COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2024 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te [plaats] (onderneming)
de minister van Economische Zaken
uitspraak
zaaknummer: 23/1134
(gemachtigde: [naam 2] )
en
(gemachtigden: mr. P. van Veen en C. Zieleman)
Procesverloop
Met het besluit van 7 juli 2022 (vaststellingsbesluit) heeft de minister de aan de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 vastgesteld op € 0,-. Ook heeft de minister het betaalde voorschot van € 3.662,05 teruggevorderd.
Met het besluit van 16 maart 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en verzoeken om schadevergoeding ingediend.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 22 oktober 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigde en [naam 3] namens de onderneming en de gemachtigden van de minister.
Overwegingen
Beslissing
Het College:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024.
w.g. M.P. Glerum w.g. A.A. Dijk