ECLI:NL:CBB:2025:657

ECLI:NL:CBB:2025:657, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 09-12-2025, 25/796 en 25/797

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 25/796 en 25/797
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002221 BWBR0005537 BWBR0011470

Samenvatting

Afwijzing van verzoeken om voorlopige voorziening. Taxiverordening. Het college van burgemeester en wethouders mocht de taxivergunning van verzoeker twee keer schorsen wegens overtredingen van voorschriften verbonden aan die vergunning.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

uitspraak

zaaknummers: 25/796 en 25/797

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 december 2025 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[naam 1] , te [woonplaats] (verzoeker)

(gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten)

en

(gemachtigde: mr. M. ten Doesschate)

Procesverloop

25/797

Met het besluit van 6 oktober 2025 (schorsingsbesluit 1) heeft het college van b en w de taxivergunning van verzoeker voor het verrichten van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt (taxivergunning) voor de duur van één week geschorst wegens het niet opvolgen van een aanwijzing van een ambtenaar in functie (schorsing vanaf 9 oktober 2025).

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

25/796

Met het besluit van 6 oktober 2025 (schorsingsbesluit 2) heeft het college van b en w de taxivergunning van verzoeker voor het verrichten van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt (taxivergunning) voor de duur van één week geschorst wegens gevaarlijk rijgedrag (schorsing vanaf 16 oktober 2025).

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college van b en w heeft de ingangsdatum van de schorsingen van de vergunning opgeschort in afwachting van deze uitspraak.

Het college van b en w heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 26 november 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigden van partijen.

Overwegingen

Wettelijk kader

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het primaire besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.

2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker spoedeisend belang heeft bij de door hem gevraagde voorlopige voorziening, omdat hij door de schorsing van de taxivergunning geen werkzaamheden op de Amsterdamse opstapmarkt mag verrichten en daardoor inkomsten, die hij nodig heeft voor zijn levensonderhoud, misloopt.

Aanleiding voor de procedure

Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Verzoeker werkt als taxichauffeur in de gemeente Amsterdam op de opstapmarkt waarvoor hij een Vergunning Toegelaten Taxiorganisatie (taxivergunning) heeft.

Op 21 augustus 2025 omstreeks 14:22 uur hebben twee toezichthouders in uniform gekleed een controle uitgevoerd op [straat 1] te Amsterdam. In het daarvan op ambtsbelofte opgemaakte en ondertekende proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2025 is vermeld:

“Wij, zagen omstreeks 14.22 uur het genoemde taxivoertuig gedurende een tijd van 3 (drie) minuten stilstaan op de [straat 1] ter hoogte van perceelnummer 20B. In deze 3 (drie) minuten hebben wij, geen activiteiten waargenomen in de vorm van het laten in- of uit stappen van klanten in of uit het taxivoertuig. Op dat moment was er aldaar veel klantaanbod aanwezig. In verband met het evenement Sail 2025 Amsterdam was de Zero-E TTO taxistandplaats tijdelijk verplaats naar het [straat 2] ter hoogte van perceelnummer 47A. Vanaf [straat 1] 20B is dit ongeveer 1 (één) minuut lopen.

Ter controle van het genoemde taxivoertuig op grond van artikel 3, onder a van de Nadere regels eisen chauffeurs van de Taxiverordening Amsterdam 2012 laatstelijk gewijzigd in 2018. Reden wij, toezichthouders […] met onze dienstfiets en in de richting van de chauffeur. Wij, zagen dat de chauffeur langzaam weg reed in de richting van [straat 3].

Ik, toezichthouder, […] ging vervolgens naast de chauffeur fietsen en zag dat hij zijn portierraam voor 3/4e open had staan. Ik, keek de chauffeur aan. En zei tegen hem: “Goedendag u gaat uw auto daar op de stoep neerzetten.” Ik, zag dat de chauffeur mij in mijn gelaat aankeek en zei: “JA”. Hierbij wees ik met mijn rechterarm in de richting van een beschikbare plaats op het trottoir.

Omstreeks 14.26 uur zagen wij, toezichthouders, […] dat de chauffeur de aanwijzing niet opvolgde (artikel 2, onder f van de Nadere regels eisen chauffeurs van de Taxiverordening Amsterdam 2012 laatstelijk gewijzigd in 2018). Wij, zagen namelijk de chauffeur op hoge snelheid namelijk beduidend harder dan de toegestane 30 KM/H (geen snelheidsmeting uitgevoerd) wegreed in de richting van [straat 3]. Hierbij zagen wij, een personenvoertuig stilstaan voor het rode verkeerslicht met nummer 021. Dit verkeerslicht was geplaats op de kruising [straat 3] hoek [straat 5].

Het verkeerslicht stond gedurende een tijd van minimaal 10 seconden op rood. Wij zagen dat het vernoemde taxivoertuig ongeveer 20 (twintig) meter tegen de rijrichting inrijden. De chauffeur deed dit door een impulsieve stuurrichting naar links te maken. Kennelijk met als doel om, om het personenvoertuig heen te rijden en het rode verkeerslicht te negeren. De chauffeur heeft geen enkel moment getracht af te remmen voor het rode verkeerslicht en heeft deze ook genegeerd.

Wij, hebben in zijn geheel geen remlichten gezien bij het genoemde taxivoertuig. Vervolgens zagen wij, de chauffeur via de [straat 3] wegrijden in de richting van de [straat 4]. Binnen enkele seconden hadden wij, mede door de gereden snelheid geen zicht meer op het genoemde taxivoertuig. Het rijgedrag van de chauffeur was zeer asociaal en gezien de drukte op het kruispunt [straat 3]/[straat 5] tevens zeer gevaarlijk. Ik, toezichthouder, […] heb nauwkeurig van elke overtreding de locatie en tijdstip genoteerd.

[…]

Hierop vroeg ik, aan mijn collega met stamnummer 75361 of hij in het chauffeur register van de Gemeente Amsterdam ([naam 2]) de tenaamgestelde kon opzoeken. En vroeg aan hem het telefoon nummer van de chauffeur. Om omstreeks 14.40 uur nam ik, telefonisch contact op met de chauffeur en deelde hem mede dat ik, van het taxi team was. Ik, deelde de chauffeur mede dat zijn kenteken genoteerd was naar aanleiding van diverse overtredingen en vroeg hem te komen in de richting van [straat 3] om zijn kant van het verhaal aan te horen. Ik, hoorde de chauffeur zeggen: “ik ben niet eens aan het werk ik ga niet komen.” Vervolgens hing de chauffeur op. Ik, hoorde duidelijk dat de chauffeur praatte via een carkit en hoorde de adrenaline nog in de stem van de chauffeur.

Omstreeks 14.42 uur heb ik toezichthouder […], nogmaals telefonisch contact opgenomen met de chauffeur. Ik, heb mijn telefoon op de luidspreker gezet mijn collega toezichthouder, […] kon hierdoor meeluisteren met het gesprek. Ik, toezichthouder, […] deelde de chauffeur mede dat er meerdere overtredingen begaan waren met het genoemde taxivoertuig en deelde hem nogmaals mede dat hij richting de [straat 3] moest terugkomen. Wij, toezichthouders, hoorde de chauffeur zeggen: “je regelt het maar met mijn advocaat. Ik ben niet aan het werk ik, ga niet komen.”

Het college van b en w heeft op grond van het proces-verbaal van bevindingen schorsingsbesluit 1 (25/797) genomen. Een taxichauffeur dient de aanwijzingen van een ambtenaar in functie of een andere door het college aangewezen persoon die ten doel heeft de kwaliteit van taxivervoer in Amsterdam te bevorderen onverwijld op te volgen. Verzoeker heeft de aanwijzing van de toezichthouder om zijn taxi weer te parkeren niet opgevolgd. Dat is in strijd met artikel 2.14 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 in samenhang met artikel 2, onder f, van de Nadere regels eisen chauffeurs 2018.

Het college van b en w heeft op grond van het proces-verbaal van bevindingen daarnaast schorsingsbesluit 2 (25/796) genomen. Een taxichauffeur mag met zijn rijgedrag de consument of andere weggebruikers niet in gevaarlijke situaties brengen. Verzoeker heeft op gevaarlijke wijze de plaats waar hij gestopt was verlaten, is daarbij met hoge snelheid tegen het verkeer in en door rood gereden. Dat is in strijd met artikel 2.14 van de Taxiverordening Amsterdam 2012 in samenhang met artikel 5, onder k, van de Nadere regels eisen chauffeurs 2018.

Mag het college van b en w uitgaan van de bevindingen in het rapport van bevindingen?

Een bestuursorgaan mag, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het rapport weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.

Standpunt verzoeker

Verzoeker weerspreekt dat hij de aanwijzing van de ambtenaren niet heeft opgevolgd en met hoge snelheid tegen het verkeer in en door rood weg is gereden. Verzoeker heeft op 21 augustus 2025 een klant afgezet bij [naam 3] (een rondvaartbedrijf) bij het centraal station. Hij en andere taxichauffeurs zetten klanten daar af in de buurt van de rondvaartboten. Hij had zijn taxi deels op de stoep en deels op de weg geparkeerd zonder het doorgaand verkeer te hinderen om de ritgegevens in te kunnen voeren toen een medewerker van handhaving hem en andere taxichauffeurs verzocht te vertrekken. Verzoeker heeft die aanwijzing opgevolgd: hij is weggereden, van door rood of te hard rijden is geen sprake. Ter zitting heeft verzoeker hieraan toegevoegd dat hij een andere auto die met knipperlichten stilstond voor het oranje verkeerslicht heeft gepasseerd via de andere weghelft. Verzoeker heeft zijn dienst beëindigd en is naar de wasstraat gereden. Op dat moment belde een toezichthouder hem met het verzoek om terug te komen naar de [straat 3] bij het centraal station. Verzoeker is toen teruggereden. Ter zitting heeft verzoeker die verklaring aangepast en gezegd dat hij terug moest lopen omdat zijn (elektrische) taxi moest worden opgeladen. Een toezichthouder die ter plaatse aanwezig was vertelde hem niet op de hoogte te zijn van een melding of maatregelen tegen verzoeker.

Beoordeling

Dat toezichthouders gezegd zouden hebben dat verzoeker moest vertrekken in plaats van stoppen komt niet overeen met de bevindingen. Vast staat dat verzoeker op 21 augustus 2025 deels op de stoep en deels op de weg stond op de [straat 1] ter hoogte van nummer 20B. De toezichthouders hebben hem, toen hij langzaam wegreed, gesommeerd de auto op de stoep te parkeren. Verzoeker is niet gestopt. Hij is weggereden. De betwisting van het rapport van bevindingen van de toezichthouders waarin dat is beschreven is onvoldoende om aan de bevindingen van de toezichthouders, die geen belang hebben bij een onjuiste weergave, te twijfelen. Voor zover verzoeker de telefonische aanwijzingen van 14.40 en 14.42 uur om naar de [straat 3] te komen al (tijdig) zou hebben opgevolgd, is dat niet relevant. Die aanwijzingen heeft het college van b en w namelijk niet aan het schorsingsbesluit 1 ten grondslag gelegd. Dat is het niet opvolgen van de eerste aanwijzing van een ambtenaar om 14.26 uur en daar bestaat geen twijfel over. Verzoeker heeft dus een aanwijzing van een ambtenaar niet opgevolgd.

Volgens de toezichthouders reed verzoeker vanaf de [straat 1] door rood op de kruising van de [straat 1] en de [straat 3] in de richting van de [straat 4]. Of verzoeker uiteindelijk via de [straat 3] en vervolgens [straat 4] of − zoals verzoeker ter zitting heeft gesteld − de Nieuwe Westerdokstraat weg is gereden is niet relevant. Het gaat om de overtredingen die hij bij het verkeerslicht, dat voor beide richtingen geldt, heeft begaan. Dat verkeerslicht stond op basis van de bevindingen van de toezichthouders minimaal 10 seconden op rood en verzoeker heeft een voor dat rode licht opgestelde auto gepasseerd waarbij hij tegen de rijrichting in door rood is gereden. Dat verzoeker een auto die met knipperlichten stilstond voor het oranje verkeerslicht via de andere weghelft heeft gepasseerd, heeft hij pas op de zitting verteld en is ook niet onderbouwd. Die stelling geeft dus geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouders. Dat verzoeker tegen het verkeer in door rood is gereden, staat op grond van het rapport van bevindingen vast. Het college van b en w heeft de bevinding dat verzoeker te hard heeft gereden ook ten grondslag gelegd aan het schorsingsbesluit 2. Dat ervaren toezichthouders de snelheid waarmee verzoeker wegreed als te hoog hebben ingeschat, is onvoldoende. Die bevinding houdt zonder snelheidsmeting naar voorlopig oordeel geen stand. Het college van b en w kan dat in bezwaar mogelijk nog herstellen maar ook zonder die overtreding is vast komen te staan dat verzoeker met zijn rijgedrag de consument of andere weggebruikers in gevaarlijke situatie heeft kunnen brengen door tegen de rijrichting in door rood te rijden.

Op grond van het voorgaande staat vast dat verzoeker twee voorschriften heeft overtreden die aan zijn taxivergunning verbonden zijn (artikel 2, aanhef en onder f, en artikel 5, aanhef en onder k, Nadere regels eisen chauffeurs 2018 in samenhang met artikel 2.14 van de Taxiverordening Amsterdam 2012). Het college van b en w is in zo’n geval in beginsel bevoegd om de taxivergunning te schorsen (artikel 3.3 Taxiverordening Amsterdam 2012).

Is (het tweemaal opleggen van) de schorsing evenredig?

Standpunt verzoeker

Verzoeker voert aan dat het college van b en w niet (tweemaal) gebruik mag maken van de bevoegdheid om de taxivergunning te schorsen en dat de gevolgen van die schorsingen onevenredig zijn. Het tweemaal schorsen van de taxivergunning is onevenredig, omdat de overtredingen uit hetzelfde feitencomplex volgen. Het college van b en w had met een waarschuwing kunnen volstaan. Wat de evenredigheid betreft is verder van belang dat verzoeker bij zijn ouders woont voor wie hij de kostwinner is, gezien hun beperkte pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. Zonder de inkomsten uit de opstapmarkt kan hij in de schulden raken. In de bel- en contractmarkt is de ritprijs veelal niet kostendekkend. Ook kan het gevolg van de schorsingen zijn dat hij geen toegang meer krijgt tot een taxistandplaats. Anders dan in de primaire besluiten staat, heeft verzoeker in de zienswijze wel gewezen op deze bijzondere omstandigheden die de besluiten onevenredig maken.

Beoordeling

De hiervoor genoemde overtreden voorschriften kan het college van b en w op grond van de Taxiverordening (artikel 3.3 van de Taxiverordening Amsterdam 2012) afzonderlijk sanctioneren met een schorsing. Bij de toepassing kan het college van b en w op grond van het derde lid van artikel 3.3 en het Handhavingsbeleid Taxi 2019 gemeente Amsterdam rekening houden met het soort en totaal aantal overtredingen en de mate van herhaling. Het beleid en de regelgeving staan niet in de weg aan het opleggen van twee sancties voor twee overtredingen die uit één feitencomplex volgen. Het college van b en w kan op grond van de Taxiverordening een waarschuwing opleggen aan de Toegelaten Taxiorganisatie (artikel 3.2 van de Taxiverordening Amsterdam 2012) maar dat is voor de gedragingen van taxichauffeurs niet geregeld. Het betoog dat het college van b en w één schorsing en/of een waarschuwing had moeten opleggen, slaagt daarom niet. Het college van b en w is in dit geval bevoegd om de taxivergunning twee keer te schorsen naar aanleiding van de overtredingen.

Het college van b en w heeft die bevoegdheid ook mogen gebruiken. De gevolgen van het tweemaal opleggen van een schorsing voor die overtredingen zijn vooralsnog niet onevenredig in verhouding tot de met de besluiten te dienen doelen. De schorsing van de taxivergunning is een geschikt en noodzakelijk middel om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het aanbod van taxivervoer voor de opstapmarkten in de gemeente Amsterdam wordt gewaarborgd. Het niet opvolgen van een aanwijzing is strijdig met de basisvoorwaarde dat een taxichauffeur met gedrag en handelen professioneel en herkenbaar is. Het door rood tegen het verkeer in rijden is in strijd met de basisvoorwaarde dat de taxichauffeur de veiligheid van de consument en overige personen in acht neemt. Aan deze belangen en basisvoorwaarden, die verzoeker als vergunninghouder moet naleven, heeft het college van b en w meer waarde mogen hechten dan het (financiële) belang dat verzoeker heeft bij het niet schorsen van zijn taxivergunning. Het college van b en w hoeft het verlies in omzet van de opstapmarkt gedurende twee weken niet zwaarder te wegen dan de hiervoor genoemde belangen. De opstapmarkt is een belangrijke inkomstenbron voor verzoeker, maar dat laat onverlet dat de periode van schorsing kort is (twee weken) en hij nog wel toegang heeft tot de bel- en contractmarkt en opstapmarkten in andere gemeenten zonder systeem van taxivergunningen. Voor zover verzoeker in de bel- en contractmarkt onvoldoende omzet genereert en hij niet in de opstapmarkt van een andere stad kan werken, is dat maar van korte duur. Ook verder is niet vast komen te staan dat verzoeker deze periode niet kan rondkomen. De genoemde financiële gevolgen maken de schorsingsbesluiten dus niet zo onevenwichtig dat die niet in verhouding staan tot de met de schorsingen te dienen doelen.

Conclusie

6 De voorzieningenrechter concludeert dat de met de schorsingsbesluiten opgelegde maatregelen bij de te nemen beslissing op bezwaar in stand kunnen blijven. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

w.g. M.M. Smorenburg w.g. M. Ettema

Bijlage

Taxiverordening Amsterdam 2012

Artikel 2.14 Voorschriften en beperkingen Taxxxivergunning

1. Onverminderd artikel 1.4 verbindt het college in ieder geval de volgende voorschriften aan de Taxxxivergunning:

a. de chauffeur houdt zich bij het aanbieden van taxivervoer op grond van de Taxxxivergunning aan de volgende eisen ter bevordering van de kwaliteit van het taxivervoer in Amsterdam:

1º. professionaliteit en herkenbaarheid: de chauffeur laat door gedrag en handelen laten zien dat deze professioneel is en dat deze oog heeft voor de herkenbaarheid ten behoeve van de klant;

[…]

4º. veiligheid: de chauffeur neemt de veiligheid van de consument en overige personen in acht;

[…]

2. Het college bepaalt in nadere regels welke gedragingen en verplichtingen in ieder geval onder de in het eerste lid, onder a, gestelde eisen vallen.

3. Het college kan in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, nadere regels stellen aan gedragingen of verplichtingen van een chauffeur in het bezit van een Taxxxivergunning.

Artikel 3.3 Bestuursrechtelijke maatregelen en sancties aan chauffeurs

1. Het college kan overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.12 en 2.14 sanctioneren met:

a. schorsing van de Taxxxivergunning; […]

3. Bij toepassing van de in het eerste lid genoemde sancties kan het college onder meer rekening houden met:

a. het soort en totaal aantal overtredingen door de chauffeur;

b. de mate van herhaling van het aantal overtredingen binnen een periode van één jaar.

Besluit Nadere regels eisen chauffeurs 2018

Artikel 2 Professionaliteit en herkenbaarheid, aanhef en onder f

Onder de minimale kwaliteitseis professionaliteit en herkenbaarheid als bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 wordt in ieder geval verstaan dat de chauffeur:

f. de aanwijzingen van een ambtenaar in functie of een andere door het college aangewezen persoon die ten doel heeft de kwaliteit van taxivervoer in Amsterdam te bevorderen, onverwijld opvolgt;

Artikel 5 Veiligheid, aanhef en onder k

Onder de minimale kwaliteitseis veiligheid, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 wordt in ieder geval verstaan dat de chauffeur:

k. met zijn rijgedrag de consument of andere weggebruikers niet in gevaarlijke situaties brengt of kan brengen.

Handhavingsbeleid Taxi 2019 gemeente Amsterdam

Schema C. Overtreding Taxiverordening door een TTO-chauffeur

[…]

Art. 2.15 Taxiverordening Amsterdam 2012 en art. 2, onder f en h / art. 5, onder a, h, i en k / art. 6, onder c Nadere regels eisen chauffeurs 2018

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?