ECLI:NL:CBB:2026:251

ECLI:NL:CBB:2026:251

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 23/1667
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 3, eerste lid, gelet op artikel 4, eerste lid, van Verordening 1099/2009. Het slachthuis heeft de handmatige verdooftang tweemaal verkeerd gebruikt waardoor het varken twee keer een elektrische schok kreeg en niet werd bedwelmd. Het slachthuis heeft er niet voor gezorgd dat het varken elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd bespaard. De medewerker van het slachthuis had de handmatige verdooftang op de kop van het varken moeten gebruiken.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 op het hoger beroep van

[naam 1] B.V., te [vestigingsplaats] (slachthuis) (gemachtigde: F.Th.M. Peters)

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

uitspraak

zaaknummer: 23/1667

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2023, kenmerk 21/4150, in het geding tussen

het slachthuis

en

(gemachtigde: mr. D.J. van der Bij)

Procesverloop in hoger beroep

Het slachthuis heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:6133).

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

De zitting was op 13 maart 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van het slachthuis en de gemachtigde van de minister, bijgestaan door drs. [naam 2] .

Inleiding

Op 9 april 2020 heeft een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een inspectie verricht bij het slachthuis en zijn bevindingen neergelegd in een rapport van bevindingen van 15 april 2020. In het rapport van bevindingen is, voor zover hier van belang, het volgende beschreven.

“Ik keek uit op het einde van de lattenband, waar een bedrijfsmedewerker de bedwelmde en gestoken varkens aanket (een ketting op de achterpoot plaatsen, voorafgaand aan het ophangen).

Op dat moment hoorde ik rechts van mij een varken gillen. Ik verplaatste mijn blik richting de automatisch elektrische verdover en het begin van de lattenband. Ik zag daar dat de steker een varken probeerde te bedwelmen met de daar aanwezige handmatige verdooftang die dient als backup-apparatuur. Het betreffende varken lag in buikligging, achterpoten onder zich, en met zijn achterhand richting de steker. Bij correcte bedwelming liggen de varkens in zijligging, met de kop richting de steker. Dit varken was duidelijk niet correct bedwelmd: het varken gilde, trilde en bewoog actief zijn kop en ledematen. Ik zag dat de steker de handmatige verdooftang reeds in zijn hand had en dat hij de tang bij het varken halverwege de rug plaatste, op beide flanken. Het varken kreeg een elektrische schok en ging hierdoor iets anders liggen. Het gilde nog steeds. Vervolgens zag ik dat de steker opnieuw de tang gebruikte, dit keer zat de ene electrode op de borstingang en de andere op de zijkant van de borstkas. Het varken stopte met gillen en werd tonisch. Vervolgens werd het stijve varken gedraaid, waarna de steker een correcte kopbedwelming uitvoerde, en het varken stak ter uitbloeding.

Deze handelingen gebeurden zo snel dat ik tussendoor, vanuit mijn positie, niet voldoende kon ingrijpen. Ik noteerde het tijdstip van mijn bevindingen en controleerde hierna nog enkele varkens op correcte bedwelming en uitbloeding. Hierbij zag ik geen afwijkingen.

Vervolgens ben ik direct naar de kwaliteitsdienst gelopen om, samen met de medewerker van de kwaliteitsdienst, de camerabeelden terug te bekijken. Op de camerabeelden zagen we dat het betreffende varken heel snel en achterstevoren de korf van de automatische verdover was ingelopen. De medewerker bij de korf heeft vervolgens de steker verwittigd, waardoor deze klaar stond met de handmatige verdooftang. Echter, omdat het varken achterstevoren uit de automatische verdover kwam, kon hij niet goed met de verdooftang bij de kop komen. Hierna handelde hij zoals hierboven beschreven. Ik heb gevraagd om de beelden van het voorval op te slaan ter bewaring. De medewerker van de kwaliteitsdienst heeft vervolgens de steker en de medewerker die bij de korf stond bij zich geroepen om samen de beelden te bekijken, te melden dat dit niet mag, en de correcte acties in dergelijk geval te bespreken. Het bedrijf heeft ook een extra handmatige verdooftang besteld, voor aan de overzijde van de lattenband. Zowel de steker als de medewerker bij de korf beschikten over een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid, zie bijlage getuigschrift [naam 3] (de steker).

Ik stelde vast dat een medewerker van het slachthuis die zich bezig hield met het doden van dieren of daarmee verband houdende activiteiten er niet voor zorgde dat bij de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd voorkomen en zodoende niet beschikte over het passende vakbekwaamheidsniveau. Ik zag namelijk dat hij door verkeerd gebruik van de handmatige verdooftang een varken twee maal elektrische schokken toediende alvorens een correcte kopbedwelming uit te voeren. Hiermee is er ernstig vermijdbaar lijden berokkend aan dit varken. Het voorkomen van elektrische schokken vóór de bedwelming is een cruciale parameter bij elektrisch verdoven. Juist van eenieder met een getuigschrift van vakbekwaamheid mag verwacht worden dat hij/zij weet dat dergelijke elektrische schokken, wanneer deze niet doorheen de hersenen gaan, niet zorgen voor een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid en juist zeer ernstig lijden veroorzaken. Zodoende concludeer ik dat deze medewerker niet beschikte over een passend vakbekwaamheidsniveau.

Ik stelde vast dat de toegepaste bedwelmingsmethode niet pijnloos leidde tot bewusteloosheid en gevoelloosheid. Ik hoorde namelijk een varken luid gillen nadat bij dit onverdoofde varken de verdooftang op beide flanken gebruikt werd. Bij de tweede poging stopte het gillen, maar ook toen werden de hersenen niet blootgesteld aan een stroomsterkte. Hierdoor kon geen gegeneraliseerd epileptisch beeld gegenereerd worden, hetgeen nodig is voor een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid.”

De minister heeft vanwege deze bevindingen van de toezichthouder geconcludeerd dat het slachthuis het volgende beboetbare feit heeft begaan:

“Een varken werd niet gedood nadat het was bedwelmd volgens de methoden en de desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften zoals beschreven in Bijlage I. De toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid werd niet aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden. De elektrische nabedwelming werd niet uitsluitend gebruikt op de kop, maar tweemaal verkeerd halverwege de rug en op de borstkas. Hierdoor werden elektrische schokken niet voorkomen en werd er niet voor gezorgd dat het dier elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd bespaard.”

Volgens de minister heeft het slachthuis vanwege dit beboetbaar feit een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in samenhang gelezen met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren, in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, gelet op artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (Verordening 1099/2009).

De minister heeft het slachthuis voor deze overtreding een bestuurlijke boete van € 2.500,- opgelegd met zijn besluit van 29 januari 2021 (boetebesluit).

Met het besluit van 23 juni 2021 (beslissing op bezwaar), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft de minister het bezwaar van het slachthuis ongegrond verklaard en het boetebesluit gehandhaafd.

Uitspraak van de rechtbank

2 De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen.

“3.2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het rapport van bevindingen in voldoende mate wat eiseres wordt verweten. Het gaat in deze zaak om een incident in het slachthuis van eiseres waarbij het betreffende varken heel snel en achterstevoren de korf van de automatische verdover was ingelopen. Vervolgens heeft de verdover/steker het dier eerst op de verkeerde plekken verdoofd, namelijk eerst op beide flanken bij de rug en vervolgens op de borstingang en op de zijkant van de borstkas. Het varken kreeg hierdoor een elektrische shock en bleef gillen. Pas daarna is een juiste kopbedwelming uitgevoerd. Volgens verweerder leveren elektrische schokken, die niet door de hersenen gaan, geen staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid op, maar veroorzaken deze juist zeer ernstig lijden bij het dier. Uit het twee keer toedienen van een zeer pijnlijke elektrische shock aan het varken blijkt dat de betreffende medewerker (steker) niet over de vereiste vakbekwaamheid beschikte, aldus verweerder.

Anders dan eiseres kennelijk veronderstelt, gaat ook verweerder ervan uit dat het feit dat het varken achterstevoren uit de automatische verdover kwam, een incident of calamiteit is. Maar dit betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat de betreffende medewerker op juiste wijze heeft gehandeld. Dat de betreffende medewerker over een vakbekwaamheidsbewijs beschikt, waarin staat dat deze medewerker geschoold is in het verdoven in de hartstreek, maakt het voorgaande niet anders, omdat uit het boeterapport voldoende is gebleken dat hij in deze specifieke situatie niet adequaat heeft gehandeld. Het dier heeft volgens verweerder erg geleden, omdat tot twee keer toe op een onjuiste plaats een elektrische shock is toegediend. Beiden schokken hebben niet geleid tot een gegeneraliseerd epileptisch beeld waardoor er geen staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid is bereikt. Pas toen bij de derde poging een kopbedwelming werd uitgevoerd, is het varken op juiste wijze bedwelmd geraakt. Hierdoor is juist veel pijn bij het dier ontstaan, wat eiseres volledig kan worden verweten.

Verweerder heeft er ter zitting op gewezen dat de medewerker de noodstop had moeten gebruiken en naar de andere zijde had moeten lopen en daar het varken goed bij de kop had moeten verdoven. De rechtbank volgt verweerder in deze toelichting van zijn standpunt. Dat door eiseres een noodstop is geplaatst en een extra handverdover is aangeschaft, maakt de ernst van de overtreding niet minder.

Dit betekent dat sprake is van een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8, van de Regeling houders van dieren en gelezen in samenhang met artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, van de Verordening 1099/2009.”

Wettelijk kader

3 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling van het hoger beroep

4 Het College komt, evenals de rechtbank, tot het oordeel dat de minister terecht de overtreding heeft vastgesteld en de boete heeft opgelegd. Het College licht dat hieronder aan de hand van de hogerberoepsgrond van het slachthuis toe.

5 Het slachthuis voert aan dat het artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, van Verordening 1099/2009 niet heeft overtreden. Volgens het slachthuis was hier sprake van een zeer uitzonderlijke calamiteit, namelijk het achterstevoren in de automatische verdoofunit geraken van het varken. Het slachthuis kon dan ook niet worden geacht hierop te zijn voorbereid. Door deze calamiteit heeft het varken een stroomstoot op zijn achterhand gehad, die tot hevige schrik heeft geleid en de primaire oorzaak van het gillend geluid is geweest. Daarna heeft de medewerker van het slachthuis het varken zo snel mogelijk geprobeerd te verdoven, maar de ligging van het varken maakte het onmogelijk om direct de kop te bereiken. De band beklimmen om de kop wel te kunnen bereiken was onmogelijk, dan wel alleen te doen door de medewerker met gevaar voor eigen leven. In de wetenschap dat de automatische verdover naast de kop ook en vooral de hartstreek bedwelmt, heeft de medewerker geprobeerd de hartstreek te bereiken: de eerste poging faalde, de direct daaropvolgende poging lukte. De medewerker heeft naar beste weten snel en adequaat gehandeld. Het enige alternatief voor hem was niets doen. Dat zou een varken, dat vlak daarvoor een heftige stroomstoot op de achterhand had gekregen, alleen maar meer leed berokkenen.

Het College is van oordeel dat het slachthuis de handmatige verdooftang tweemaal verkeerd heeft gebruikt waardoor het slachthuis er niet voor heeft gezorgd dat het varken elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden werd bespaard. De medewerker van het slachthuis heeft de handmatige verdooftang namelijk niet op de kop van het varken gebruikt, wat wel had gemoeten. Gelet op bijlage I, hoofdstuk I, ‘Tabel 2 – Elektrische methoden’, van Verordening 1099/2009 had het varken ofwel uitsluitend op de kop elektrisch bedwelmd moeten worden ofwel van kop tot lichaam elektrisch bedwelmd moeten worden. Het slachthuis betwist dat ook niet. Door de handmatige verdooftang te gebruiken bij het varken halverwege de rug op beide flanken en daarna op de borstingang en de zijkant van de borstkas, kreeg het varken twee keer een elektrische schok en werd het niet bedwelmd. In het rapport van bevindingen is beschreven dat als elektrische schokken niet door de hersenen gaan, er niet wordt gezorgd voor een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid maar zeer ernstig lijden wordt veroorzaakt. De minister heeft toegelicht dat het varken weliswaar heeft geleden door de schok in de automatische verdover, wat het slachthuis niet wordt aangerekend, maar dat de pijn daarna niet in een vaste hoeveelheid aanhoudt. Elke keer dat een nieuwe elektrische schok wordt gegeven, wordt leed aan het varken toegebracht. Dat wordt het slachthuis wel aangerekend. De stelling van het slachthuis dat er in dit geval desondanks een rechtvaardiging bestond voor de manier waarop de medewerker heeft gehandeld en hij geen alternatief had, volgt het College, net als de rechtbank, niet. Zo had de medewerker ervoor kunnen kiezen om de band stop te zetten en om de band heen te lopen zodat de medewerker de handmatige verdooftang op de kop van het varken kon gebruiken en het varken aldus kon bedwelmen. Het leed dat het varken is toegebracht door verkeerd gebruik van de handmatige verdooftang, was dus in elk geval op deze wijze wel vermijdbaar. Dat er een uitzonderlijke calamiteit aan vooraf is gegaan, zoals het slachthuis stelt, maakt dat niet anders. Op de zitting heeft het slachthuis nog gesteld dat de band stopzetten en omlopen langer zou duren dan de manier waarop de medewerker nu heeft gehandeld, namelijk dat dit ongeveer tien tot twintig seconden, maximaal een halve minuut, zou hebben geduurd. Gelet op dit minimale tijdsverloop en afgezet tegen de twee elektrische schokken die het varken ernstig leed hebben toegebracht, volgt het College het slachthuis niet in zijn betoog dat de medewerker met zijn handelwijze het varken het snelst uit zijn lijden zou hebben verlost.

Het College is gelet op het voorgaande, evenals de rechtbank, van oordeel dat de minister terecht heeft vastgesteld dat het slachthuis artikel 3, eerste lid, gelet op artikel 4, eerste lid, van Verordening 1099/2009 heeft overtreden en dat deze overtreding het slachthuis valt te verwijten. De minister was dan ook bevoegd het slachthuis daarvoor een boete op te leggen. De hogerberoepsgrond slaagt niet.

Overschrijding van de redelijke termijn

Het slachthuis heeft het College verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

In boetezaken geldt het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties (bezwaar, beroep en hoger beroep) is overschreden als die procedure in haar geheel langer duurt dan vier jaar. De termijn begint op het moment waarop een handeling wordt verricht waaraan de betrokkene in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat hem een bestuurlijke boete wordt opgelegd. De termijn eindigt op het moment waarop de rechter uitspraak doet in de procedure over het geschil dat de betrokkene en het bestuursorgaan verdeeld houdt.

In dit geval is de redelijke termijn aangevangen met het voornemen tot boeteoplegging van 30 november 2020. Het College ziet in de omstandigheden van dit geval geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar zou mogen bedragen. Op het moment van deze uitspraak, is de redelijke termijn overschreden met, naar boven afgerond, één jaar en zeven maanden. In de gevallen waarin de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden, handelt het College naar bevind van zaken. Het College ziet aanleiding de boete te matigen met 20% tot een bedrag van € 2.000,-.

Slotsom

8 De hogerberoepsgronden slagen niet. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn zal het College de uitspraak van de rechtbank vernietigen voor zover het de hoogte van de boete betreft. Verder zal het College het beroep tegen de beslissing op bezwaar gegrond verklaren, dat besluit vernietigen voor zover het de hoogte van de boete betreft en het boetebesluit in zoverre herroepen. Het College zal de boete vaststellen op € 2.000,-. Voor het overige zal het College de rechtbankuitspraak bevestigen.

9 Het College zal de minister veroordelen in de door het slachthuis in hoger beroep gemaakte kosten voor het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het doen van het verzoek, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

10 Omdat de overschrijding van de redelijke termijn is toe te rekenen aan de rechterlijke fase in hoger beroep zal de griffier van het College het in hoger beroep door het slachthuis betaalde griffierecht op grond van artikel 8:114, eerste lid, van de Awb terugbetalen. Het griffierecht in beroep zal op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb door de minister aan het slachthuis moeten worden vergoed.

Beslissing

Het College:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het de hoogte van de boete betreft;

- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;

- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

- vernietigt de beslissing op bezwaar voor zover het de hoogte van de boete betreft;

- herroept het boetebesluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt de boete vast op € 2.000,-;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de beslissing op bezwaar;

- veroordeelt de minister in de door het slachthuis gemaakte proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 467,-;

- draagt de minister op het door het slachthuis betaalde griffierecht in beroep van € 360,- aan het slachthuis te vergoeden;

- bepaalt dat de griffier van het College het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 548,- aan het slachthuis terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.W. Aerts, in aanwezigheid van mr. N.A. van Opbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

w.g. J.L.W. Aerts w.g. N.A. van Opbergen

Bijlage

Verordening 1099/2009

Artikel 3 Algemene voorschriften voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten, eerste lid:

1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.

Artikel 4 Verdovingsmethoden, eerste lid:

1. Dieren worden uitsluitend gedood nadat zij zijn bedwelmd volgens de methoden en de desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften zoals beschreven in bijlage I. De toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden.

De in bijlage I vermelde methoden die niet de onmiddellijke dood tot gevolg hebben (hierna „eenvoudige bedwelming” genoemd), worden zo spoedig mogelijk gevolgd door een methode die de dood garandeert, zoals verbloeden, pithing, elektrocutie of langdurige blootstelling aan zuurstoftekort.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand