ECLI:NL:CBB:2025:647

ECLI:NL:CBB:2025:647, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-12-2025, 24/206

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 24/206
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

We hebben verduidelijkt wat wordt verstaan onder illegale opstapplaats voor taxi’s, zonder iets nieuws te zeggen. En ook met zoveel woorden aangegeven dat de in geding zijnde locatie onder de Taxxxivergunningplicht valt.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaken tussen

[naam] , te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college van b en w)

uitspraak

zaaknummer: 24/206

en

(gemachtigde: mr. M. ten Doesschate)

Procesverloop

Met het besluit van 7 september 2023 heeft het college van b en w van [naam] een dwangsom van € 5.550,- ingevorderd.

Met het besluit van 7 februari 2024 (bestreden besluit) heeft het college van b en w het daartegen door [naam] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college van b en w heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 23 oktober 2025. Daarbij waren [naam] en de gemachtigde van het college van b en w aanwezig.

Overwegingen

[naam] is taxichauffeur. Hij heeft geen vergunning voor het mogen verrichten van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt (Taxxxivergunning). Hij heeft in juli 2023 in Amsterdam zonder Taxxxivergunning taxivervoer aangeboden op de opstapmarkt. Dat is op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 verboden. Het college van b en w heeft hem met een besluit van 8 augustus 2023 een last onder dwangsom opgelegd van € 5.550,- voor elke volgende keer dat hij dat hij taxivervoer op de opstapmarkt in Amsterdam aanbiedt zonder Taxxxivergunning, met een maximum van € 27.750,-.

Op 14 augustus 2023 heeft een toezichthouder van de gemeente Amsterdam gezien dat [naam] met zijn taxi op de openbare weg stond op het Stationsplein in Amsterdam ter hoogte van perceelnummer 49. Volgens de toezichthouder was er geen belemmering voor [naam] om gewoon door te rijden, maar hij bleef vijftien minuten staan zonder te laden of te lossen en zonder dat er klanten instapten of uitstapten. De toezichthouder heeft [naam] staande gehouden op verdenking van het aanbieden van taxivervoer op de opstapmarkt. [naam] heeft verklaard dat hij daar gewoon even stil stond, op zijn telefoon zat, en geen klanten had. De toezichthouder heeft daarvan een rapport van bevindingen opgemaakt dat hij op ambtsbelofte heeft ondertekend. Hij heeft daarin vermeld dat het hem ambtshalve bekend is dat de locatie waar [naam] stond, bekend staat als illegale opstaplocatie in de buurt van Hotel Ibis Amsterdam Centre, Amsterdam Centraal station en een TTO standplaats op de Ruijterkade. [naam] heeft ter zitting verklaard dat hij op de openbare weg stilstond, voor een oversteekplaats waar geen voetgangers waren.

Het college van b en w heeft [naam] met een brief bericht dat hij een dwangsom van € 5.550,- heeft verbeurd, omdat hij op 14 augustus 2023 de overtreding heeft begaan die hij volgens de last onder dwangsom niet meer mocht doen. [naam] heeft in een reactie daarop aangegeven dat hij tijdens het stilstaan geen taxivervoer aanbood maar wachtte tot iemand een rit bij hem zou bestellen, terwijl hij aan het telefoneren was. Hij vindt het een (te) strenge regel dat hij in het centrum van Amsterdam nergens op de openbare weg mag staan.

2 Het college van b en w heeft met de besluiten de verbeurde dwangsom van € 5.550,- voor het op 14 augustus 2023 aanbieden van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt zonder Taxxxivergunning, van [naam] ingevorderd.

[naam] is het daar niet mee eens. Hij ontkent dat hij taxivervoer heeft aangeboden op de opstapmarkt. Volgens hem volgt uit vaste rechtspraak van het College dat alleen het aanwezig zijn in een opstapgebied (waar ook TTO-taxi’s zijn) niet genoeg is om aan te nemen dat taxivervoer wordt aangeboden. Er moet ook sprake zijn van een concrete handeling waaruit dat blijkt. Daarvan was in zijn geval geen sprake. Hij is niet op heterdaad betrapt. Er zat geen klant in zijn auto en er is geen bewijs dat hij iemand heeft benaderd. Het bestreden besluit moet worden vernietigd omdat er onvoldoende bewijs is dat hij een overtreding heeft begaan. Het rapport van bevindingen, waaruit niet meer blijkt dan dat hij stilstond op de openbare weg om te bellen, is onvoldoende bewijs voor het hem gemaakte verwijt. Hij heeft in bezwaar stukken opgestuurd waaruit blijkt dat hij taxivervoer op de bestel- en belmarkt verricht. Het is wel zo dat hij daarvoor beschikbaar moet zijn in een gebied met een straal van twee kilometer om ritten te kunnen accepteren. Daarom rijdt hij rondjes in het centrum. De dwangsom is onterecht. Hij kan die niet betalen. Hij wist niet dat hij niet mocht stilstaan op de openbare weg en dat dat zou worden aangemerkt als het aanbieden van taxivervoer op de opstapmarkt. Het was een eenmalige fout die hij niet meer zal maken.

Het college van b en w heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

Beoordeling

De Taxiverordening vindt haar wettelijke grondslag in artikel 82b van de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000). Op grond van artikel 82c van de Wp 2000, in samenhang gelezen met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het college van b en w bevoegd tot handhaving van de in de Taxiverordening gestelde verplichtingen door oplegging van een last onder dwangsom.

Op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening is het verboden om zonder geldige Taxxxivergunning op de in bijlage 1 van de Taxiverordening aangegeven delen van de openbare weg taxivervoer aan te bieden, waaronder het gebied binnen de ring A10 van Amsterdam. Daaronder valt ook de in dit geding aan de orde zijnde locatie, het Stationsplein.

Een bestuursorgaan mag, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend rapport van bevindingen, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het rapport weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.

Het College stelt vast dat het besluit waarmee aan [naam] een last onder dwangsom is opgelegd in rechte vaststaat, zodat in dit geding van de rechtsgevolgen van dat besluit moet worden uitgegaan. Dat betekent dat als [naam] artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening overtreedt door zonder Taxxxivergunning taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt aan te bieden, hij van rechtswege een dwangsom verbeurt van € 5.500,- en dat het college van b en w bevoegd is die dwangsom in te vorderen.

Eerst moet de vraag worden beantwoord of het college van b en w zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [naam] de dwangsom heeft verbeurd. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt als volgt.

Het is vaste rechtspraak van het College (zie onder meer de uitspraak van 15 augustus 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:414, onder 7.3)) dat indien een taxichauffeur zonder geldige Taxxxivergunning met een als taxi herkenbare auto stilstaat op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekendstaande plaats, zonder dat hij op dat moment bezig is met het ophalen (laden) of afzetten (lossen) van klanten die bij hem een taxirit hebben besteld, dat de conclusie rechtvaardigt dat hij daar taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt. Deze aanname kan door de taxichauffeur slechts worden weerlegd door aannemelijk te maken dat hij daar staat ter uitvoering van een bij hem bestelde taxirit of als gevolg van overmacht. De taxichauffeur die op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekendstaande plaats staat, zonder bezig te zijn met een bestelde taxirit, riskeert dan ook niet alleen een boete voor verkeerd parkeren of stilstaan op een plaats waar dat niet mag, maar ook dat hem een last onder dwangsom wordt opgelegd. Illegale opstapplaatsen voor taxi’s zijn in ieder geval de weggedeeltes waar niet geparkeerd mag worden, zoals laad- en losplaatsen, in het hele centrum van Amsterdam en vierentwintig uur per dag, bijvoorbeeld in de buurt van het Centraal Station of hotels. Vergelijk de uitspraak van het College van 15 maart 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:114 onder 6.4). Weggedeeltes in het centrum van Amsterdam waar volgens het college van b en w geparkeerd mag worden zijn schaars en vooral betaalde parkeerplaatsen. Het College begrijpt dat hierdoor de mogelijkheden voor de bestelmarkt in dit gebied beperkt zijn, maar het is aan de taxichauffeurs om daar rekening mee te houden.

Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] op 14 augustus 2023 in Amsterdam met een als taxi herkenbare auto zich op een illegale opstapplaats bevond, niet ter uitvoering van een bij hem bestelde taxirit of als gevolg van overmacht. Het College is in lijn met voormelde rechtspraak ook in deze zaak van oordeel dat dat voor het college van b en w voldoende is om aan te mogen nemen dat [naam] daar toen taxivervoer op de opstapmarkt heeft aangeboden. Anders dan [naam] (zonder verwijzing naar een uitspraak) betoogt, volgt uit vaste rechtspraak van het College niet dat daarnaast ook uit een concrete handeling, als bijvoorbeeld het aanspreken van klanten, moet blijken dat hij taxivervoer op de opstapmarkt heeft aangeboden. Dat de toezichthouder geen klanten in de buurt van de taxi van [naam] heeft gezien, helpt [naam] daarom, anders dan hij meent, niet. Het betoog van [naam] dat hij niet wist dat het met een taxi stilstaan op de openbare weg een overtreding van de Taxiverordening is slaagt niet. Hem wordt niet het stilstaan, maar het aanbieden van taxivervoer op de opstapmarkt verweten. Dat is dezelfde overtreding als waarvoor hem eerder de last onder dwangsom is opgelegd. [naam] was met die verboden gedraging bekend en kon herhaling daarvan voorkomen. Het lijkt erop, gelet op een rapport van bevindingen van 2 september 2023 dat is opgesteld naar aanleiding van latere incidenten en zich bij de gedingstukken bevindt, dat hij dezelfde overtreding in augustus 2023 nog tweemaal heeft begaan. Van de door [naam] gestelde eenmalige fout die hij niet meer zal maken was ten tijde van het bestreden besluit in dat geval geen sprake.

Het college van b en w heeft tot de conclusie heeft mogen komen dat [naam] op 14 augustus 2023 in strijd met de last onder dwangsom taxivervoer heeft aangeboden op de Amsterdamse opstapmarkt zonder Taxxxivergunning, dat hij daarmee artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening heeft overtreden en dat hij daarmee van rechtswege een dwangsom van € 5.500,- heeft verbeurd. Het college van b en w was bevoegd om die dwangsom in te vorderen.

Bij een besluit over het invorderen van een verbeurde dwangsom weegt het belang van de invordering zwaar. Als dat anders zou zijn zou het opleggen van een dwangsom niet bijdragen aan een effectieve handhaving. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. Van bijzondere omstandigheden is in dit geding niet gebleken. Dat [naam] de dwangsom niet kan betalen zoals hij betoogt, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Het college van b en w heeft gebruik mogen maken van zijn bevoegdheid om de dwangsom in te invorderen. Bij het feitelijk incasseren van de dwangsom kan rekening worden gehouden met de draagkracht van degene die moet betalen, bijvoorbeeld met een betalingsregeling.

Het beroep is ongegrond.

Het college van b en w hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025

w.g. M. van Duuren w.g. J.W.E. Pinckaers

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.W.E. Pinckaers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?