2022.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. K. Naganathar

Afschrift verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?