COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te [vestigingsplaats] ( [naam 1] )
de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw)
uitspraak
zaaknummer: 24/1003
(gemachtigde: [naam 2] )
en
(gemachtigde: mr. M. van der Ven)
Procesverloop in beroep
[naam 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 november 2024 (bestreden besluit). Met het bestreden besluit heeft Naktuinbouw het bezwaar van [naam 1] tegen het besluit van 7 november 2021 tot intrekking van zijn machtiging tot het afgeven van plantenpaspoorten (intrekkingsbesluit) ongegrond verklaard.
Naktuinbouw heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 25 juni 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen en namens Naktuinbouw [naam 3] .
Naktuinbouw heeft met het besluit van 2 juli 2026 het bestreden besluit ingetrokken en het intrekkingsbesluit herroepen.
[naam 1] heeft het College bericht dat hij zijn beroep tegen het bestreden besluit handhaaft.
[naam 1] heeft op 4 juli 2026 een nadere reactie ingediend.
Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord. Het College heeft vervolgens bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Inleiding
1. [naam 1] heeft een boomkwekerij en verhandelt planten, plantaardige producten en ander materiaal waarvoor hij plantenpaspoorten afgeeft. Hij is bij Naktuinbouw geregistreerd als professionele marktdeelnemer als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van Verordening 2016/2031 (Verordening)en beschikte over een machtiging om zelf plantenpaspoorten af te mogen geven als bedoeld in artikel 89 van de Verordening.
2 Met het intrekkingsbesluit heeft Naktuinbouw de machtiging per 7 november 2024 ingetrokken.
3 [naam 1] heeft tegen het intrekkingsbesluit bezwaar gemaakt, tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om schorsing van de intrekking van de machtiging.
4 Het intrekkingsbesluit en het bestreden besluit zijn met de uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 december 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:937), onder verwijzing naar zijn eerdere uitspraak van 9 februari 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:72), geschorst tot zes weken na de uitspraak op het beroep tegen het bestreden besluit.
5 Met het besluit van 2 juli 2026 heeft Naktuinbouw het bestreden besluit ingetrokken en het intrekkingsbesluit herroepen.
Beoordeling van het beroep
6 Met het besluit van 2 juli 2026 is Naktuinbouw geheel tegemoet gekomen aan [naam 1] . De intrekking van de machtiging met het besluit van 7 november 2024 om plantenpaspoorten af te geven is daardoor immers definitief en met terugwerkende kracht van de baan. Daarom heeft [naam 1] geen belang bij beoordeling van dat besluit en ziet zijn beroep ook niet op dat besluit.
7 Aan de orde is vervolgens de vraag of [naam 1] nog (proces-)belang heeft bij beoordeling van zijn beroep tegen het (ingetrokken) bestreden besluit. Naar het oordeel van het College is dat niet het geval. Zijn beroep is daarom niet-ontvankelijk. Hieronder licht het College zijn oordeel toe.
8 Zoals het College in zijn uitspraak van onder meer 10 september 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:626, onder 4.2) heeft overwogen is voor de vraag of nog procesbelang bestaat van belang wat degene die beroep heeft ingesteld met zijn beroep nastreeft. Het doel dat diegene hiermee wil bereiken, moet hij daadwerkelijk kunnen bereiken en dat resultaat moet voor hem feitelijke betekenis hebben en niet alleen een hypothetische. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Daarbij geldt dat in beginsel geen procesbelang kan zijn gelegen in de beoordeling van een al verstreken periode of een inmiddels ingetrokken of vervallen besluit, tenzij sprake is van een onderbouwd verzoek om schadevergoeding of als een inhoudelijk oordeel over het besluit van belang kan zijn bij toekomstige (terugkerende) besluiten.
[naam 1] heeft betoogd dat hij nog wel belang heeft bij een oordeel over het (ingetrokken) bestreden besluit. Daartoe heeft hij er ten eerste op gewezen dat deze procedure onderdeel uitmaakt van een samenhangend en structureel conflict over de uitleg en toepassing van het geldende recht, waarbij verschil van opvatting bestaat over de kwalificatie van boomkwekerijproducten als teeltmateriaal, de gestelde meld- en aangifteplicht in relatie tot de registratieplicht van artikel 66 van de Verordening en de afbakening van bevoegdheden tussen Naktuinbouw en de NVWA.
Uit wat onder 8 is overwogen, volgt dat deze voor [naam 1] principiële punten niet maken dat [naam 1] , hoewel Naktuinbouw hem inmiddels geheel is tegemoetgekomen, nog belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Bovendien heeft het College over het door [naam 1] benoemde conflict in drie andere beroepsprocedures van [naam 1] met uitspraken van heden (in zaak nr. 25/141; ECLI:NL:CBB:2026:426, zaak nr. 25/472, ECLI:NL:CBB:2026:427 en zaak nr. 25/690 (ECLI:NL:CBB:2026:428) een oordeel gegeven.
Een belang bij een inhoudelijk oordeel is volgens [naam 1] verder gelegen in de ingrijpende gevolgen die de besluitvorming heeft gehad voor de onderneming. Als de besluitvorming onrechtmatig wordt geoordeeld, bestaat aanspraak op schade. Voor een beoordeling van die aanspraak is volgens hem een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden handelen noodzakelijk.
Ook dit betoog slaagt naar het oordeel van het College niet. [naam 1] heeft namelijk op geen enkele manier onderbouwd of geconcretiseerd welke schade hij door het (ingetrokken) bestreden besluit heeft geleden. Dat [naam 1] schade heeft geleden door de intrekking van zijn machtiging, is ook niet aannemelijk, omdat de intrekking geschorst is geweest door de uitspraken van de voorzieningenrechter. [naam 1] is dus de afgelopen periode, zoals hij op de zitting heeft bevestigd, steeds gemachtigd geweest plantenpaspoorten af te geven.
Slotsom
11 Het College zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
12 Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Omdat Naktuinbouw het bestreden besluit pas tijdens de beroepsprocedure heeft ingetrokken, moet Naktuinbouw wel het door [naam 1] betaalde griffierecht vergoeden.
Beslissing
Het College:
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, mr. A. van Gijzen en mr. M.L. Noort,
in aanwezigheid van J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.
w.g. D. Brugman w.g. J.W.E. Pinckaers