ECLI:NL:CBB:2026:363

ECLI:NL:CBB:2026:363

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 03-08-2026
Zaaknummer 24/446, 24/535, 24/559, 24/750, 24/782 en 24/991 H
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:2419
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:3280
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:4872
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:6612
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:6635
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:9704

Samenvatting

Rectificatie van proces-verbaal van mondelinge uitspraak zoals gepubliceerd onder ECLI:NL:CBB:2026:292.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Voorzitter: mr. D. Brugman

Partijen

de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)

proces-verbaal uitspraak

zaaknummers: 24/446, 24/535, 24/559, 24/750, 24/782 en 24/991 H

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026

Griffier: mr. I.S. Post

Zittingsgriffier: A.T.C. Verhoeve

[naam] B.V., te [vestigingsplaats 1] , waarvoor aanwezig is mr. F.Th.M. Peters

en

de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, vertegenwoordigd door mr. D.J. van der Bij en F.W.N. Lenting

met als derde partij (alleen in zaak 24/535)

Procesverloop

De staatssecretaris heeft gemeld dat het proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 3 juni 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:292) in de beslissing onder 4.4 de minister abusievelijk veroordeelt in de proceskosten van [naam] in bezwaar, beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 5.535,-. Dit had moeten zijn € 5.068,-.

Met de brief van 3 juli 2026 heeft het College de gemachtigde van [naam] bericht dat hij van plan is om de uitspraak op dat punt te rectificeren en dat [naam] binnen vier weken op dit voornemen kan reageren. [naam] heeft het College met de brief van 30 juli 2026 bericht akkoord te gaan met de voorgestelde rectificatie.

Overwegingen

1. Het College stelt vast dat hij in het proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 3 juni 2026 de minister in zaak 24/535 in de beslissing onder 4.4 ten onrechte heeft veroordeeld in de proceskosten van [naam] ten bedrage van € 5.535,-. Het College herstelt dit bedrag en stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrechtspraak vast op een bedrag van (2 x € 666,- + 4 x € 934,- = ) € 5.068,-.

2 Aan dit proces-verbaal is een hersteld exemplaar van het oorspronkelijke proces-verbaal gehecht. Dit herstel proces-verbaal en het herstelde proces-verbaal zullen worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Beslissing

Het College rectificeert zijn proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 3 juni 2026 overeenkomstig de overwegingen.

De voorzitter en de griffier zijn verhinderd dit proces-verbaal te ondertekenen.

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 24/446, 24/535, 24/559, 24/750, 24/782 en 24/991.

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026

Voorzitter: mr. D. Brugman

Griffier: mr. I.S. Post

Zittingsgriffier: A.T.C. Verhoeve

Partijen

[naam] B.V., te [vestigingsplaats 1] , waarvoor aanwezig is mr. F.Th.M. Peters

en

de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, vertegenwoordigd door mr. D.J. van der Bij en F.W.N. Lenting

met als derde partij (alleen in zaak 24/535)

de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)

Overwegingen en beslissing

Inleiding

[naam] heeft hoger beroep ingesteld tegen zes uitspraken van de rechtbank Rotterdam, waarin de rechtbank de beroepen van [naam] tegen beslissingen op bezwaar ongegrond heeft verklaard. Al deze zaken gaan over boetes die de staatssecretaris aan het slachthuis heeft opgelegd wegens diverse overtredingen van de Wet Dieren.

Hierna volgen eerst enkele overwegingen van het College die betrekking hebben op alle zaken. Vervolgens geeft het College per zaak een (aanvullende) motivering en zijn beslissing.

Algemene overwegingen

Bij de beoordeling van de hogerberoepsgronden neemt het College net als de rechtbank de inhoud van het rapport van de toezichthouder tot uitgangspunt. Volgens de rechtspraak van het College mag namelijk in beginsel worden afgegaan op de juistheid van een dergelijk rapport. Alleen als het slachthuis de inhoud daarvan met zijn hoger beroepsgronden concreet heeft betwist, geeft het College hierna per zaak een nadere motivering van zijn oordeel.

De hoger beroepen van [naam] zijn gericht tegen uitspraken waarin de rechtbank een gemotiveerd oordeel over de beroepsgronden van [naam] en het verweer van de staatssecretaris heeft gegeven. Voor zover in hoger beroep sprake is van herhaling van deze standpunten en het College zich in het oordeel van de rechtbank daarover kan vinden, volstaat het College met verwijzing naar (die overwegingen en) dat oordeel.

Aanvullende motiveringen en beslissingen

zaak nr. 24/446

Overwegingen

Deze zaak gaat over een boete van € 5.000,- wegens overtreding van artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening € 852/2004 (vallende waterdruppels op vlees).

Volgens [naam] was de omvang van het risico op (listeria-)besmetting beperkt en was waarschijnlijk sprake van spoeldruppels.

Het College is het eens met wat de rechtbank in haar uitspraak onder 4.3 heeft overwogen. Ook als sprake was van spoeldruppels, is het vlees niet beschermd tegen verontreiniging. De staatssecretaris heeft er terecht op gewezen dat ook spoeldruppels verontreinigd kunnen zijn, omdat zij in aanraking zijn geweest met het plafond.

Het College oordeelt ambtshalve dat de redelijke termijn is overschreden met twee weken en een dag. Dat betekent dat de boete wordt gematigd met 5%. Verder moet de staatssecretaris het in beroep betaalde griffierecht vergoeden. Omdat de overschrijding is toe te rekenen aan de rechterlijke macht zal de griffier het in hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

Het College:

- vernietigt de uitspraak van 27 maart 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:2419) voor zover het de hoogte van de boete betreft;

- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen het besluit op bezwaar van 13 oktober 2022 gegrond;

- vernietigt dit besluit, voor zover het de hoogte van de boete betreft;

- herroept het boetebesluit in zoverre en stelt de boete vast op € 4.750,-;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;

- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;

- draagt de staatssecretaris op het door het slachthuis betaalde griffierecht in beroep van € 365,- aan het slachthuis te vergoeden;

- bepaalt dat de griffier van het College het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 559,- aan [naam] terugbetaalt.

zaak nr. 24/535

Overwegingen

Deze zaak gaat over een boete van € 1.500,- wegens overtreding van artikel 2.17 van het Besluit houders van dieren (overliggers in te kleine ruimte).

Het College is van oordeel dat de staatssecretaris [naam] ten onrechte overtreding van artikel 2.17 van het Besluit houders van dieren (Bhd) heeft tegengeworpen. Ter motivering van zijn oordeel verwijst het College allereerst naar de uitspraak van het College van 22 april 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:262, onder 6.2), waarin, kort gezegd, is overwogen dat Verordening 1099/2009 eigen specifieke regels bevat voor het onderbrengen van dieren op een slachthuis. In aanvulling daarop overweegt het College naar analogie van wat in die uitspraak over 2.32 van het Bhd is overwogen, het volgende. Artikel 2.17 valt onder paragraaf 4 van het Bhd. Deze paragraaf bevat allerlei voorschriften voor houders van varkens. In deze zaak gaat het echter niet om een varkenshouder, maar om een slachthuis waar de varkens in afwachting van slachting worden ondergebracht.

Omdat de staatssecretaris, uitgaande van de onder 4.2 weergegeven redenering, daarom heeft verzocht, zal het College de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:3280) vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de boete herroepen, met veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep (2 x € 666,- + 4 x € 934,-) en betaling van het griffierecht in beroep en hoger beroep.

[naam] heeft er verder terecht op gewezen dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer acht en halve maand en om schadevergoeding verzocht. Omdat de overschrijding te wijten is aan de rechterlijke macht, veroordeelt het College de Staat tot betaling van schadevergoeding van € 1.000,-, en de proceskosten (0,5 punt van € 934,-).

Beslissing

Het College:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2024;

- verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep tegen de beslissing op bezwaar van 29 juli 2022 gegrond;

- vernietigt dit besluit;

- herroept het boetebesluit,

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- veroordeelt de Staat tot betaling aan [naam] van € 1.000,- voor immateriële schade,

- veroordeelt de minister in de proceskosten van [naam] in bezwaar, beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 5.068,-

- veroordeelt de Staat in de proceskosten van [naam] voor het verzoek om schadevergoeding tot een bedrag van € 467,-;

- draagt de minister op het door [naam] betaalde griffierecht in beroep van € 365,- en in hoger beroep van € 559,- aan [naam] te vergoeden.

zaak nr. 24/559

Overwegingen

Deze zaak gaat over een boete van € 5.000,- wegens overtreding van artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening € 852/2004 (vallende waterdruppels op naakte hammen).

[naam] betwist in hoger beroep dat er druppels op het vlees zijn gevallen. Verder is waarschijnlijk sprake van regenwater, met een ander risicoprofiel. Daarom moet de boete worden gematigd.

In het rapport van bevindingen staat dat is geconstateerd dat er waterdruppels op naakte hammen vielen. Het College ziet geen reden voor twijfel aan deze bevinding. De video, waarop te zien is dat er een druppel op een naakte ham valt, ondersteunt dat. Het College is het verder eens met wat de rechtbank in haar uitspraak onder 3.3 heeft overwogen. Ook regenwater kan verontreinigd zijn. Er is daarom geen reden voor matiging.

Beslissing

Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank van 8 mei 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:4872).

zaak nr. 24/750

Overwegingen

Deze zaak gaat over een boete van € 2.500,- wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, van Verordening 1069/2009 en artikel 17, eerste lid, en Bijlage VIII, Hoofdstuk II, onder punt I, a, van Verordening 142/2011 (gescheiden en identificeerbaar houden van dierlijke bijproducten).

Volgens [naam] waren de gebruikte blauwe bakken waarop ‘categorie 3’ stond vermeld nog geen definitieve verpakking; het materiaal in die bakken zou later indien nodig nog worden afgewaardeerd naar categorie 2.

Het College is het eens met wat de rechtbank in 5.3 van haar uitspraak heeft overwogen.

De minister heeft er verder terecht op gewezen dat op elk moment aan de regels moet worden voldaan, zodat eventueel later afwaarderen niet maakt dat er geen overtreding heeft plaatsgevonden. Verder heeft de staatssecretaris terecht opgemerkt dat het maar de vraag is of dat, gelet op de grootte van de kratten, ook daadwerkelijk zou zijn gebeurd.

Beslissing

Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank van 18 juli 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:6612).

zaak nr. 24/782

Overwegingen

Deze zaak gaat over een boete van in totaal (in de beslissing op bezwaar) € 12.500,- wegens twee overtredingen van artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk I, punt 1, van Verordening 852/2004 (bedrijfsruimten voor levensmiddelen niet schoon) en artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk I, punt 2, onder b van Verordening 852/2004 (niet voorkomen van condens).

Volgens [naam] is het op zich juist dat de overtredingen verschillend zijn en niet voortvloeien uit hetzelfde feitencomplex, maar gaat het er in de kern om dat beide overtredingen niet binnen de respijttermijn waren opgelost. Daarom is toch sprake van een samenhangende daad die moet leiden tot matiging van de boete.

Naar het oordeel van het College heeft de rechtbank terecht overwogen dat geen sprake is van eendaadse samenloop. Van een samenhangende daad is, wat daar verder ook van zij, ook geen sprake. De eerste overtreding is immers op 27 juni en ook weer op 28 juni 2022 geconstateerd en de tweede overtreding alleen op 28 juni 2022. Voor die laatste overtreding is geen respijttermijn gegeven.

Beslissing

Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank van 19 juli 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:6635).

zaak nr. 24/991

Overwegingen

Deze zaak gaat over een boete van € 2.500,- wegens overtreding van artikel 15, eerste lid, en Bijlage III, punt 1.2 van Verordening 1099/2009 (onvoldoende ruimte en voer overliggers).

Volgens [naam] is het voor de beoordeling wel degelijk relevant dat KDS binnen de reguliere keuringstijd op vrijdagmiddag weigerde de laatste 23 varkens te keuren. Daardoor waren er in het weekend te veel overliggers.

Het College is het eens met het oordeel van de rechtbank dat de oorzaak van het grotere aantal overliggers niet uitmaakt. Het slachthuis wordt niet verweten dat er overliggers waren, maar wel dat deze niet juist werden verzorgd. Daarom is naar het oordeel van het College geen sprake van een bijzondere situatie die leidt tot verminderde verwijtbaarheid.

Beslissing

Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank van 8 oktober 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:9704).

w.g. D. Brugman w.g. A.T.C. Verhoeve

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand