COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V., te Amstelveen
Royal Schiphol Group N.V. (Schiphol), te Schiphol
International Air Transport Association (IATA), te Montreal (Canada)
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster
beslissing
zaaknummers: 25/549, 25/550, 25/551, 25/572 t/m 25/576
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
KLM Cityhopper B.V., te Schiphol
Transavia Airlines C.V., te Schiphol
Martinair Holland N.V., te Schiphol
Société Air France S.A., te Roissy Charles de Gaulle (Frankrijk)
(gezamenlijk: KLM)
Delta Air Lines Inc. (Delta), te Atlanta (Verenigde Staten)
(gemachtigden: mr. P.J.F. Huizing, mr. J.I.J. van Pelt en mr. J.M. Mater)
(gemachtigden: mr. M.L. de Vries Lentsch, mr. A.J. van Schaik en mr. M. Rijke)
(gemachtigden: mr. M.J. Schaufeli, mr. M.L.S. Klein en mr. F.P.F. Terlouw)
en
(gemachtigden: mr. dr. L.M.F. Hummel, mr. A.B. Makking en mr. dr. A.N. Vroege).
Procesverloop
KLM en Delta, Schiphol en IATA hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de ACM van 27 mei 2025.
De ACM heeft op 9 januari 2026 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken met inventarislijst ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft delen van de dossierstukken die op de door de ACM ingezonden inventarislijst een codering hebben in de kolom ‘vertrouwelijk’.
KLM en Delta, Schiphol en IATA zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de mededeling van de ACM. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
Overwegingen
1. De ACM heeft in de toelichting op de mededeling aangegeven dat het gaat om drie categorieën concurrentiegevoelige informatie:
Gegevens van bij de beroepsprocedures betrokken luchtvaartmaatschappijen. Hierbij gaat het voornamelijk om informatie en gegevens over vlootvernieuwingsplannen en over de impact van de door Schiphol toegepaste tariefdifferentiatie. De luchtvaartmaatschappijen waarvan deze informatie en gegevens afkomstig zijn, zouden volgens de ACM onevenredig worden benadeeld als hun concurrenten hier kennis van zouden nemen. Dit terwijl die concurrenten ook zonder deze informatie in staat zijn om hun standpunten naar voren te brengen.
Gegevens van niet bij de beroepsprocedure betrokken luchtvaartmaatschappijen. Schiphol heeft als onderdeel van het onderzoek ook bedrijfsvertrouwelijke informatie verstrekt over andere luchtvaartmaatschappijen, die geen klachten hebben ingediend en/of niet bij de beroepsprocedures zijn betrokken. Dit betreft onder meer informatie over de (geschatte) impact van de door Schiphol toegepaste tariefdifferentiatie en informatie die deze partijen met Schiphol gedeeld hebben in het kader van de consultatieprocedure die voorafgaat aan de vaststelling van de tarieven en voorwaarden. Mede met het oog op het borgen van een vertrouwelijk verloop van de consultatiefase, waarbij het van belang is dat partijen vrijelijk kunnen spreken, en gelet op het bepaalde in artikel 8.25da, derde lid, van de Wet luchtvaart, hebben verschillende partijen de ACM verzocht om vertrouwelijke behandeling van deze informatie. KLM en Delta, en IATA zijn ook zonder deze informatie in staat om hun standpunten naar voren te brengen.
Gegevens van Schiphol. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om detailinformatie over haar kosten en marges en informatie over — dan wel ten behoeve van — haar interne besluitvorming. Hoewel Schiphol niet met de luchtvaartmaatschappijen concurreert, staan deze partijen wel in een leverancier-afnemer relatie tot elkaar. De Wet luchtvaart laat zoveel mogelijk ruimte aan hen om op commerciële basis met elkaar te onderhandelen. Het verstrekken van (detail)informatie over de strategie en/of bedrijfsvoering van Schiphol zou haar in deze context onevenredig benadelen, terwijl KLM en Delta, en IATA ook zonder deze informatie in staat zijn om hun standpunten naar voren te brengen.
2 Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
3 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van zijn/haar taken nodig heeft.
4 Gelet op de door de ACM gegeven toelichting oordeelt de rechter-commissaris dat de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Het gaat om bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid, voor zover al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl niet is gebleken dat kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten. De rechter-commissaris betrekt hierbij dat KLM en Delta, Schiphol en IATA in de gelegenheid zijn gesteld te reageren op het verzoek van de ACM, maar dat zij van die gelegenheid geen gebruik hebben gemaakt.
5 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Die toestemming is niet nodig voor een stuk dat een partij al kent. KLM en Delta, IATA en Schiphol worden verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken, voor zover zij deze stukken niet kennen, uitspraak doet op hun beroep.
Beslissing en vervolgstappen
De rechter-commissaris:
- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is;
- verzoekt KLM en Delta, IATA en Schiphol om binnen twee weken na heden schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van deze stukken uitspraak doet op het beroep, voor zover zij deze stukken niet kennen.
Aldus genomen door mr. B. Bastein, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 13 april 2026.
w.g. B. Bastein w.g. I.C. Hof