ECLI:NL:CBB:2026:259

ECLI:NL:CBB:2026:259

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 26/129 en 26/179
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroepen kennelijk niet-ontvankelijk vanwege misbruik van procesrecht.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 26/129 en 26/179

uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaken tussen

[naam] , te [woonplaats]

en

de Kamer van Koophandel (KvK)

(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).

Samenvatting

In deze uitspraak verklaart het College de beroepen van [naam] niet-ontvankelijk vanwege misbruik van procesrecht. Dat betekent dat het College de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt.

Beoordeling

1 Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het over voldoende informatie beschikt om tot dit oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

[naam] is in 1996 in conflict geraakt met de Coöperatieve Woonvereniging [plaats] waar hij lid van was. Hij is in 1996 uit zijn lidmaatschap ontzet en in een in januari 1997 gewezen vonnis in kort geding veroordeeld tot ontruiming van zijn woning en het verlaten van [plaats] . Sindsdien heeft [naam] vele procedures tegen [plaats] en (bestuurs)leden daarvan gevoerd. Kort gezegd gingen deze procedures over de personele wijzigingen van het bestuur van [plaats] die in 1996 plaats hebben gevonden. In het bijzonder ging het over de vraag of de algemene ledenvergadering (ALV) van 17 juni 1996 op rechtmatige wijze bijeen is geroepen. De Hoge Raad heeft hierover bij beschikking van 31 januari 2003 een definitieve beslissing genomen. Daarna hebben er nog verschillende procedures bij de civiele rechter plaatsgevonden. Bij vonnis van de rechtbank Groningen van 11 maart 2005 is het [naam] wegens misbruik van recht verboden [plaats] in rechte te betrekken, zich tot leden en/of het bestuur van [plaats] te richten en in procedures tegen [plaats] als gemachtigde op te treden, op straffe van verbeurte van een dwangsom bij overtreding van dit verbod.

Sinds 2009 heeft [naam] veelvuldig verzoeken aan de KvK gedaan met betrekking tot het doorhalen en inschrijven van bestuursleden van [plaats] in het handelsregister. Het College heeft op 30 maart 2017 uitspraak gedaan over één van deze verzoeken (ECLI:NL:CBB:2017:114). In deze uitspraak heeft het College geoordeeld dat het beroep van [naam] geen enkele kans van slagen heeft. Het gaat hem er niet om de (on)juistheid van een besluit van een bestuursorgaan aan de orde te stellen, maar om een reeds lang uitgeprocedeerde civiele kwestie weer ter discussie te stellen. Het College heeft het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard vanwege misbruik van procesrecht.

Op 20 mei 2025 heeft [naam] de KvK verzocht om ‘toezending van kopieën van gedane opgaven uit het historisch archief handelsregister, die de KvK met ingang van 16 juni 1996 tot 4 januari 1997 heeft ingeschreven in het handelsregister, met kenmerk 02020071’. Op 30 juni 2025 heeft [naam] beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep doorgestuurd naar de rechtbank Groningen. Met een uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank Groningen zich met toepassing van artikel 8:54 van de Awb onbevoegd verklaard. Op 5 februari 2026 is het verzet van [naam] tegen die uitspraak ongegrond verklaard. Daarna heeft de rechtbank het beroep doorgestuurd aan het College. Het beroep is bij het College geregistreerd met zaaknummer 26/129.

Op 8 juli 2025 heeft [naam] opnieuw een verzoek aan de KvK gedaan om inschrijving van bestuursleden van [plaats] in het handelsregister. In zijn verzetschrift verwijst [naam] voor het eerst naar dit verzoek en stelt hij dat de KvK ook op dit verzoek niet tijdig heeft beslist.

Op 2 februari 2026 heeft [naam] opnieuw een verzoek aan de KvK gedaan om inschrijving van bestuursleden van [plaats] in het handelsregister. Op 18 maart 2026 heeft hij bij het College beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op dit verzoek. Dit beroep is geregistreerd met zaaknummer 26/179.

4 Het College zal beide beroepen niet-ontvankelijk verklaren. Zoals hiervoor al is besproken, heeft het College op 30 maart 2017 geoordeeld dat [naam] misbruik van procesrecht maakt door steeds opnieuw procedures tegen de KvK te starten. Met de hierboven genoemde verzoeken en daaropvolgende beroepen tegen het niet-tijdig beslissen daarop, probeert [naam] wederom de reeds lang uitgeprocedeerde civiele kwestie ter discussie te stellen. Ook deze beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Voor het verzoek om toezending van stukken van 20 mei 2025 geldt bovendien dat de KvK deze op 15 oktober 2025 aan [naam] heeft toegezonden, zodat het beroep met nummer 26/129 ook in zoverre niet-ontvankelijk is.

5. Het College acht het in dit geval aangewezen [naam] erop te wijzen dat bij een eventueel nieuw beroep tegen door een door [naam] aan de KvK gevraagd besluit over dezelfde reeds uitgeprocedeerde civiele kwestie in beginsel wordt aangenomen dat sprake is van misbruik van recht.Conclusie en proceskosten

6. De beroepen zijn (kennelijk) niet-ontvankelijk vanwege misbruik van procesrecht. Gelet op artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Awb kan [naam] in de proceskosten van de KvK worden veroordeeld. Daarvoor bestaat echter geen aanleiding, omdat niet is gebleken dat de KvK proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het College verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

w.g. D. Brugman w.g. A.A. Dijk

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.A. Dijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand