ECLI:NL:CBB:2026:404

ECLI:NL:CBB:2026:404

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 24/205
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2024:143

Samenvatting

Hoger beroep. Boete voor niet tijdig melding doen van aan- en afvoer van varkens terecht opgelegd. Overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 1 september 2026 op het hoger beroep van

uitspraak

zaaknummer: 24/205

[naam 1] en [naam 2] , voorheen de vennootschap onder firma [naam 3] ( [naam 3] ), te [vestigingsplaats] , (gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 januari 2024, kenmerk 22/2302, in het geding tussen

[naam 3]

en

de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (voorheen de minister)

(gemachtigde: mr. J.S. Geurtjens).

Procesverloop in hoger beroep

[naam 3] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 januari 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:143).

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

[naam 3] en de staatssecretaris hebben nadere reacties ingediend.

De zitting was op 3 juni 2026. De gemachtigde van de staatssecretaris heeft aan de zitting deelgenomen.

Waar gaat deze zaak over

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank. Het College volstaat met het volgende.

[naam 3] exploiteerde als vennootschap onder firma een varkensbedrijf. De vennootschap is hangende hoger beroep ontbonden. Toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hebben het varkensbedrijf in 2020 geïnspecteerd en daarvan een rapport van bevindingen (rapport) opgemaakt. Het College verwijst voor de uitvoerige weergave van dit rapport naar de uitspraak van de rechtbank in 2. In het rapport is onder meer beschreven dat [naam 3] op meerdere data niet tijdig melding heeft gedaan van de aan- en afvoer van varkens.

Naar aanleiding van de bevindingen in dit rapport heeft de staatssecretaris [naam 3] bij besluit van 16 oktober 2020 een boete van € 1.500,- (boetebesluit) opgelegd, omdat [naam 3] overtredingen van onder andere artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren zou hebben begaan door de aan- en afvoer niet tijdig te melden.

Met het besluit van 7 april 2022 (bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van [naam 3] tegen het boetebesluit ongegrond verklaard. Tegen dit besluit was het beroep van [naam 3] bij de rechtbank gericht.

Uitspraak van de rechtbank

2 De rechtbank heeft geoordeeld dat [naam 3] de overtredingen heeft begaan en daarvoor terecht is beboet. Het beroep van [naam 3] is alleen gegrond verklaard vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De rechtbank heeft daarom het besluit op bezwaar vernietigd, het boetebesluit herroepen voor zover deze besluiten zien op de hoogte van de boete, en de boete vastgesteld op € 1.350,-.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Gronden van het hoger beroep

3 [naam 3] betoogt dat de staatssecretaris had moeten volstaan met een waarschuwing of een voorwaardelijke boete. De rechtbank had de opgelegde boete in ieder geval verder moeten matigen, omdat de staatssecretaris is uitgegaan van een onjuiste wettelijke grondslag. Ook heeft de staatssecretaris alle wettelijke termijnen geschonden, waardoor [naam 3] is geschaad in haar belangen. Zij is ook ten onrechte weggehouden uit de voorfase, en het horen van de vader van een van de (toenmalige) vennoten is ten onrechte niet gecorrigeerd. Verder heeft de staatssecretaris eerder bij [naam 3] aangegeven dat er nog een advies zou volgen over de door haar overgelegde financiële stukken, maar dit advies is niet gekomen. Volgens [naam 3] had de rechtbank het beroep dan ook gegrond moeten verklaren. [naam 3] betoogt verder dat de rechtbank de boete onvoldoende heeft gematigd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en dat de proceskosten te laag zijn vastgesteld. Tot slot voert [naam 3] aan dat de redelijke termijn in hoger beroep inmiddels verder is overschreden.

Beoordeling door het College

Mocht de staatssecretaris een boete opleggen?

4 Het College stelt vast dat [naam 3] in hoger beroep niet (langer) bestrijdt dat sprake was van overtredingen. De gronden van [naam 3] in hoger beroep zijn verder zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [naam 3] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig is. Het College kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris terecht een boete heeft opgelegd van € 1.500,- en in de overwegingen 6 tot en met 6.4 die aan dat oordeel ten grondslag zijn gelegd. Het betoog slaagt niet.

Overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten

In bestraffende zaken geldt het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties niet is overschreden als die procedure, met uitzondering van bijzondere omstandigheden, in haar geheel niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. Verder geldt als uitgangspunt dat de redelijke termijn is overschreden als niet binnen twee jaar, nadat de termijn is aangevangen, door de rechtbank uitspraak is gedaan. De redelijke termijn van de rechterlijke behandeling in hoger beroep dient ook op twee jaar te worden gesteld, zodat de redelijke termijn dus in totaal vier jaar beslaat. De termijn vangt aan op het moment dat het bestuursorgaan een handeling heeft verricht waaraan de betrokkene in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat het bestuursorgaan hem een boete zal opleggen; dit is in de regel het moment van het voornemen tot boeteoplegging. Verder geldt dat de boete wordt verminderd met 5% als de redelijke termijn met niet meer dan zes maanden is overschreden en met 10% bij een overschrijding van zes tot twaalf maanden (met een maximum van € 2.500). Bij verdere overschrijding handelt het College naar bevind van zaken.

De rechtbank heeft in 6.5.2 van haar uitspraak overwogen dat er bijzondere omstandigheden zijn die in dit geval aanleiding geven om de redelijke termijn van twee jaar voor de bestuurlijke fase en de rechterlijke fase in beroep te verlengen met zes maanden. Het College kan zich in deze verlenging, waartegen [naam 3] niet gemotiveerd is opgekomen, vinden. De rechtbank heeft verder met juistheid het boetevoornemen van 24 september 2020 als startpunt van de redelijke termijn genomen. De rechtbank heeft dus terecht vastgesteld dat de redelijke termijn in beroep met ruim negen maanden was overschreden en de boete terecht verminderd met 10%.

In hoger beroep is de redelijke termijn verder overschreden, waardoor de totale overschrijding ten tijde van deze uitspraak afgerond anderhalf jaar is. Het College ziet daarin aanleiding om de boete verder te matigen, met in totaal 15% tot een bedrag van € 1.275.

Omdat [naam 3] in beroep en hoger beroep heeft verzocht om matiging, bestaat aanspraak op vergoeding van de proceskosten in verband met deze verzoeken. Voor zover [naam 3] betoogt dat de rechtbank de proceskosten te laag heeft vastgesteld door een wegingsfactor 0,5 toe te passen, overweegt het College dat deze wegingsfactor past bij het gewicht van de zaak (zie de uitspraak van 16 januari 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:32)). De rechtbank heeft de proceskosten voor het verzoek dus niet te laag vastgesteld. Het College zal voor het verzoek in hoger beroep ook een wegingsfactor 0,5 toepassen (zie hierna onder 6.3).

Slotsom

Het hoger beroep slaagt niet. Vanwege de verdere overschrijding van de redelijke termijn zal het College de uitspraak van de rechtbank vernietigen voor zover het de hoogte van de boete betreft. Omdat de rechtbank het beroep al gegrond heeft verklaard, het bestreden besluit heeft vernietigd en het boetebesluit heeft herroepen voor zover het betreft de hoogte van de boete, hoeft het College dat niet te doen. Het College zal de boete vaststellen op € 1.275,-. Voor het overige zal het College de uitspraak van de rechtbank bevestigen.

Omdat de verdere overschrijding van de redelijke termijn is toe te rekenen aan de rechterlijke fase in hoger beroep, zal de griffier van het College het in hoger beroep betaalde griffierecht op grond van artikel 8:114, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan [naam 3] terugbetalen.

Het College zal de staatssecretaris in de door [naam 3] in hoger beroep gemaakte proceskosten in verband met de overschrijding van de redelijke termijn veroordelen. Deze kosten stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het doen van een verzoek om matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

Het College:

- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige, voor zover aangevochten;

- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van [naam 3] tot een bedrag van € 467,-

- bepaalt dat de griffier van het College het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 559,- aan [naam 3] terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Smorenburg, mr. C.T. Aalbers en mr. C. de Kruif, in aanwezigheid van mr. C.A. Blankenstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.

w.g. M.M. Smorenburg w.g. C.A. Blankenstein

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A. Blankenstein

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand