COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam] , te [vestigingsplaats] ( [naam] )
minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
beslissing
zaaknummers: 23/1841 en 24/58
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen
(gemachtigde: mr. C.A. van Kooten-de Jong)
en
(gemachtigde: mr. P.M.M. van Bennekom)
Procesverloop
[naam] heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van de minister van 8 november 2023 (24/58) en 29 augustus 2023 (23/1841).
De minister heeft bij verzoek van 13 maart 2026 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Dat verzoek ziet op de volgende stukken:
De minister heeft bij verzoek van 16 maart 2026 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Dat verzoek ziet op tabellen van de intake bij de opvanglocatie (intakeverslagen), voorzien van een verklaring van de dierenarts met paraaf en een stempel van de dierenartsenpraktijk van 13 maart 2026, ingediend op 16 maart 2026 (gedingstuk 31/Bijlage 4 - ondertekend intakeverslag in 23/1841 en gedingstuk 25/ Bijlage 6 - ondertekend intakeverslag in 24/58).
[naam] heeft gereageerd op de verzoeken van de minister en stemt niet in met de beperkte kennisname van de intakeverslagen.
Overwegingen
1. Het bedrijf houdt zich onder meer bezig met het houden van en handelen in schapen. Het geschil in de bodemzaken gaat over het handhavend optreden van de minister tegen [naam] . In deze zaken heeft de minister aan [naam] spoedbestuursdwang opgelegd om te voorkomen dat de gezondheid en het welzijn van de dieren van [naam] worden benadeeld. Vervolgens zijn de dieren in bewaring genomen en heeft de minister de kosten hiervan verhaald op [naam] .
2 De minister heeft verzocht dat alleen het College van de niet bewerkte versies van bovengenoemde stukken kennis zal nemen.
3 Volgens de minister staan in de bezoekrapporten (persoons)gegevens van derden, waaronder de naam van de dierenartspraktijk en de opslaghouder, de namen van dierenartsen en in de intakeverslagen de naam van de dierenartsenpraktijk en de (persoons)gegevens van de dierenarts. De opslaghouder heeft via een aanbestedingstraject een contract met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) afgesloten. Onderdeel van de overeenkomst tussen RVO en de opslaghouder is dat de gegevens van de opslaghouder geheim blijven. Dierenartsen van de opslaghouder hebben geen contractuele banden met de minister, maar werken in dienst van of voor de opslaghouder. Als de (persoons)gegevens van dierenartsen en opvanglocaties bekend worden, dan zal het wellicht in de toekomst moeilijker worden om contracten met bereidwillige opslaghouders af te sluiten en voor opslaghouders om dierenartsen zo ver te krijgen om meegevoerde dieren te beoordelen. In het verleden hebben zich bovendien ook nare incidenten voorgedaan met bedreigingen van de dierenarts van een opslaghouder. De minister doet ten aanzien van deze gegevens daarom een beroep op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze derden.
4 [naam] vindt beperkte kennisname niet gerechtvaardigd voor zover het de intakeverslagen betreft. Uit niets blijkt dat opslaghouders of dierenartsen niet ingeschakeld zouden willen worden als zij niet anoniem zouden kunnen blijven en/of dat dit is bedongen met opslaghouders. Opslaghouders zijn ook niet anoniem, omdat in de sector bekend is welke partijen opslaghouder zijn. Daarbij komt dat de NVWA zelf ook dierenartsen in dienst heeft die meegevoerde dieren kunnen beoordelen, als een tekort aan externe dierenartsen zou ontstaan. Het anoniem houden van dierenartsen is in strijd met het beginsel van equality of arms, omdat dan niet controleerbaar is of een persoon in kwestie daadwerkelijk deskundig is en kennis en kunde in huis heeft voor de controle van specifiek schapen. De enkele stelling dat een dierenarts geregistreerd is in het diergeneeskundige register is onvoldoende om dat te controleren.
Beoordeling
Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de minister er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn/haar taken nodig heeft.
Beperkte kennisneming bezoekrapporten
Het verzoek ziet op de bedrijfsnaam, contactgegevens en klantcodes van de opslaghouder en namen van dierenartsen die verder niet bij deze procedure betrokken zijn. De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de weggelakte delen van de bezoekrapporten bij de opslaghouder gerechtvaardigd is. In het geval van beroepshalve functioneren, kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer moet per geval worden afgewogen in het licht van de onder 5.3 genoemde belangen. De rechter-commissaris stelt vast dat de weggelakte gegevens steeds een klein deel betreffen van de stukken in hun geheel en geen afbreuk doen aan de begrijpelijkheid van de documenten. Bovendien heeft [naam] in de bodemzaak 23/1841 de rechtmatigheid van het kostenbesluit niet bestreden. Voor zover hij het kostenbesluit in 24/58 bestrijdt, is ook met de weggelakte informatie controleerbaar of een dier behandeld is waardoor de redelijkheid van de dierenartskosten controleerbaar is. De rechter-commissaris ziet daarom geen aanknopingspunten om te oordelen dat [naam] wordt benadeeld in zijn verdediging als hij niet op de hoogte is van deze gegevens. De rechter-commissaris ziet aanleiding om meer gewicht toe te kennen aan het belang van de minister om de persoonlijke levenssfeer van derden die niet bij deze procedure betrokken zijn te eerbiedigen. Gelet op het voorgaande acht het College het verzoek tot beperkte kennisneming van de onder het procesverloop vermelde stukken gerechtvaardigd.
De conclusie is dat hetgeen de minister ter motivering van haar verzoek om beperking van de kennisneming heeft aangevoerd naar het oordeel van de rechter-commissaris voldoende is om de gevraagde beperking van de kennisneming van de gegevens onder 6.1 gerechtvaardigd te achten. Het College kan alleen met toestemming van [naam] op de grondslag van deze stukken uitspraak doen. [naam] dient uiterlijk op de zitting kenbaar te maken of hij deze toestemming geeft.
Beperkte kennisneming intakeverslagen
Het verzoek ziet op de naam van de dierenarts die de intake van de inbeslaggenomen dieren bij de opslaghouder heeft gedaan en in de intakeverslagen de bodyscores (een cijfermatige weergave van de gezondheidstoestand van alle schapen) en aandoeningen heeft vastgesteld. De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de weggelakte delen wat betreft de naam van de dierenarts niet gerechtvaardigd is. In het geval van beroepshalve functioneren, kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer moet per geval worden afgewogen in het licht van de onder 5.3 genoemde belangen. De rechter-commissaris stelt vast dat [naam] in de bodemzaken in de kern betoogt dat de dieren niet door een deskundig dierenarts zijn gecontroleerd bij binnenkomst in de opvanglocatie. Zonder de weggelakte informatie is voor [naam] niet te controleren of en welke dierenarts de daarin opgenomen bodyscores (een cijfermatige weergave van de gezondheidstoestand van alle schapen) en aandoeningen heeft vastgesteld, zodat hij in zijn verdediging wordt geschaad. De minister heeft ook geen alternatieve mogelijkheid geboden om dit zonder bekendmaking van de naam te kunnen controleren. Weliswaar is in algemene zin te begrijpen dat de minister waarde hecht aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de dierenartsen die opslaghouders inschakelen, maar niet is gebleken dat zich concreet bij de dierenarts van deze opslaghouder incidenten hebben voorgedaan en/of dat daar concrete aanwijzingen voor zijn. In de vertrouwelijke versie van het document is geen koppeling te maken tussen de stempel van de dierenartsenpraktijk en/of de naam van de dierenarts met het bedrijf van de opslaghouder, zodat het door de minister gestelde contractuele belang in zoverre niet meeweegt. Dat kennisneming de controle van inbeslaggenomen dieren door dierenartsen in de toekomst kan bemoeilijken, is te onzeker verband om in dit geval een beperkte kennisneming te rechtvaardigen.
De conclusie is dat hetgeen de minister ter motivering van haar verzoek om beperking van de kennisneming heeft aangevoerd naar het oordeel van de rechter-commissaris onvoldoende is om de gevraagde beperking van de kennisneming van de gegevens onder 7.1 gerechtvaardigd te achten. Dit betekent dat de intakeverslagen teruggestuurd zullen worden. Stuurt de minister de intakeverslagen niet in, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomt.
Beslissing en vervolgstappen
De rechter-commissaris:
- beslist dat beperking van de kennisneming van de bezoekrapporten gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat [naam] uiterlijk op de zitting kenbaar maakt of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de bezoekrapporten uitspraak doet op het beroep.
- beslist dat beperking van de kennisneming van gedingstuk 31/ Bijlage 4 - ondertekend intakeverslag in 23/1841 en gedingstuk 25/ Bijlage 6 - ondertekend intakeverslag in 24/58 niet gerechtvaardigd is;
- bepaalt dat de intakeverslagen worden teruggezonden aan de minister;
- verzoekt de minister om uiterlijk op de zitting een nieuwe versie van de intakeverslagen aan het College en [naam] te overhandigen.
Aldus genomen door mr. M. Schoneveld, in tegenwoordigheid van mr. M. Ettema als griffier, op 18 maart 2026. .
w.g. M. Schoneveld w.g. M. Ettema