COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen
[naam] , te [vestigingsplaats] ( [naam] )
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
uitspraak
zaaknummer: 24/623
(gemachtigde: M.J.P. van Lieshout)
en
(gemachtigden: mr. S.H.B. van der Zalm en mr. I.M.H.G. van Lankveld)
Procesverloop
Met het besluit van 16 mei 2024 heeft de minister de aan [naam] te betalen steun op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 voor het jaar 2023 vastgesteld.
Met het besluit van 26 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] daartegen ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 2 februari 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van de minister deelgenomen.
Overwegingen
Inleiding
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is voor zover hier van belang vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde verordening 2022/1172. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023.
De minister heeft [naam] , een vennootschap, geen uitbetaling toegekend voor perceel 5, omdat zij dit perceel niet voor uitbetaling heeft opgegeven.
Wettelijk kader
2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
Standpunten partijen
Volgens [naam] is het niet opgeven van perceel 5 voor GLB-steun een kennelijke fout in haar Gecombineerde opgave van 1 november 2023. Het is voor haar niet meer te achterhalen waarom het vinkje, dat standaard is aangevinkt, is verwijderd. Zij had geen enkele reden om dit vinkje te verwijderen, omdat het een subsidiabel perceel betreft, en zij heeft ook geen melding ontvangen van het verwijderen van het vinkje. Het niet aanvragen van uitbetaling van één perceel is volstrekt onlogisch en is daarom aan te merken als een kennelijke fout, omdat niemand zichzelf (bewust) te kort zou doen. Nu zij voor één perceel geen uitbetaling heeft verzocht, had de minister dit verschil moeten opmerken.
De minister betwist dat sprake is van een kennelijke fout. De minister kon niet uitsluiten dat [naam] een reden had om dit perceel niet voor uitbetaling op te geven. De minister hoefde zich niet te verdiepen in de motieven van [naam] om het perceel wel of niet op te geven of na te gaan of zij haar aanvraag op een gunstiger wijze kon invullen. De beschikbare percelen zijn automatisch aangevinkt en [naam] heeft dit vinkje zelf verwijderd.
Beoordeling
Het College heeft in haar uitspraak van 20 mei 2023 (ECLI:NL:CBB:2025:311) aanvaard dat de minister bij de beoordeling van de kennelijke fout heeft aangesloten bij de uitgangspunten die golden onder de ‘oude’ GLB en die waren gebaseerd op een werkdocument van de Europese Commissie (Werkdocument AGR 49533/2002). Van een kennelijke fout is daarom, ook onder het GLB 2023, sprake als er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing, de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken en de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld (artikel 47 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023).
Het College is van oordeel dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een kennelijke fout. Er is geen sprake van een tegenstrijdig ingevulde aanvraag en deze bevat (ook) geen aanwijzingen dat [naam] perceel 5 voor uitbetaling had willen opgeven. Het is niet ondenkbaar dat er voor een aanvrager redenen kunnen zijn om bepaalde percelen niet op te geven en het is niet aan de minister om zich te verdiepen in de motieven van de aanvrager. De Gecombineerde opgave is zo ingericht dat de percelen die voor uitbetaling in aanmerking komen standaard zijn aangevinkt en dit vinkje is door (de gemachtigde van) [naam] verwijderd. Bovendien blijkt uit het in de Gecombineerde opgave opgenomen overzicht van de ingevulde gegevens voor de basispremie en eco-regeling duidelijk dat zij minder subsidiabele oppervlakte (en percelen) heeft opgegeven dan maximaal mogelijk zou zijn.
Slotsom
5 Het beroep slaagt niet. De minister hoeft geen kosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
w.g. R.C. Stam w.g. C.E.C.M. van Roosmalen
Bijlage
Uitvoeringsregeling GLB 2023
Artikel 11 Aanvraag
1. Een landbouwer die (…) een aanmelding tot deelname heeft gedaan dient in de periode van 15 oktober tot en met 30 november van het aanvraagjaar een aanvraag in. (…)2. Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in (…) artikel 46.
Artikel 47 Kennelijke fout
1. In aanvulling op artikel 59, zesde lid, van verordening (EU) 2021/2116 kan de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.
2 Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien:
a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing;
b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken; en
c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld. (…)