ECLI:NL:CBB:2023:358

ECLI:NL:CBB:2023:358, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11-07-2023, 22/637

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 11-07-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/637
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0035925 CELEX:32013R1307 CELEX:32014R0639 CELEX:32014R0640 EU:32013R1307 EU:32014R0639 EU:32014R0640

Samenvatting

Uitbetaling van de betalingsrechten. Gedeelte van een perceel is geen landbouwareaal wegens verruiging en wegens zandpad volgens de minister. Op zitting zijn recente videobeelden getoond. Weliswaar enige verruiging, maar er staan daar vooral ook grassen en kruidachtige voedergewassen. Ook - enige - sporen in het gras zichtbaar, maar dat is zichzelf genomen onvoldoende voor het oordeel dat het pad niet subsidiabel is. Het pad wordt slechts gebruikt om de koeien met de veewagen op het perceel te brengen en dus uitsluitend voor landbouwdoeleinden gebruikt. Het besluit is in strijd met artikel 3:2 en 7:12 Awb genomen. De minister moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2023 in de zaak tussen

V.O.F. Natuurboerderij [naam 1] , te [plaats] , (de natuurboerderij)

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, (de minister)

uitspraak

zaaknummer: 22/637

en

(gemachtigde: mr. M. Wullink).

Procesverloop

Met het besluit van 10 december 2021 heeft de minister beslist op de aanvraag van de natuurboerderij om uitbetaling van de betalingsrechten (de basisbetaling) en de vergroeningsbetaling voor het jaar 2021 op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling).

Met het besluit van 25 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de natuurboerderij ongegrond verklaard.

De natuurboerderij heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 2 juni 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam 2] namens de natuurboerderij en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. De natuurboerderij heeft voor het uitbetalen van de betalingsrechten bij de Gecombineerde Opgave 2021 144,47 ha als subsidiabele oppervlakte opgegeven. De minister heeft bij de vaststelling van de oppervlakte een gedeelte van perceel 97 niet in aanmerking genomen voor het uitbetalen van de betalingsrechten, omdat dit deel geen landbouwareaal is. Volgens de minister is de zuidzijde van dit perceel verruigd en is op dat deel ook een niet beteeld zandpad aanwezig voor het verplaatsen van personeel en materieel. De natuurboerderij is het daarmee niet eens en stelt dat op het afgekeurde gedeelte vooral kruidachtige voedergewassen staan, terwijl het zandpad wordt gebruikt om met de veewagen de koeien naar het perceel te brengen.

2. Voor de vaststelling van het bedrag aan basis- en vergroeningsbetaling is van belang dat het – kort gezegd – moet gaan om subsidiabele hectares. Onder 'subsidiabele hectare' wordt verstaan ieder landbouwareaal van het bedrijf dat wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of dat, indien het areaal ook voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, overwegend voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt (artikel 32, tweede lid, aanhef en onder a, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (Verordening 1307/2013)). Onder 'landbouwareaal' wordt – voor zover hier van belang – verstaan om het even welke grond die wordt gebruikt als blijvend grasland en blijvend weiland (artikel 4, eerste lid, aanhef en onder e, van Verordening 1307/2013). Onder blijvend grasland en blijvend weiland wordt – voor zover hier van belang – verstaan grond met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die ten minste vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen; andere begraasbare soorten, zoals struiken en/of bomen, kunnen er deel van uitmaken, mits de grassen en andere kruidachtige voedergewassen overheersen (artikel 4, eerste lid, aanhef en onder h, van Verordening 1307/2013). Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder h, van Verordening 1307/2013 worden grassen en andere kruidachtige voedergewassen als overheersend beschouwd als zij meer dan 50% van het subsidiabele areaal innemen op het niveau van het landbouwperceel (artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening 1307/2013).

3. Het College stelt voorop dat de aanvraag om uitbetaling van betalingsrechten per jaar wordt beoordeeld en dat de situatie ter plaatse ieder jaar kan verschillen (vergelijk de uitspraak van het College van 26 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:196). Dat het College de minister in de uitspraak van 28 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:346) heeft gevolgd in diens standpunt dat een deel van perceel 97 voor het jaar 2020 niet als landbouwareaal is aan te merken, betekent dus niet dat dit deel van het perceel voor het jaar 2021 evenmin (subsidiabel) landbouwareaal is.

4. Op de zitting heeft de natuurboerderij recente videobeelden van het afgekeurde gedeelte van perceel 97 getoond. Op die beelden is te zien dat sprake is van enige verruiging, maar dat daar vooral ook grassen en kruidachtige voedergewassen staan. Het College onderschrijft dan ook niet de conclusie van de minister dat dit gedeelte dusdanig is verruigd dat dit gedeelte niet meer als landbouwareaal kan worden aangemerkt. Evenmin onderschrijft het College het standpunt van de minister dat het zandpad niet subsidiabel is. Op de videobeelden zijn weliswaar - enige - sporen in het gras zichtbaar, maar dat is, zoals het College eerder heeft overwogen (onder 6.8 van de uitspraak van 4 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:227) op zich zelf genomen onvoldoende voor het oordeel dat het pad niet subsidiabel is. In dat verband is van belang dat de natuurboerderij onweersproken heeft gesteld dat dit pad slechts wordt gebruikt om de koeien met de veewagen op het perceel te brengen en dus uitsluitend voor landbouwdoeleinden wordt gebruikt.

5. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. Het beroep is dus gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Het College zal de minister opdragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen en geeft de minister, zoals op de zitting ook besproken, meer in het bijzonder in overweging een veldinspectie op perceel 97 uit te (laten) voeren. Het College stelt hiervoor een termijn van twaalf weken. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2023.

w.g. A. Venekamp w.g. P.M. Beishuizen

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?