COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2024 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats]
de minister voor Klimaat en Energie
uitspraak
zaaknummer: 22/2496
en
(gemachtigde: mr. [naam 2] )
Procesverloop
Met het besluit van 29 april 2022 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam 1] om een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en gevelisolatie afgewezen.
Met het besluit van 20 oktober 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam 1] tegen het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 6 oktober 2023. Aan de zitting hebben [naam 1] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1 Het College gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
[naam 1] heeft op 15 december 2021 subsidie aangevraagd voor dak- en gevelisolatie.
Met het afwijzingsbesluit heeft de minister de aanvraag van [naam 1] om subsidie voor dakisolatie afgewezen, omdat deze niet voldoet aan het in artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onder 1° van de Regeling opgenomen vereiste dat het bestaande dak in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd. De subsidie voor gevelisolatie is afgewezen omdat met de afwijzing van de subsidie voor dakisolatie niet is voldaan aan het in artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling opgenomen vereiste dat de aanvraag betrekking heeft op twee of meer verschillende typen energiebesparende isolatiemaatregelen die op het moment van de aanvraag voor subsidie in aanmerking kunnen komen.
2 [naam 1] is het niet eens met de afwijzing van de subsidieaanvraag voor dak- en gevelisolatie. Hij voert aan dat de dakisolatie in aanmerking komt voor subsidie, omdat deze is aangebracht in de bestaande thermische schil van het dak. Volgens [naam 1] hanteert de minister bij ontbreken van een definitie van de term ‘bestaande thermische schil’ in de Regeling een eigen interpretatie. De interpretatie van de minister maakt het onmogelijk om voor subsidie in aanmerking te komen. Voor een goede isolatie moet er gesloopt en vervangen worden waardoor een nieuwe thermische schil ontstaat. Aangezien de isolatie conform de Regeling is aangebracht zijn de kosten veel hoger uitgevallen. De aangebrachte isolatie voldoet bovendien aan het doel van de subsidie, zo stelt [naam 1] .
Verder betoogt hij dat op de website en in het aanvraagformulier niet duidelijk is gecommuniceerd over de invulling van het vereiste dat de isolatie in de bestaande thermische schil moet worden aangebracht, waardoor bij hem de indruk werd gewekt dat de door hem aangebrachte dakisolatie voor subsidie in aanmerking komt. [naam 1] heeft op de zitting aangevoerd dat de afwijzing daarom in strijd is met het vertrouwensbeginsel.
Verder heeft [naam 1] op de zitting aangevoerd dat de minister, na indiening van zijn aanvraag, het vereiste zowel in de Regeling als op de website van de RVO heeft verduidelijkt. Volgens [naam 1] heeft de minister daarmee de spelregels veranderd en is het in strijd met het beginsel van fair play om zijn aanvraag af te wijzen.
3 Aan de orde is de vraag of de minister de aanvraag van [naam 1] voor dak- en gevelisolatie terecht heeft afgewezen. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend. Hieronder legt het College uit waarom.
Uit artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling volgt dat het bestaande dak in de bestaande thermische schil moet worden geïsoleerd. Niet in geschil is dat het dak van de woning, zoals blijkt uit satellietfoto’s, volledig is vernieuwd. Door de bestaande dakconstructie te slopen en te vervangen door een nieuwe is het oorspronkelijke materiaal waarmee het dak was opgebouwd verwijderd. Dit wordt beschouwd als nieuwbouw waarvoor op grond van de Regeling geen subsidie wordt toegekend. Dat volgens [naam 1] vanwege het gekozen isolatiemateriaal vervanging van de dakconstructie nodig was neemt niet weg dat sprake is van nieuwbouw. Het College is gezien het hiervoor genoemde van oordeel dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van isolatie van het bestaande dak in de bestaande thermische schil.
Verder volgt het College [naam 1] niet in zijn standpunt dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. De omstandigheid dat hij het in de Regeling opgenomen vereiste en de informatie die daarover destijds op de website stond zo heeft geïnterpreteerd dat de door hem aangebrachte isolatie aan het vereiste zou voldoen, maakt niet dat hij daaraan het vertrouwen mocht ontlenen dat de isolatie voor subsidie in aanmerking zou komen.
De minister heeft inmiddels in artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder b, onder 2° en 4°, van de Regeling opgenomen dat een subsidieaanvraag wordt afgewezen indien, onder andere, een nieuwe dakkapel is gerealiseerd of het bestaande dak wordt vergroot. Ook heeft de minister op de zitting bevestigd dat de op de website genoemde voorwaarden voor de subsidie nu verder zijn verduidelijkt. Het vereiste dat het isolatiemateriaal wordt aangebracht in het bestaande dak in de bestaande thermische schil als zodanig is daarmee echter niet gewijzigd. Daarom is geen sprake van schending van het beginsel van fair play.
De omstandigheid dat de dakisolatie niet voor subsidie in aanmerking komt maakt dat de gevelisolatie ook niet voor subsidie in aanmerking komt. De aanvraag heeft namelijk vanwege de afwijzing van de subsidie voor dakisolatie geen betrekking op minimaal twee verschillende typen energiebesparende isolatiemaatregelen die op het moment van indiening van de aanvraag voor subsidie in aanmerking kunnen komen.
De Regeling bevat geen hardheidsclausule en biedt de minister geen ruimte voor een belangenafweging. De minister was dus gehouden de aanvraag af te wijzen. Het College begrijpt dat [naam 1] het anders zou hebben aangepakt als hij van tevoren had geweten dat de dakisolatie niet in aanmerking zou komen voor subsidie, maar de omstandigheden die hij aanvoert zijn niet zo uitzonderlijk dat dit maakt dat het bestreden besluit onevenredig is.
4 Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft de minister de subsidieaanvraag voor dak- en gevelisolatie terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. H. Caglayankaya, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024.
w.g. H.S.J. Albers w.g. H. Caglayankaya