COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/879
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen
Silver Specialistische Zorg B.V. (Silver), te Tilburg
(gemachtigde: mr. K.J. Breedijk)
en
de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
(gemachtigde: mr. A.G.K. van der Poel-Lutters)
Samenvatting
In deze uitspraak wijst het College het verzoek tot vergoeding van de proceskosten af.
Beoordeling
1. Het College heeft het onderzoek gesloten en doet uitspraak zonder zitting, omdat het over voldoende informatie beschikt om over het verzoek te oordelen, en omdat partijen, gelet op het bepaalde in artikel 8:57, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), geen gebruik hebben gemaakt van hun recht om ter zitting gehoord te worden.
2 Als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de kosten worden veroordeeld, zo bepaalt artikel 8:75a van de Awb.
3 Silver heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de NZa van 17 september 2024. Bij dat besluit heeft de NZa het bezwaar van Silver tegen haar beslissing van 25 april 2024 tot aanhouding van de aanvragen van Silver voor toekenning van een beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen voor de jaren 2023 en 2024 ongegrond verklaard. De reden voor die aanhouding was dat de NZa haar beslissing op die aanvragen niet kon baseren op een verdeelplan voor de beschikbare opleidingsplaatsen, omdat de door de minister van VWS vastgestelde verdeelplannen waren herroepen en de minister van VWS nog geen nieuwe verdeelplannen had vastgesteld. Het besluit van 17 september 2024 bevat de conclusie dat de NZa op goede gronden de afhandeling van de aanvragen voor een beschikbaarheidbijdrage voor de jaren 2023 en 2024 heeft aangehouden.
4 Met haar brief van 1 april 2026 heeft Silver haar beroep ingetrokken. Daarbij heeft zij aangegeven dat de minister met het besluit van 9 september 2024 (Stb. 2024, 257) opnieuw verdeelplannen heeft vastgesteld door aan de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG onderdeel D toe te voegen, waarin die verdeelplannen zijn opgenomen. Vervolgens heeft de NZa alsnog op de aanvragen van Silver voor de jaren 2023 en 2024 beslist en deze afgewezen. Silver heeft tegen de afwijzing van deze aanvragen bezwaar gemaakt.
Met haar uitspraak van 14 oktober 2025 heeft het College de in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG opgenomen toekenningsbeschikkingen (verdeelplannen) voor de jaren 2024 en 2025 herroepen. Silver heeft vervolgens aan de NZa verzocht om haar alsnog een beschikbaarheidbijdrage voor de jaren 2023 en 2024 toe te kennen en heeft een verzoek om schadevergoeding gedaan. De NZa heeft daarop afwijzend gereageerd.
5 De NZa heeft aangevoerd dat Silver in deze situatie niet voor een proceskostenvergoeding in aanmerking komt.
6 Het College stelt vast dat met het besluit van 17 september 2024 slechts is beslist op een bezwaar van Silver tegen de beslissing tot aanhouding van de door haar ingediende aanvragen beschikbaarheidbijdrage. Dat besluit houdt geen inhoudelijk oordeel in over die aanvragen en ook niet over de door Silver bedoelde verdeelplannen. Die aanvragen zijn nadien afgewezen en daartegen zijn apart rechtsmiddelen ingesteld.
7 Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een situatie waarbij de NZa geheel of gedeeltelijk aan Silver is tegemoetgekomen. Daarom ziet het College geen aanleiding voor een veroordeling van de NZa in de proceskosten van Silver.
Beslissing
Het College wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. J.M.M. Bancken, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
w.g. T. Pavićević w.g. J.M.M. Bancken