COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1463
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2025
Rechters: mr. D. Brugman, mr. M.J. Jacobs en mr. O.L.H.W.I. Korte
Griffier: J.R. Willemstein
Partijen
[naam] , te [woonplaats] (onderneming), vertegenwoordigd door F.Th.M. Peters
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, vertegenwoordigd door mr. N.M. Versteege
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De onderneming heeft de minister verzocht om vergoeding van de schade die zij heeft geleden doordat de minister bij berichten van 1 december en 31 december 2020 aan haar heeft laten weten dat het niet mogelijk is om keuringspersoneel in te plannen voor het slachten van varkens op 9, 16 en 23 januari 2021. De minister heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen met zijn brief van 9 april 2021. Het daartegen door de onderneming gemaakte bezwaar heeft de minister met zijn besluit van 11 mei 2022 niet-ontvankelijk verklaard.
2 Tegen de berichten van de minister van 1 en 31 december 2020 heeft de onderneming bezwaar gemaakt en tegen de beslissing op bezwaar heeft zij vervolgens beroep ingesteld bij het College. Het College heeft in een uitspraak van 23 augustus 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:567) geoordeeld dat deze beslissingen niet op enig rechtsgevolg gericht zijn en daarom geen besluiten zijn. Dat blijkt uit de rechtsoverwegingen 5 tot en met 5.2 van die uitspraak. Met deze uitspraak is dit dus in rechte vast komen te staan. Aan de bespreking van wat de onderneming in beroep aanvoert over de keuringen komt het College daarom niet toe.
3 Omdat de beslissingen van de minister op de aanmeldingen van de onderneming voor keuringswerkzaamheden geen besluiten zijn, kan tegen de afwijzing van het verzoek om vergoeding van schade door die beslissingen geen bezwaar worden gemaakt en beroep worden ingesteld. Dat betekent dat de minister het bezwaar tegen die afwijzing terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. D. Brugman w.g. J.R. Willemstein