ECLI:NL:CBB:2022:324

ECLI:NL:CBB:2022:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21-06-2022, 21/925

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 21-06-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/925
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 6 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002629 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0043735 BWBR0044808

Samenvatting

TVL Q4 2020. Verweerder mag de aangifte omzetbelasting gebruiken voor het bepalen van de omzet. Er bestond geen aanleiding om (ook) rekening te houden met de door appellante overgelegde stukken. Beroep ongegrond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2022 in de zaak tussen

[naam 1] B.V., te [woonplaats] , appellante,

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

uitspraak

zaaknummer: 21/925

en

(gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. H.G.M. Wammes).

Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 een subsidie verleend van € 44.727,70.

Bij besluit van 1 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en ambtshalve de verleende subsidie ingetrokken.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2022. Namens appellante was [naam 2] aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Wettelijk kader

Subsidie op grond van de TVL wordt alleen verstrekt aan een MKB-onderneming waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt (zie artikel 2.1.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de TVL). Het omzetverlies wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode (Q4 2019) en de omzet in de subsidieperiode (Q4 2020) te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode (zie artikel 2.1.2, eerste, tweede en vierde lid, van de TVL).

Uit artikel 2.1.2, vijfde lid, van de TVL volgt dat voor de bepaling van de omzet wordt gekeken naar de opgegeven omzet in de aangiften omzetbelasting.

De precieze tekst van het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Aanleiding voor deze procedure

2. Verweerder heeft de subsidie ingetrokken omdat uit de omzetcijfers die bekend zijn bij de Belastingdienst blijkt dat appellante niet voldoet aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van ten minste 30% omzetverlies. Standpunt appellante

3. Appellante stelt dat haar Btw-aangifte voor Q4 2019 niet de werkelijk behaalde omzet laat zien. Een deel van de omzet in dat kwartaal (een bedrag van € 1.500.000,-) is pas in januari 2020 gefactureerd. Deze omzet is daarom opgegeven in de Btw-aangifte van Q1 2020. Uit de definitieve jaarrekening 2019 en het exploitatieoverzicht Q4 2019 uit de boekhouding van appellante blijkt dat in Q4 2019 een bedrag van € 2.635.931,- aan omzet is behaald. De Btw-aangifte kan dus niet als uitgangspunt dienen voor de referentieomzet.

Standpunt verweerder

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij terecht is uitgegaan van de gegevens uit de aangiften omzetbelasting. Op grond van artikel 2.1.2, vijfde lid, van de TVL wordt als omzet beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan appellante aangifte doet voor de omzetbelasting. Deze keuze is gemaakt vanwege de uitvoerbaarheid en de beperking van de administratieve lasten. Verweerder verwijst daarbij naar de uitspraak van het College van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5). Er is volgens verweerder ook geen sprake van onevenredige gevolgen die maken dat zou moeten worden afgeweken van de TVL. Beoordeling door het College

5. De regelgever heeft er, in verband met de uitvoerbaarheid en de beperking van de administratieve lasten, voor gekozen de aangifte omzetbelasting te gebruiken voor het bepalen van de omzet. Het College heeft in de uitspraak van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5) al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is. De TVL biedt geen grondslag om af te wijken van deze berekeningswijze. Er staat wel een uitzondering in artikel 2.1.2, zesde lid, van de TVL, maar die is hier niet van toepassing. Dit betekent dat verweerder terecht is uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst. Er bestond geen aanleiding om (ook) rekening te houden met de door appellante overgelegde stukken over de omzet die volgens haar bij Q4 2019 zou horen. Dit past niet binnen de voor de TVL gekozen systematiek.

6. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van 30% omzetverlies en heeft de subsidie daarom terecht ingetrokken. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder daarvan had moeten afzien. De conclusie is dat het beroep ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, mr. H.S.J. Albers en mr. E.J. Daalder, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2021.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk

BIJLAGE

Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL)

“Artikel 2.2.1. (verstrekking subsidie)

(…)

Artikel 2.2.2. (bepaling omzetverlies)

4. De omzet in de subsidieperiode is de omzet in het vierde kalenderkwartaal van 2020.

5. Indien de getroffen MKB-onderneming omzetbelasting betaalt over het geheel van de bedragen op basis waarvan haar omzetverlies wordt berekend, wordt als de omzet van de onderneming beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan zij aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968.

6. Voor andere getroffen MKB-ondernemingen dan de ondernemingen, bedoeld in het vijfde lid, is de omzet het bedrag van de omzet zoals dat op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie van de onderneming of uit een ander bewijsstuk. (…)”

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?