ECLI:NL:CBB:2025:585

ECLI:NL:CBB:2025:585, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-11-2025, 21/915

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 04-11-2025
Zaaknummer 21/915
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0030250

Samenvatting

Verzoek schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is toegewezen.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak tussen

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat

uitspraak

zaaknummer: 21/915

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats] (loonbedrijf)

(gemachtigde: mr. J.G. de Wit)

en

(gemachtigden: mr. A.M.H. van de Wal en mr. B.M. Kleijs)

en

Procesverloop

Met het besluit van 18 januari 2019 (bestuursdwangbesluit I) heeft de minister aan het loonbedrijf een last onder bestuursdwang opgelegd. Met het besluit van 11 februari 2019 heeft de minister die last ingetrokken een en nieuwe last onder bestuursdwang opgelegd (bestuursdwangbesluit II).

Met het bestreden besluit van 23 juni 2021 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van het loonbedrijf tegen bestuursdwangbesluit I niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen bestuursdwangbesluit II ongegrond verklaard.

Het loonbedrijf heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft met het besluit van 13 september 2023 (herziene besluit) opnieuw beslist op de bezwaren van het loonbedrijf.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 26 september 2025. Tijdens deze zitting is ook het beroep van het loonbedrijf met zaaknummer 21/820 behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden, [naam 1] , en [naam 3] , [naam 4] , en [naam 5] , namens de minister.

Het loonbedrijf en de minister hebben op de zitting een schikking getroffen. Hierop heeft het loonbedrijf zijn beroep in de zaak 21/820 ingetrokken. In zaak 21/915 heeft het loonbedrijf alleen nog gevraagd om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Naar aanleiding van dit verzoek heeft het College de Staat als partij aangemerkt.

Overwegingen

1. In procedures als deze mag de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep bij het College ten hoogste anderhalf jaar duren. Doorgaans zal geen sprake zijn van een overschrijding van de redelijke termijn, als de fase van bezwaar en beroep gezamenlijk niet langer dan twee jaar heeft geduurd. In dit geval is er geen aanleiding van deze termijn af te wijken. In beginsel is een vergoeding van immateriële schade gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan, waarmee de redelijke termijn is overschreden.

2 De redelijke termijn begint op de datum waarop het bezwaarschrift is ingediend en eindigt op de dag van deze uitspraak. Het bezwaarschrift dateert van 28 februari 2019, zodat het bezwaar en beroep in totaal afgerond zes jaren en negen maanden heeft geduurd. Dat is een overschrijding van de redelijke termijn met vier jaren en negen maanden. Dit leidt tot een schadevergoeding van € 5.000,-.

3 De behandeling van de bezwaren tot aan het herziene besluit heeft afgerond 55 maanden geduurd en het College heeft desgevraagd de behandeling van het beroep aangehouden zodat de minister de bezwaarfase kon overdoen. Die vertraging komt voor rekening van de minister en maakt de overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarfase (afgerond) 49 maanden en in beroep (afgerond) acht maanden. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan het loonbedrijf van € 4.298,- (49/57 deel van € 5.000,-), de Staat tot € 702,- (8/57 deel van € 5.000,-).

4 Nu de schikking tussen het loonbedrijf en de minister mede ziet op de vergoeding van de door het loonbedrijf gemaakte proceskosten, ziet het College geen aanleiding tot een kostenveroordeling.

Beslissing

Het College:

- veroordeelt de minister tot betaling aan het loonbedrijf van een vergoeding van

immateriële schade ter hoogte van € 4.298,-;

- veroordeelt de Staat tot betaling aan het loonbedrijf van een vergoeding van immateriële schade ter hoogte van € 702,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, mr. H.S.J. Albers en mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. F. Willems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025.

w.g. R.C. Stam w.g. F. Willems

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F. Willems

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand