ECLI:NL:CBB:2026:262

ECLI:NL:CBB:2026:262

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 09-06-2026
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer 24/978
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Invordering verbeurde dwangsom. Aanbieden van taxivervoer zonder Taxxxivergunning. Contractvervoer. Het opleggen van een last voor onbepaalde tijd – wat mogelijk heeft gemaakt dat sprake is van een tijdsverloop van zes jaar – is niet een bijzondere omstandigheid op grond waarvan moet worden afgezien van invordering. Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die leiden tot dit oordeel.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen

[naam] , te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

uitspraak

zaaknummer: 24/978

(gemachtigde: mr. D. Moes)

en

(gemachtigde: mr. M. ten Doesschate)

Procesverloop

Met het besluit van 20 juni 2024 heeft het college van b en w van [naam] een dwangsom ingevorderd.

Met het besluit van 8 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft het college van b en w het bezwaar van [naam] daartegen ongegrond verklaard.

[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college van b en w heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 12 maart 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam] en de gemachtigden van partijen.

Overwegingen

Inleiding

[naam] is taxichauffeur in Amsterdam. Het college van b en w heeft op 31 januari 2018 aan [naam] een last onder dwangsom opgelegd voor elke keer dat hij taxivervoer aanbiedt op de Amsterdamse opstapmarkt zonder Taxxxivergunning (dwangsombesluit). De hoogte van de dwangsom is bepaald op € 5.500,- per overtreding, met een maximum van € 27.500,-.

Op 4 mei 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente Amsterdam gezien dat [naam] met zijn taxi stilstond op de kruising van de Westerstraat/Eerste Anjeliersdwarsstraat. Omdat in de nabijheid een aantal uitgangsgelegenheden zijn en [naam] aangaf niet te zijn besteld, maar stond te wachten op klanten, heeft de toezichthouder hem staande gehouden op verdenking van het aanbieden van taxivervoer op de opstapmarkt in Amsterdam zonder taxivergunning en heeft van zijn bevindingen een rapport van bevindingen opgemaakt.

Het college van b en w heeft [naam] op 10 juni 2024 bericht dat hij een dwangsom van € 5.500,- heeft verbeurd, omdat hij op 4 mei 2024 in strijd met de last onder dwangsom weer artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening heeft overtreden door zonder Taxxxivergunning taxivervoer aan te bieden op de opstapmarkt.

2 Omdat [naam] niet binnen de gegeven termijn de dwangsom heeft betaald, heeft het college van b en w de verbeurde dwangsom van € 5.500,- van [naam] met het besluit van 20 juni 2024 ingevorderd. Met het bestreden besluit heeft het college van b en w het bezwaar ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit gehandhaafd.

Standpunt van partijen

[naam] is het niet eens met het invorderingsbesluit. Hij was op 4 mei 2024 aan het pauzeren omdat hij vlak daarvoor bestelde ritten voor Uber had gehad. Ook wordt hij onder contract besteld bij [plaats] ( [adres] ). Hiermee heeft hij voldoende weerlegd dat hij geen taxivervoer heeft aangeboden op de opstapmarkt, en dient het college van b en w aan te tonen dat daarvan wél sprake is. In dat verband is volgens [naam] van belang dat de toezichthouder niet heeft gezien dat hij is aangesproken door een (potentiële) klant, dat een klant is ingestapt of dat hij in het bezit was een daklicht en/of deze aanstond. Daarnaast is sprake van een onzorgvuldig onderzoek. De toezichthouder heeft niet gevraagd of hij op bestelde klanten stond te wachten, of naar bewijs dat hij op dat moment pauze hield. Het bestreden besluit is volgens [naam] dan ook niet zorgvuldig voorbereid. Ook is de (gehele) invordering van de dwangsom onevenredig zwaar. De enige gemaakte inschattingsfout om te pauzeren op een verkeerde plek, deed zich pas zes jaar na het opleggen van de last voor. Na zo’n lange periode zou niet meer tot invordering mogen worden overgegaan.

Het college van b en w heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zijn stellingen zullen, voor zover nodig, bij de beoordeling worden besproken.

Wettelijk kader

De Taxiverordening vindt haar wettelijke grondslag in artikel 82b van de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000). Op grond van artikel 82c van de Wp 2000, in samenhang gelezen met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is het college van b en w bevoegd tot handhaving van de in de Taxiverordening gestelde verplichtingen door oplegging van een last onder dwangsom.

Op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening is het verboden om zonder geldige Taxxxivergunning op de in bijlage 1 van de Taxiverordening aangegeven delen van de openbare weg taxivervoer aan te bieden, waaronder het gebied binnen de ring A10 van Amsterdam. Daaronder valt ook de in dit geding aan de orde zijnde locatie, de Westerstraat/Eerste Anjeliersdwarsstraat.

Beoordeling door het College

Eerst moet de vraag worden beantwoord of het college van b en w zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [naam] de dwangsom van € 5.500,- heeft verbeurd. Het College beantwoord deze vraag bevestigend en overweegt als volgt.

Het is vaste rechtspraak van het College (zie onder meer de uitspraak van 15 augustus 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:414, onder 7.3), dat indien een taxichauffeur zonder geldige Taxxxivergunning met een als taxi herkenbare auto stilstaat op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekendstaande plaats, zonder dat hij op dat moment bezig is met het ophalen (laden) of afzetten (lossen) van klanten die bij hem een taxirit hebben besteld, dat de conclusie rechtvaardigt dat hij daar taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt. Deze aanname kan door de taxichauffeur slechts worden weerlegd door aannemelijk te maken dat hij daar staat ter uitvoering van een bij hem bestelde taxirit of als gevolg van overmacht. De taxichauffeur die op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekendstaande plaats staat, zonder bezig te zijn met een bestelde taxirit, riskeert dan ook niet alleen een boete voor verkeerd parkeren of stilstaan op een plaats waar dat niet mag, maar ook dat hem een last onder dwangsom wordt opgelegd omdat hij zonder Taxxxivergunning taxivervoer aanbiedt, dan wel dat hij op grond van zo’n last een dwangsom verbeurt. Het College gaat er daarbij van uit dat het algemeen bekend is of bekend mag worden verondersteld, zeker bij (ervaren) taxichauffeurs in Amsterdam, welke plaatsen bekend staan als illegale opstapplaats.

Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] zich op 4 mei 2024 op een locatie bevond die bekend staat als illegale opstapplaats en dat hij daar stond met een als taxi herkenbare auto, niet ter uitvoering van een bij hem bestelde taxirit of als gevolg van overmacht. Het College is in lijn met voormelde rechtspraak ook in deze zaak van oordeel dat dat voor het college van b en w voldoende is om aan te mogen nemen dat [naam] daar toen taxivervoer op de opstapmarkt heeft aangeboden. Daarbij is niet relevant dat hij daar op dat moment stond om een pauze te houden. Beslissend is dat de situatie voor omstanders en handhavers van de gemeente Amsterdam de indruk wekt dat de taxi beschikbaar is voor vervoer. Dat hij geen klanten heeft aangesproken of dat de toezichthouder geen klanten in de taxi heeft zien instappen, maakt dit niet anders. Eerst op de zitting heeft [naam] de met [plaats] gesloten overeenkomst van contractvervoer (van 25 januari 2024) overgelegd. Anders dan [naam] veronderstelt, betekent dit niet dat hij – in strijd met de artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening – in de nabijheid van [plaats] op een illegale opstapplaats mag wachten tot een klant van dit café bij vertrek gebruik wil maken van zijn diensten. Voor het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, ziet het College geen aanknopingspunten.

Hieruit volgt dat [naam] de opgelegde last onder dwangsom op 4 mei 2024 heeft overtreden en de dwangsom heeft verbeurd. Het college van b en w was dan ook bevoegd om die dwangsom in te vorderen.

Voor zover [naam] betoogt dat het college van b en w na zes jaar niet meer tot invordering van de (gehele) dwangsom mag overgaan, raakt dit de rechtmatigheid van het besluit waarbij een last voor onbepaalde tijd is opgelegd. Dat besluit is in rechte onaantastbaar en hier niet aan de orde. Een belanghebbende kan in de procedure tegen het invorderingsbesluit in beginsel niet met succes gronden naar voren brengen die hij tegen de last onder dwangsom naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke omstandigheden (zie de uitspraak van het College van 7 mei 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:190 onder 4.4) en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:334 onder 7.2)).

[naam] heeft geen redenen aangevoerd waarom hij redelijkerwijs niet geacht kon worden gebruik te maken van zijn rechtsmiddelen tegen het dwangsombesluit. Daarnaast wordt het opleggen van een last voor onbepaalde tijd, wat mogelijk heeft gemaakt dat sprake is van een tijdsverloop van zes jaar, hier niet als een uitzonderlijke omstandigheid aangemerkt. Daarbij betrekt het College dat het opleggen van een last voor onbepaalde tijd is toegestaan (zie de uitspraak van de Afdeling van 24 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:209 onder 7.1)) en dat de last – zoals door het college van b en w is benadrukt – is opgelegd om herhaling van de overtreding te voorkomen gezien de overlast in Amsterdam van taxi’s die niet zijn aangesloten bij de Toegelaten Taxiorganisatie (TTO). Ook had [naam] gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om na een jaar bij het college van b en w om opheffing van de last onder dwangsom te verzoeken als bedoeld in artikel 5:34, tweede lid, van de Awb, maar heeft hij dat zelf nagelaten. Er is dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het college van b en w om die reden van invordering van de (gehele) dwangsom had moeten afzien.

Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die tot dit oordeel leiden. Bij een besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom dient aan het belang van invordering een groot gewicht te worden toegekend. Een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties ook worden geëffectueerd en dus dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd (zie de uitspraak van het College van 12 maart 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:99) en de onder 5.5 genoemde uitspraak van de Afdeling 2 februari 2022 onder 7.3). Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. Dat [naam] na zes jaar slechts een inschattingsfout zou hebben gemaakt door te pauzeren op een verkeerde plek, levert geen bijzondere omstandigheid op. Op de zitting heeft het college van b en w genoegzaam uiteengezet dat [naam] als ervaren taxichauffeur wist wat de regels zijn en daarom beter had moeten weten. Ook is erop gewezen dat de pakkans zeer klein is, en op de gevolgen van [naam] gedrag voor chauffeurs die wel zijn aangesloten zijn bij de TTO en hebben geïnvesteerd in een Taxxxivergunning. Het betoog van [naam] slaagt niet. Dit betekent dat het college van b en w gebruik heeft mogen maken van zijn bevoegdheid om de (gehele) dwangsom in te vorderen.

Conclusie

6 Het beroep is ongegrond. Het college van b en w hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Gijzen, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.

w.g. A. van Gijzen w.g. C.E.C.M. van Roosmalen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.E.C.M. van Roosmalen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand