COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam] , te [plaats]
de minister voor Klimaat en Energie
proces-verbaal uitspraak
zaaknummer: 23/861
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2024 in de zaak tussen
(gemachtigde: H. Vogel)
en
(gemachtigde: mr. M. Zweers)
Procesverloop
Met het besluit van 2 december 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor energiebesparende isolatiemaatregelen gedeeltelijk afgewezen.
Met het besluit van 17 februari 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 10 januari 2024. De gemachtigde van de minister heeft aan de zitting deelgenomen.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1 [naam] heeft haar huis verbouwd. Zij heeft subsidie aangevraagd voor verschillende energiebesparende isolatiemaatregelen. De minister heeft de subsidieaanvraag voor dakisolatie afgewezen, omdat het isolatiemateriaal niet aangebracht is in de bestaande thermische schil.
Artikel 4.5.2., derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar-bewoner voor de aanschaf en het laten aanbrengen van isolatiemateriaal in het bestaande dak in de bestaande thermische schil van de woning. De thermische schil wordt gevormd door de bouwkundige constructies die de woning omhullen en die niet grenzen aan een verwarmde ruimte. Dit zijn de constructies die de woning afscheiden van de buitenomgeving (bijvoorbeeld buitenlucht, water, grond) of aangrenzende onverwarmde ruimten.
Het College oordeelt dat geen sprake is van het aanbrengen van isolatiemateriaal in de bestaande thermische schil van de woning. De thermische schil is vernieuwd. Uit de foto’s bij de aanvraag blijkt namelijk dat de dakconstructie die de woning van de buitenomgeving afscheidde grotendeels is afgebroken en opnieuw is opgebouwd. Het feit dat de oorspronkelijke dakspanten zijn behouden en de afmetingen van het dak ongewijzigd zijn, maakt niet dat nog gesproken kan worden van de bestaande thermische schil. Het betoog slaagt niet.
De minister heeft de subsidieaanvraag voor dakisolatie terecht afgewezen, omdat niet is voldaan aan artikel 4.5.2., derde lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Regeling.
Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2024.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. M. Ettema