ECLI:NL:CBB:2026:254

ECLI:NL:CBB:2026:254

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer 24/246 en 24/248
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:392

Samenvatting

Het hoger beroep van de tabaksfabrikant slaagt. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De proefmaand van de IQOS kwalificeert niet als reclame.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 9 juni 2026 op het hoger beroep van

[naam 1] B.V., te [vestigingsplaats 1] ( [naam 1] )

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

uitspraak

zaaknummers: 24/246 en 24/248

[naam 2] B.V., te [vestigingsplaats 2] ( [naam 2] ) (samen: [naam 1] )

(gemachtigden: mr. R.J. de Heer, mr. A. Mahmoud en mr. L.J.G. Knorringa)

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2024, kenmerken ROT 22/144 en ROT 22/1410, in het geding tussen

[naam 1]

en

(gemachtigden: mr. D.W. Gerritsen en mr. I. Renkema-Brink)

Procesverloop in hoger beroep

[naam 1] en [naam 2] hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:392).

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaken gegeven.

De zitting was op 5 maart 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 3] en [naam 4] , namens [naam 1] , en de gemachtigden van partijen.

Waar gaat deze zaak over

Een [productnaam 1] is een apparaat van [naam 1] dat is bedoeld voor het verhitten van (uitsluitend) [productnaam 2] tabaksticks. Op de website https://nl. [productnaam 1] .com/nl (website) werd een aanbieding gedaan, inhoudende dat het apparaat voor de duur van een maand op proef kon worden aangeschaft voor een bedrag van € 9,-. Als de consument het [productnaam 1] apparaat na de proefmaand niet retourneerde, maar wilde houden, moest de consument de aanschafprijs van het apparaat van € 49,- betalen (de aanbieding). De vraag die in deze zaken moet worden beantwoord is of de aanbieding moet worden beschouwd als reclame voor tabaksproducten of aanverwante producten (in dit geval [productnaam 2] tabaksticks), als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw).

Besluitvorming in de hoger beroepszaak 24/246 (zaaknummer ROT 22/144 in beroep)

Op 8 mei 2020 heeft een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een internetinspectie uitgevoerd van de website naar aanleiding van een intern signaal over een overtreding van het reclameverbod. Van deze inspectie is een rapport (rapport 1) gemaakt. In rapport 1 staat onder meer het volgende vermeld:

“Bevindingen:

Datum en tijdstip bevinding(en): 8 mei 2020, omstreeks 15:00 uur. (…)

Ik zag dat ik mij op het internet bevond op een website van “ [productnaam 1] ”. (…)

Ik klikte vervolgens in de kolom links op “ [productnaam 1] PROEFMAAND VOUCHER” en zag dat een nieuwe pagina opende (…). Nadat ik drukte op de + knop achter de vraag “Wat is een [productnaam 1] proefmaand voucher?” kreeg ik het volgende antwoord te lezen (Bijlage 1 nr. 7):

Een [productnaam 1] proefmaand voucher is een voucher met een tegoed voor een [productnaam 1] proefmaand bestelling op [productnaam 1] .nl.

(…) Ik klikte bovenaan op de pagina op het tabblad “Try” en zag dat een nieuwe pagina opende (…). (…) Ik zag daarbij een blauw gekleurde cirkel met in witte letters de tekst: “9€”. Ik zag hiernaast een iets kleinere terracotta gekleurde cirkel met in witte letters de tekst: “30 dagen”. Ik las aan de rechterzijde in blauwe letters de tekst: “Probeer vandaag” en “beslis later”. Hieronder las ik in blauwe letters de tekst: “Probeer [productnaam 1] nu 30 dagen voor 9€”. Hieronder zag ik een terracotta gekleurde balk met in witte letters de tekst: “start je proefmaand”. Ik scrolde naar beneden op de pagina en las vervolgens de tekst: “Hoe het werkt?” Ik zag vervolgens een uitleg in 5-stappen met afbeeldingen en tekst.

Ik las:

1. Kies je kleur

2 Voeg je proefmaand bestelling toe aan je winkelwagen

3 Betaal online

4 Probeer [productnaam 1] 30 dagen uit

5 Koop of retourneer

Ik scrolde naar beneden op de pagina en las vervolgens de tekst: “Start je proefmaand nu!”. Hieronder zag ik een terracotta gekleurde balk met in witte letters de tekst: “nu bestellen”. Hieronder las ik twee met sterretjes aangeduide verwijzingen. Ik las:

“*De verpakking bevat geen [productnaam 2] .”

“**Maximaal één toestel per persoon.”

Ik scrolde verder naar beneden op de pagina en las vervolgens in een gekleurd kader de tekst:

(…) “Na de proefmaand Kan je het apparaat houden door het aan te schaffen voor €49,-”

“Als je het apparaat wilt retourneren, is dat mogelijk zonder extra kosten. (…)””

Naar aanleiding van rapport 1 heeft de minister op 24 augustus 2020 aan [naam 1] zijn voornemen kenbaar gemaakt om een boete van € 450.000,- op te leggen wegens het overtreden van het reclameverbod, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Trw.

Met het besluit van 11 december 2020 (boetebesluit 1) heeft de minister een boete opgelegd aan [naam 1] van € 450.000,- vanwege overtreding van het reclameverbod.

Met het besluit van 2 december 2021 (bestreden besluit 1) heeft de minister het bezwaar van [naam 1] tegen het boetebesluit 1 ongegrond verklaard en het boetebesluit 1 in stand gelaten. De [productnaam 1] heeft geen enkel ander doel dan het verhitten van de [productnaam 2] tabaksticks. Vanwege dit onlosmakelijk verband is reclame voor de [productnaam 1] (een proefmaand voor € 9,-) ook onvermijdelijk reclame voor de [productnaam 2] tabaksticks. Volgens de minister wil [naam 1] de verkoop van de [productnaam 1] apparaten stimuleren door de proefmaand als laagdrempelige instapactie in te zetten. Door stimulering van de verkoop van [productnaam 1] apparaten, wordt de verkoop van [productnaam 2] tabaksticks indirect bevorderd. Dit is een handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten te bevorderen. De vermelding van deze proefmaand op de website van [naam 1] wordt ook aangemerkt als een vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct tot doel heeft dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft. Door de proefmaand wordt het de consument aantrekkelijker gemaakt om het product uit te proberen. De consument mag het apparaat gebruiken en binnen 30 dagen alsnog retourneren. Daarmee is sprake van reclame.

Besluitvorming in de hoger beroepszaak 24/248 (zaaknummer ROT 22/1410 in beroep)

Op 18 december 2020 heeft een toezichthouder van de NVWA een herinspectie uitgevoerd van de website naar aanleiding van de inspectie op 8 mei 2020. Van deze inspectie is een rapport (rapport 2) gemaakt. In rapport 2 staat onder meer het volgende vermeld:

“(…) Bevindingen:

Datum en tijdstip bevinding(en): 18 december 2020, omstreeks 11:15 uur. (…)

Ik klikte vervolgens in de kolom links op “ [productnaam 1] PROBEREN” en zag dat een nieuwe pagina opende (…). Nadat ik drukte op de + knop achter de vraag “Hoe werkt de [productnaam 1] proefmaand?” kreeg ik het volgende antwoord te lezen (Bijlage 1 schermafbeelding 12):

De [productnaam 1] proefmaand is een service om [productnaam 1] te proberen. Je krijgt van ons een nieuw [productnaam 1] apparaat toegestuurd met uitleg hoe je het gebruikt. [productnaam 2] zijn niet inbegrepen. (…)

Nadat ik drukte op de + knop achter de vraag “Wat is er inbegrepen bij de [productnaam 1] Proefmaand?” kreeg ik het volgende antwoord te lezen

(…)

[productnaam 2] zijn niet inbegrepen en dienen apart te worden aangeschaft. (…)

Ik klikte vervolgens in de kolom links op “ [productnaam 1] VOUCHER” en zag dat een nieuwe pagina opende (…).

Ik klikte bovenaan op de pagina op het tabblad “Proberen” en zag dat een nieuwe pagina opende (…) Ik zag daarbij een blauw gekleurde cirkel met in witte letters de tekst: “30 dagen 9€”. Ik las aan de linkerzijde in zwarte letters de tekst: “Probeer vandaag” en “beslis later”. Hieronder las ik de tekst: “Probeer [productnaam 1] nu 30 dagen voor 9€, besluit daarna om [productnaam 1] te kopen of retourneren”. Ik scrolde naar beneden op de pagina en las vervolgens de tekst: “start je proefmaand nu!”. Ik zag dat hieronder een pushbutton was aangebracht met als opschrift “NU BESTELLEN”. Ik las verder de

tekst: “* De verpakking bevat geen [productnaam 2] en Maximaal 1 apparaat per persoon”. Nadat ik op deze bestelknop had gedrukt opende er een nieuwe pagina (…). En las bij de afbeelding de tekst: “30 dagen proberen” en “ [productnaam 1] 2.4. plus kit huren” (…) Ik zag een button met de tekst “Details” waar ik op klikte en de volgende tekst zichtbaar werd

(…)

* [productnaam 2] tabaksticks zijn niet inbegrepen. (…)”

Naar aanleiding van rapport 2 heeft de minister op 10 mei 2021 aan [naam 2] zijn voornemen kenbaar gemaakt om een boete van € 450.000,- op te leggen wegens het overtreden van het reclameverbod, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Trw. Wegens recidive is de boete op grond van de bijlage bij de Trw verhoogd tot € 450.000,-, rekening houdend met een boetebesluit van 16 maart 2018 dat eerder is opgelegd aan [naam 5] . ( [naam 5] ).

Met het besluit van 23 juli 2021 (boetebesluit 2) heeft de minister een boete opgelegd aan [naam 2] van € 450.000,- vanwege overtreding van het reclameverbod.

Met het besluit van 9 februari 2022 (bestreden besluit 2) heeft de minister het bezwaar van [naam 2] tegen het boetebesluit 2 ongegrond verklaard en het boetebesluit 2 in stand gelaten. Volgens de minister wil [naam 2] de verkoop van de [productnaam 1] apparaten stimuleren met de proefmaand als laagdrempelige instapactie. Door stimulering van de verkoop van [productnaam 1] apparaten, wordt de verkoop van [productnaam 2] tabaksticks indirect bevorderd. Zonder [productnaam 2] tabaksticks kan de [productnaam 1] namelijk niet worden gebruikt. Met de proefmaand wordt dus ook reclame gemaakt voor de [productnaam 2] tabaksticks.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Trw is elke vorm van reclame of sponsoring verboden (reclameverbod).

De definitie van reclame staat in artikel 1, eerste lid, van de Trw:

‘reclame: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product’

Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Uitspraak van de rechtbank

Met de uitspraak van 25 januari 2024 heeft de rechtbank de beroepen van [naam 1] en [naam 2] gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de boetebesluiten herroepen wat betreft de hoogte van de boete. Voor zover voor deze hoger beroepen van belang heeft de rechtbank als volgt overwogen (waarbij voor eiser [naam 1] moet worden gelezen en voor de staatssecretaris de minister):

“Hebben eiseressen het reclameverbod overtreden?

(…)

De rechtbank heeft al eerder geoordeeld (bijvoorbeeld de uitspraken van 4 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5347, en van 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7551) dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt stelt dat de Trw een “allesomvattende definitie” van het reclamebegrip bevat die “in de meest brede zin des woords” moet worden begrepen en waarop alleen de wettelijk geregelde uitzonderingen gelden (Kamerstukken II 2000-2001, 26 472, nr. 7, -. 19). Tussen partijen is niet in geschil dat geen van die uitzonderingen zich in deze zaken voordoet.

De staatssecretaris stelt in het verweerschrift terecht dat ondanks dat de [productnaam 1] zelf op het moment van het opmaken van de rapporten van bevindingen buiten de definitie van tabaksproduct of aanverwant product viel, de ruimte om reclame te maken voor de [productnaam 1] wel door het reclameverbod wordt beperkt. De rechtbank onderschrijft het standpunt van de staatssecretaris dat de [productnaam 1] en de [productnaam 2] over en weer speciaal voor elkaar zijn ontwikkeld en nauw met elkaar zijn verbonden en dat eiseressen hier in hun communicatie over de [productnaam 1] rekening mee dienen te houden.

De staatssecretaris heeft in de bestreden besluiten terecht aangenomen dat sprake was van een uitprobeeractie, omdat op de website teksten stonden als “Probeer vandaag. Beslis later”, “Probeer [productnaam 1] 30 dagen voor 9 euro, besluit daarna om [productnaam 1] te kopen of retourneren”, “30 dagen proberen” en “Start je proefmaand nu”. Ook heeft hij zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een laagdrempelige instapactie, waarmee de verkoop van de [productnaam 1] wordt gestimuleerd en dat daardoor ook de verkoop van [productnaam 2] indirect wordt bevorderd. Zonder [productnaam 2] kan de [productnaam 1] immers niet gebruikt worden. Ter zitting is namens eiseressen gesteld dat dit niet juist is, maar eiseressen hebben deze stelling niet onderbouwd. Reeds daarom leidt dit niet tot een ander oordeel.

De rechtbank neemt verder nog in aanmerking dat uit het rapport van bevindingen van de eerste inspectie blijkt dat [productnaam 2] één keer wordt genoemd, namelijk op de subpagina “Try”: “*De verpakking bevat geen [productnaam 2] .” Daarmee wordt door middel van de proefmaand dus bekendheid gegeven aan [productnaam 2] . Uit het rapport van bevindingen van de herinspectie blijkt dat [productnaam 2] vaker wordt genoemd: “ zijn niet inbegrepen.”, “[productnaam 2] zijn niet inbegrepen en dienen apart te worden aangeschaft.” en “* [productnaam 2] tabaksticks zijn niet inbegrepen.

Met de staatssecretaris is de rechtbank van oordeel dat het doel van de proefmaand niet anders kan zijn dan om kopers ertoe te verleiden om voor een laag instapbedrag een duur product af te nemen waarvan bekend is dat het bedoelde gebruik een verslavende werking heeft en waarvan eiseressen weten, althans behoren te weten, dat het doel van de wetgever is om dergelijke verkopen te verminderen.

Gelet op het voorgaande heeft de staatssecretaris het aanbieden van de koop op proef voor de [productnaam 1] dan ook terecht aangemerkt als een handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten te bevorderen én heeft hij de vermeldingen over deze koop op proef terecht aangemerkt als een vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft. Van strijd met het motiveringsbeginsel is geen sprake. Het had eiseressen duidelijk kunnen en moeten zijn dat de proefmaand onder het allesomvattende reclameverbod van artikel 5, eerste lid, van de Trw valt. Daarmee was deze norm voor eiseressen voldoende duidelijk, bepaald en kenbaar en waren eiseressen voldoende in staat hun gedrag daarop af te stemmen. Van de gestelde strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het lex certa-beginsel is geen sprake.`

De staatssecretaris stelt zich daarom terecht op het standpunt dat sprake is van tweemaal een overtreding van het reclameverbod. De staatssecretaris was dus bevoegd om eiseressen daarvoor te beboeten.”

Standpunten van partijen in hoger beroep

[naam 1] voert in hoger beroep, kort samengevat, aan dat de proefmaand (en de vermelding daarvan) geen reclame is. Er is geen sprake van een handeling in de economische sfeer met het doel de verkoop van tabaksproducten te bevorderen. Ieder aanbod tot de aankoop van [productnaam 1] is een handeling in de economische sfeer. Het reclameverbod is niet zo breed dat elk aanbod van de [productnaam 1] , ook meteen reclame voor de [productnaam 2] tabaksticks zou opleveren. Zo ver strekt het reclameverbod niet. De proefmaand is aan te merken als koop op proef, als bedoeld in artikel 7:45 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is een species van de reguliere koopovereenkomst, waarvoor geen beperking geldt met betrekking tot het product dat op die wijze wordt verkocht. De verkoopbeperkingen van de Trw hebben betrekking op de context en de locaties van de verkoop, en niet op de rechtsfiguur of het type (koop)overeenkomst. De koop op proef is bovendien niet financieel aantrekkelijker dan de gewone koop van de [productnaam 1] (aankoopprijs van de [productnaam 1] is € 49,- bij de reguliere koop, en uiteindelijk in totaal € 58,- bij de koop van de [productnaam 1] na de proefmaand (€ 49,- + € 9,-)). De overweging van de rechtbank dat kopers werden verleid om voor een laag instapbedrag een duur product af te nemen is dus onjuist. Dat bij het aanbod uitdrukkelijk werd aangegeven dat de [productnaam 2] geen onderdeel zijn van de aankoop, is niet bedoeld om de aankoop van [productnaam 2] te bevorderen, maar om duidelijk te maken wat de inhoud van het aanbod is. [naam 1] is verplicht te vermelden wat het aanbod is om de consument accuraat en volledig te informeren om verwarring (of zelfs misleiding) te voorkomen. Dit is niet het stimuleren van de verkoop van [productnaam 2] . Het is niet aangetoond dat het doel van de proefmaand was om de verkoop van de producten ( [productnaam 1] en [productnaam 2] tabaksticks) te bevorderen. Daarnaast is er met de vermelding van de uitprobeeractie geen sprake van een commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of een aanverwant product tot doel, dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft. Het gaat bij de vermelding van de proefmaand om een beschrijving van voorwaarden van de gefaseerde aankoop (een reguliere aankoop) en niet om een mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaks- of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg zou hebben. Het gaat te ver om elke mededeling, inclusief neutrale informatie die wordt verschaft aan het publiek bij reguliere verkoop (zoals de mededeling: ‘de [productnaam 1] kost EUR 49,-’), als een commerciële mededeling te beschouwen. Dat zou leiden tot een onbegrensde en onwerkbare definitie van reclame.

De minister stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de proefmaand wel moet worden beschouwd als reclame, omdat de verkoop van [productnaam 2] tabaksticks indirect wordt bevorderd door de promotie voor de verkoop van [productnaam 1] apparaten. Hij verwijst naar de motivering in de bestreden besluiten en stelt dat de rechtbank op goede gronden tot het oordeel is gekomen dat het reclameverbod wordt overtreden met de proefmaand.

Beoordeling van het hoger beroep

Naar het oordeel van het College zijn de proefmaand en de vermelding daarvan geen reclame, als bedoeld in artikel 1 van de Trw. Op het moment van de inspectie en de herinspectie was de online verkoop van de [productnaam 1] toegestaan en werd de [productnaam 1] niet aangemerkt als tabaksproduct, als bedoeld in artikel 1 van de Trw, waarvoor het reclameverbod geldt. Zoals [naam 1] terecht aanvoert, gaat het bij de proefmaand om een koop op proef, als bedoeld in artikel 7:45 van het BW. Omdat op het moment van de inspectie en herinspectie de online verkoop van de [productnaam 1] nog niet was verboden, was deze manier van verkoop van de [productnaam 1] dus legaal. Dat koop op proef een variant van reguliere koop is die drempelverlagend kan werken voor de consument, maakt dat niet anders. De wetgever had er op het moment van de inspectie en de herinspectie nog niet voor gekozen om de online verkoop van de [productnaam 1] , zij het door middel van reguliere koop of bijzondere koop, te verbieden. Het was dus ook niet verboden een beschrijving (van de voorwaarden) van de proefmaand te vermelden, waaronder de teksten op de website ‘Probeer vandaag. Beslis later’, ‘Probeer [productnaam 1] 30 dagen voor 9 euro, besluit daarna om [productnaam 1] te kopen of retourneren’, ‘30 dagen proberen’ en ‘Start je proefmaand nu’ die de rechtbank in haar uitspraak noemt. Dat het hierbij verder gaat dan een beschrijving van de voorwaarden en het aanbieden van de [productnaam 1] door middel van koop op proef, is niet aangetoond. Het College volgt het betoog van [naam 1] dat het reclameverbod niet zo ver strekt dat het aanbod van de [productnaam 1] , door middel van een legale manier van verkoop, onvermijdelijk ook reclame voor de [productnaam 2] tabaksticks zou opleveren. Van een handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen is geen sprake. Verder betreft de vermelding ‘De verpakking bevat geen [productnaam 2] ’ slechts informatie voor de consument over de aanbieding en het ontbreken van de [productnaam 2] tabaksticks daarbij. Dit is informatie die de consument nodig heeft om een keuze te maken over de koop op proef van de [productnaam 1] . Deze vermelding op zichzelf kan niet worden aangemerkt als commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct ( [productnaam 2] tabaksticks) tot doel, dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft.

Deze hogerberoepsgrond slaagt. De aanbieding, inclusief de vermelding dat [productnaam 2] daarin niet zijn inbegrepen, vormt geen reclame als bedoeld in de Trw. Dat betekent dat het reclameverbod niet is overtreden en de minister niet bevoegd was de boetes voor overtreding van het reclameverbod op te leggen.

Slotsom

6 De hoger beroepen van [naam 1] en [naam 2] slagen. Het College zal de uitspraak van de rechtbank vernietigen en, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, de beroepen van [naam 1] en [naam 2] tegen de bestreden besluiten gegrond verklaren, deze beslissingen vernietigen en de boetebesluiten herroepen. De overige hogerberoepsgronden van [naam 1] en [naam 2] kunnen onbesproken blijven.

7 Nu de hoger beroepen slagen en het College de uitspraak van de rechtbank zal vernietigen, zal ook de daarin opgenomen proceskostenveroordeling in bezwaar en beroep vervallen. Het College zal de minister daarom veroordelen in de door de tabaksfabrikant gemaakte proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor [naam 1] en [naam 2] ieder afzonderlijk vast op € 4.866,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting in bezwaar, met een waarde per punt van € 624,- en een wegingsfactor 1 voor het gewicht van de zaak, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting in beroep, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1, 1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting in hoger beroep, met een wegingsfactor 1 met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

8 Het College zal de minister ook opdragen het griffierecht in beroep van tweemaal € 365,- opnieuw aan elk [naam 1] en [naam 2] te vergoeden, omdat ook deze veroordeling met de te vernietigen uitspraak van de rechtbank komt te vervallen. Verder zal het College de minister opdragen het griffierecht in hoger beroep van tweemaal € 559,-aan elk [naam 1] en [naam 2] te vergoeden.

Beslissing

Het College:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. R.W.L. Koopmans en mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

J.L. Verbeek w.g. L. ten Hove

De voorzitter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

Bijlage

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Artikel 5:46, eerste en derde lid

1. De wet bepaalt de bestuurlijke boete die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan worden opgelegd.

3. Indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, legt het bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is.

Tabaks- en rookwarenwet (Trw)

Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:reclame: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product;

Artikel 5, eerste lid

1. Elke vorm van reclame of sponsoring is verboden.

Artikel 11b, eerste en tweede lid

1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen (…) 5 (…).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand