COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2024 in de zaak tussen
[naam] B.V., te [plaats] (de onderneming)
de minister van Economische Zaken
uitspraak
zaaknummer: 23/470
en
(gemachtigden: mr. T. Khidous en mr. M. Achalhi).
Procesverloop
Met het besluit van 29 juni 2022 heeft de minister de melding van de onderneming van 2 mei 2022 aangemerkt als pro-forma-aanvraag voor een subsidies op grond van deRegeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 en deze aanvraag vervolgens afgewezen.
Met het besluit van 13 januari 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 30 september 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen P. de Nekker namens de onderneming en de gemachtigden van de minister.
Overwegingen
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk