ECLI:NL:CBB:2026:158

ECLI:NL:CBB:2026:158

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 23/1553
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ruiming pluimveebedrijf, vogelgriep, hoogte tegemoetkoming - Artikel 4.3 van het Besluit diergezondheid bepaalt welke elementen een rol mogen spelen bij de vaststelling van de waarde van dieren die verdacht worden van besmetting met een dierziekte. De waarde van de geruimde kippen moet worden vastgesteld al naar gelang het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom. Op basis van een notitie van Wageningen Economic Research (WEcR) is het College van oordeel dat de waardetabellen zoals die worden opgesteld door WEcR in overeenstemming zijn met artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit diergezondheid in die zin dat de waarde van het pluimvee wordt berekend aan de hand van het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom van het pluimvee. De staatssecretaris mocht de tegemoetkoming daarom baseren op de op basis van de waardetabellen tot stand gekomen waardebepaling van de taxateur. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

Maatschap [naam 1] , te [vestigingsplaats] (maatschap)

de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

uitspraak

zaaknummer: 23/1553

(gemachtigde: mr. F.Th.M. Peters)

en

(gemachtigde: mr. P.J. Kooiman)

Procesverloop

Met het besluit van 15 augustus 2022 heeft de staatssecretaris aan de maatschap een tegemoetkoming in de schade vanwege de preventieve ruiming van het pluimvee van de maatschap toegekend.

Met het besluit van 20 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van de maatschap gedeeltelijk niet-ontvankelijk, en gedeeltelijk ongegrond verklaard.

De maatschap heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De eerste zitting was op 13 augustus 2025. Daaraan hebben deelgenomen namens de maatschap haar gemachtigde en [naam 2] , en de gemachtigde van de staatssecretaris. Het College heeft het onderzoek aan het einde van de zitting gesloten.

Op 14 augustus 2025 heeft het College het onderzoek heropend en de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld inzicht te geven in de wijze van totstandkoming van de waardetabellen van Wageningen Economic Research (WEcR).

De staatssecretaris heeft daarop, met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een notitie overgelegd van 7 november 2025, opgesteld door WEcR. De notitie gaat in op de uitgangspunten en berekeningswijzen die ten grondslag liggen aan de waardetabellen die WEcR periodiek opstelt ten behoeve van de waardebepaling van (geruimde) leghennen.

Op 2 december 2025 heeft de rechter-commissaris van het College beslist dat beperking van de kennisneming van de notitie van WEcR gerechtvaardigd is (ECLI:NL:CBB:2025:654).

De maatschap heeft verzocht om een nadere zitting.

De tweede zitting was op 18 maart 2026. Daaraan hebben deelgenomen namens de maatschap haar gemachtigde en [naam 2] , en namens de staatssecretaris zijn gemachtigde en [naam 3] .

Overwegingen

1 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Inleiding

In april 2022 is vlakbij de pluimveehouderij van de maatschap bij een ander bedrijf ‘aviaire influenza’ (vogelgriep) geconstateerd. Om verdere verspreiding te voorkomen, zijn alle kippen van de maatschap geruimd en zijn alle producten en voorwerpen die besmet konden zijn, vernietigd. De staatssecretaris heeft aan de maatschap een tegemoetkoming in de schade toegekend van € 172.806,50. Voorafgaand aan de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming, heeft een door de staatssecretaris aangewezen taxateur de waarde van de kippen en de producten en voorwerpen die voor vergoeding in aanmerking kwamen, op basis van een waardetabel getaxeerd op een bedrag van € 215.393,25. De reden dat de staatssecretaris de hoogte van de tegemoetkoming naar beneden heeft aangepast, is onder meer dat de taxateur ten onrechte toekomstige inkomsten of kosten had meegenomen in zijn berekening. De taxateur heeft daarop een aangepaste waardetabel aangeleverd waarbij is uitgegaan van een maximale leeftijd van de kippen van 103 weken.

De maatschap vindt het toegekende bedrag te laag. In deze zaak moet het College daarom de vraag beantwoorden of de staatssecretaris op juiste gronden heeft besloten om aan de maatschap een tegemoetkoming van € 172.806,50 toe te kennen.

Standpunt van de maatschap

De maatschap voert aan dat de staatssecretaris de waarde van de kippen onjuist heeft vastgesteld. De taxateur en de staatssecretaris hanteren voor de waardevaststelling van kippen waardetabellen die zijn opgesteld door WEcR. De maatschap heeft een deskundige, [naam 2] , gevraagd om een nieuwe waardetabel vast te stellen. [naam 2] heeft in zijn waardetabel van 19 oktober 2022 de marktwaarde van de kippen vermeerderd met een aantal kosten waar iedere pluimveehouder mee te maken krijgt, zoals bijvoorbeeld de kosten van voer, arbeid en vaste lasten. Ook is hij uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 100 weken. Op basis van de waardetabel van [naam 2] is de tegemoetkoming voor de geruimde kippen € 29.546,60 te laag uitgevallen.

Ook heeft de staatssecretaris volgens de maatschap de waarde van de ‘Öhne Kükentöten’ (OKT)-hennen te laag vastgesteld. De staatssecretaris gaat ervan uit dat de afschrijvingstermijn van week 24 tot week 75 loopt, maar de eieren van deze hennen worden tot aan week 103 als OKT-ei verkocht. Dat betekent dat de afschrijvingstermijn dus ook tot week 103 moet lopen. Voor de OKT-hennen is daarom volgens de onderneming € 17.339,54 te weinig vergoed.

Standpunt van de staatssecretaris

In de bezwaarfase heeft de maatschap aangevoerd dat de staatssecretaris voor de kippen een waardetabel had moeten gebruiken waarin een afschrijvingsperiode van 100 weken werd gehanteerd. De staatssecretaris heeft het bezwaar op dit punt niet-ontvankelijk verklaard, omdat de maatschap volgens de staatssecretaris geen procesbelang heeft. De aangepaste waardetabel die de staatssecretaris heeft gebruikt om de tegemoetkoming te bepalen, is namelijk gebaseerd op de verwachting dat de kippen tot week 103 op het bedrijf zouden blijven. Niet alleen is daarmee dus al tegemoetgekomen aan het bezwaar van de maatschap, ook is de uitkomst gunstiger vanwege de langere afschrijvingsperiode die de staatssecretaris heeft gebruikt.

Met betrekking tot de waardetabel die [naam 2] heeft ingebracht, stelt de staatssecretaris zich op het standpunt dat die tabel geen aanleiding vormt om af te wijken van de waardetabel die de staatssecretaris heeft gebruikt. Die tabel is tot stand gekomen op wetenschappelijke en onafhankelijke wijze door WEcR.

Over de waarde van de OKT-hennen heeft de staatssecretaris toegelicht dat die wordt vastgesteld op basis van een notitie van Wageningen University & Research, waaraan ook vertegenwoordigers uit de pluimveesector hebben bijgedragen. Uit die notitie blijkt dat de legperiode van OKT-hennen begint bij 24 weken, en dat de afschrijvingsperiode loopt tot week 75. In die periode van 52 weken verdient de pluimveehouder de extra kosten die hij moet maken voor OKT-hennen terug door een toeslag te rekenen op de prijs van OKT-eieren. Dat er mogelijk sprake is van inkomstenderving doordat de maatschap na week 75 ook nog eieren kon verkopen als OKT-ei, maakt niet dat zij recht heeft op een tegemoetkoming in die schade. Artikel 9.6 Wet dieren voorziet niet in een tegemoetkoming voor gederfde inkomsten of toekomstige schade.

Oordeel van het College

Sinds april 2021 regelt de Wet dieren de tegemoetkoming in de schade in de situatie dat dieren worden gedood en producten of voorwerpen worden vernietigd in het belang van de bestrijding van dierziekten. Voor die tijd bood artikel 86 van de – inmiddels vervallen – Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) daarvoor de grondslag. Op grond van artikel 9.8, vijfde lid, van de Wet dieren is de staatssecretaris bevoegd om de tegemoetkoming in de schade vast te stellen, nadat hij daarover is geadviseerd door een door hem aangewezen deskundige. Het is vaste rechtspraak van het College (zie de uitspraken van 20 september 2005 (ECLI:NL:CBB:2005:AU3647), 11 maart 2008 (ECLI:NL:CBB:2008:BC6530) en 6 november 2008 (ECLI:NL:CBB:2008:BG4415)) dat de staatssecretaris bij de bepaling van die tegemoetkoming in beginsel moet uitgaan van de waardevaststelling door de deskundigen. Alleen in uitzonderlijke gevallen zal de staatssecretaris van deze waarde moeten afwijken. Dat is het geval als de vaststelling van de waarde op basis van haar inhoud of op basis van de manier waarop zij tot stand is gekomen, onvoldoende recht doet aan de bijzondere omstandigheden op het pluimveebedrijf in kwestie, waardoor de staatssecretaris de waardevaststelling niet aan zijn besluit ten grondslag mag leggen.

Bij de taxatie van kippen vormen waardetabellen het uitgangspunt, die worden opgesteld door WEcR. Volgens de nota van toelichting bij het Besluit diergezondheid (Stb. 2021, 169) is het doel van het gebruik van waardetabellen om te komen tot een eenduidig systeem, waarbij op een gelijke en consistente wijze de marktwaarde van dieren wordt vastgesteld door deskundigen. Voor de meest gangbare categorieën pluimvee worden de waardetabellen ieder kwartaal geactualiseerd. Actualisatie gebeurt ook als er een diergezondheidscrisis uitbreekt.

Artikel 4.3 van het Besluit diergezondheid bepaalt welke elementen een rol mogen spelen bij de vaststelling van de waarde van dieren die verdacht worden van besmetting met een dierziekte. Omdat leghennen onder normale omstandigheden niet verhandeld worden, is het tweede lid van dat artikel in deze zaak van toepassing. Dat betekent dat de waarde van de geruimde kippen moet worden vastgesteld al naar gelang het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom. Uit de waardetabellen of de toelichting daarop blijkt niet of de daarin opgenomen waarde is vastgesteld aan de hand van het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom, en of in die waarde ook andere elementen zijn verdisconteerd die niet genoemd zijn in artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit diergezondheid. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de staatssecretaris op de eerste zitting toegelicht dat WEcR tot dat moment niet bereid was om openheid te geven over de achterliggende berekeningswijze en uitgangspunten van de waardetabellen, omdat zij vreest dat zij haar taak verliest als iedereen de berekeningen zou kunnen uitvoeren. Ook voor de staatssecretaris was de wijze waarop de waardetabellen tot stand komen een ‘black box’.

Om inzicht te krijgen in de wijze van berekening van de waarde van pluimvee zoals die tot uitdrukking komt in de waardetabellen en om te kunnen beoordelen of de waardetabellen in overeenstemming zijn met artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit diergezondheid, heeft het College de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om informatie te verschaffen over de deskundigen die de waardetabellen opstellen, de rekenmodellen die eraan ten grondslag liggen en op basis van welke parameters de berekeningen worden gemaakt. De staatssecretaris heeft daarop, met een beroep op artikel 8:29 van de Awb, een notitie van WEcR overgelegd waarin uitleg wordt gegeven over de manier waarop de waardetabellen tot stand komen en de berekeningswijze van de waarde van pluimvee. Op basis van deze notitie is het College van oordeel dat de waardetabellen zoals die worden opgesteld door WEcR in overeenstemming zijn met artikel 4.3, tweede lid, van het Besluit diergezondheid in die zin dat de waarde van het pluimvee wordt berekend aan de hand van het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom van het pluimvee.

[naam 2] heeft namens de maatschap een alternatieve waardetabel gemaakt. Toepassing van die waardetabel leidt tot een hogere tegemoetkoming in de schade. Het College stelt vast dat WEcR en [naam 2] in grote lijnen dezelfde berekeningsmethode gebruiken, maar andere parameters gebruiken als input voor de berekeningen. Daarbij geldt dat kleine verschillen, vanwege het vaak grote aantal geruimde leghennen, tot grote verschillen in de uiteindelijke tegemoetkoming kunnen leiden. De WEcR gebruikt parameters die zijn geënt op gegevens uit de sector, waarbij de WEcR (vanwege de onderlinge verschillen in bedrijfsvoering) zekere keuzes heeft moeten maken om tot een bruikbare benchmark te komen. Het College heeft geen concrete aanknopingspunten dat de waarde van de leghennen door die keuzes onvoldoende wordt benaderd. Daarom mocht de staatssecretaris voor de waardevaststelling naar het oordeel van het College gebruikmaken van de door WEcR vastgestelde waardetabellen.

Met betrekking tot de productieduur van de leghennen en de consequenties daarvan voor de waardebepaling, kan de staatssecretaris maatwerk toepassen. Dat heeft hij in de situatie van de maatschap ook gedaan. Hij heeft namelijk een tabel gebruikt die uitging van een legperiode van 103 weken en het College heeft geen reden om aan te nemen dat daarmee onvoldoende recht is gedaan aan deze bijzondere omstandigheid op het bedrijf van de maatschap. Met betrekking tot de waarde van de OKT-hennen heeft de staatssecretaris toegelicht dat de afschrijvingstermijn voor OKT eindigt in week 75, waarna er geen toegevoegde waarde meer is voor OKT-hennen. De maatschap stelt zich op het standpunt dat de eieren van deze hennen na week 75 nog steeds verkocht kunnen worden als OKT-ei (dus voor een hogere prijs) en dat de staatssecretaris deze door de ruiming misgelopen inkomsten ook moet vergoeden. Het College stelt vast dat de maatschap de afschrijvingstermijn van 75 weken voor OKT-hennen op zichzelf niet heeft betwist. Dat betekent dat al het meerdere dat de maatschap na week 75 voor de eieren had kunnen ontvangen, gederfde inkomsten zijn. Artikel 9.6, eerste lid, van de Wet dieren bepaalt limitatief welke posten voor vergoeding in aanmerking komen, namelijk schade door het doden van dieren en door vernietiging van producten of voorwerpen. Het artikel voorziet niet in een vergoeding voor gederfde inkomsten. De staatssecretaris hoefde daarom geen hogere tegemoetkoming toe te kennen voor de OKT-hennen.

Conclusie

6 Het beroep is ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, mr. J.L. Verbeek en mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

w.g. R.C. Stam de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Bijlage

Wet dieren

Artikel 9.6, eerste lid, aanhef en onder a en b

1. Uit het Diergezondheidsfonds wordt door Onze Minister aan de houder een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd, indien:

a. dieren worden gedood, of

b. producten of voorwerpen onschadelijk worden gemaakt of worden vernietigd.

Artikel 9.8, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, derde en vijfde lid

1. De tegemoetkoming in de schade bedraagt:

a. voor verdachte dieren: de waarde in gezonde toestand;

b. voor zieke of dode dieren: het bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gedeelte van de waarde in gezonde toestand;

c. voor producten: de marktwaarde, en

d. voor voorwerpen: de vervangingswaarde.

3. Voordat dieren worden gedood of producten of voorwerpen onschadelijk worden gemaakt of vernietigd, wordt de waarde daarvan vastgesteld.

5. Onze Minister stelt, op basis van een advies over de waarde opgesteld door een door hem aangewezen deskundige, de tegemoetkoming in de schade vast.

Besluit diergezondheid

Artikel 4.3, tweede lid

2. In afwijking van het eerste lid is de waarde van een dier of product dat zich bevindt in een levensfase of fase van het productieproces waarin het onder normale omstandigheden niet verhandelbaar is, de waarde, al naar gelang het gebruiksdoel, de aanwending, de leeftijd of ouderdom.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand