ECLI:NL:CBB:2026:428

ECLI:NL:CBB:2026:428

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 25/690
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Last onder dwangsom en verbeurde dwangsommen voor het afgeven van plantenpaspoorten zonder dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Appellant heeft plantenpaspoorten afgegeven voor materiaal afkomstig van percelen die hij niet heeft opgegeven bij Naktuinbouw, terwijl hij daar wel toe was gehouden en dit nodig is om Naktuinbouw in staat te stellen het vereiste toezicht uit te voeren.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen

[naam 1] B.V. te [vestigingsplaats] ( [naam 1] )

de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

uitspraak

zaaknummer: 25/690

(gemachtigde: [naam 2] )

en

(gemachtigden: mr. E.M.M. Geerligs, mr. drs. P.J. de Vries, dr. ir. J.S Stellingwerf)

Procesverloop

[naam 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 juli 2025 (bestreden besluit), waarbij de aan hem opgelegde last onder dwangsom is gehandhaafd.

Met het besluit van 16 maart 2026 zijn van [naam 1] dwangsommen ingevorderd die zijn verbeurd door het niet naleven van de last (invorderingsbesluit).

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingezonden.

De zitting was op 25 juni 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen.

In het mailbericht van [naam 1] van 4 juli 2026 heeft het College geen aanleiding gezien voor heropening van het onderzoek.

Samenvatting

1 Het gaat in deze zaak om de vraag of de staatssecretaris aan [naam 1] een last onder dwangsom heeft mogen opleggen en dwangsommen heeft mogen invorderen omdat hij plantenpaspoorten heeft afgegeven voor planten en bomen die niet voldoen aan de voorwaarden van Verordening 2016/2031. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend, omdat [naam 1] plantenpaspoorten heeft afgegeven voor materiaal afkomstig van percelen die hij niet heeft opgegeven bij Naktuinbouw, terwijl hij daar wel toe was gehouden en dit nodig is om Naktuinbouw in staat te stellen het vereiste toezicht uit te voeren.

Inleiding

[naam 1] heeft een boomkwekerij en verhandelt planten, plantaardige producten en andere materialen (materiaal) waarvoor hij plantenpaspoorten afgeeft. Hij was in 2024, evenals in eerdere jaren, bij Naktuinbouw geregistreerd als professionele marktdeelnemer als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van Verordening 2016/2031 en beschikte over een machtiging tot het afgeven van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 89 van die verordening. Hij gebruikte voor zijn boomkwekerij ongeveer honderd percelen en heeft in 2024, anders dan in eerdere jaren, slechts de locatie van vier van die percelen aangemeld bij Naktuinbouw. Zijn overige percelen heeft hij niet aangemeld, omdat hij zich daartoe niet verplicht acht.

Een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft op 7 november 2024 vastgesteld dat [naam 1] plantenpoorten heeft afgegeven voor planten die afkomstig zijn van percelen die hij niet heeft aangemeld bij Naktuinbouw. Op deze percelen zijn geen inspecties uitgevoerd door Naktuinbouw. Het materiaal voldoet daardoor niet aan de voorwaarden voor het afgeven van een plantenpaspoort. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van bevindingen.

Met een besluit van 17 maart 2025 (dwangsombesluit) heeft de staatsecretaris [naam 1] een last onder dwangsom opgelegd, omdat hij plantenpaspoorten heeft afgegeven voor materiaal dat niet voldoet aan de voorwaarden hiervoor. Dit is een overtreding van artikel 87, eerste lid, gelet op artikel 87, tweede lid, onder b en artikel 84, tweede lid, van Verordening 2016/2031, in samenhang met artikel 42, eerste lid, van de Regeling plantgezondheid en artikel 25, van de Plantgezondheidswet. De last is opgelegd om herhaling van die overtreding te voorkomen en houdt in dat [naam 1] uitsluitend plantenpaspoorten mag afgeven voor planten, plantaardige producten en andere materialen waarvan aan de voorwaarden van artikel 87, eerste lid, van Verordening 2016/2031 is voldaan. [naam 1] mag producten van de percelen waarvan wel opgave is gedaan bij Naktuinbouw en die bij andere kwekers is aangekocht van plantenpaspoorten blijven voorzien. Dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per overtreding tot een maximum van € 12.000,-. De last geldt voor één jaar.

[naam 1] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dat verzoek met een uitspraak van 8 april 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:277 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)) afgewezen.

Met het bestreden besluit heeft de staatssecretaris het dwangsombesluit gehandhaafd. Hij heeft de formulering van de last aangevuld in die zin dat [naam 1] met zijn handelen naast artikel 87, eerste lid, van Verordening 2016/2031 ook artikel 84, eerste lid, van die verordening niet opnieuw mag overtreden, op straffe van verbeurte van een dwangsom per nieuwe overtreding van € 1.000,- tot een maximum van € 12.000,-.

Toezichthouders van de NVWA hebben op 24 maart 2025, 17 april 2025, 24 april 2025 en 6 mei 2025 vastgesteld dat [naam 1] opnieuw plantenpaspoorten heeft afgegeven voor materiaal dat niet voldoet aan de voorwaarden van Verordening 2016/2031. Zij hebben hun bevindingen neergelegd in rapporten van bevindingen.

De staatssecretaris heeft met het invorderingsbesluit bij [naam 1] vier verbeurde dwangsommen van € 1.000,-, in totaal € 4.000,- ingevorderd voor het op voormelde data niet naleven van de last.

4 [naam 1] erkent dat hij op voormelde data plantenpaspoorten heeft afgegeven voor materiaal afkomstig van percelen die hij niet bij Naktuinbouw heeft aangemeld, maar vindt dat hij daarmee geen overtreding heeft begaan, zodat er geen bevoegdheid was om handhavend op te treden. Wat hij daartoe in beroep heeft aangevoerd wordt voor zover relevant hieronder besproken.

Wettelijk kader

5 De toepasselijke bepalingen uit Verordening 2016/2031 en Uitvoeringsverordening 2019/66 zijn opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling

De omvang van het beroep

6 Het beroep tegen het bestreden besluit heeft op grond van artikel 5:39, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ook betrekking op het betwiste invorderingsbesluit. [naam 1] heeft tegen beide besluiten dezelfde beroepsgronden aangevoerd.

De opgelegde last

[naam 1] betoogt dat de staatssecretaris de last in het bestreden besluit niet heeft mogen uitbreiden zoals hij dat heeft gedaan. De wijziging is volgens hem niet marginaal, maar verandert het karakter van het verwijt van een gebrekkig onderzoek naar het ontbreken van toezicht.

Dit betoog slaagt niet. De staatssecretaris heeft de last in het bestreden besluit na een heroverweging in bezwaar gehandhaafd en de wettelijke grondslag van de opgelegde last aangevuld door ook artikel 84, eerste lid, van Verordening 2016/2031 te noemen. De last is hiermee niet wezenlijk gewijzigd. In beide besluiten komt het erop neer dat [naam 1] niet opnieuw plantenpaspoorten mag afgeven voor planten, plantaardige producten en andere materialen die niet aan de voorwaarden van Verordening 2016/2031 voldoen. Dat is volgens de staatsecretaris het geval als plantenpaspoorten worden afgegeven voor materiaal dat afkomstig is van niet aangemelde percelen. Dat [naam 1] dat op 7 november 2024 heeft gedaan, is in beide besluiten aangemerkt als de overtreding. Ook is in beide besluiten opgenomen dat [naam 1] producten van de percelen waarvan wel opgave is gedaan bij Naktuinbouw en materiaal dat bij andere kwekers is aangekocht van plantenpaspoorten mag blijven voorzien. Het College is van oordeel dat de minister met de nadere motivering in het dwangsombesluit niet heeft gehandeld in strijd met artikel 7:11, eerste lid, van de Awb of de rechtszekerheid.

Verplichting tot het jaarlijks aanmelden van percelen

Volgens [naam 1] is er geen wettelijke grondslag voor het aan de besluiten ten grondslag gelegde vereiste dat hij jaarlijks al zijn percelen moet aanmelden bij Naktuinbouw. Volgens hem bevatten Verordening 2016/2031 en Uitvoeringsverordening 2019/66 deze verplichting niet. De door Naktuinbouw gestelde verplichting om dat wel te doen is volgens hem niet meer dan een praktijkregel op grond waarvan niet handhavend kan worden opgetreden. Volgens [naam 1] wordt er een verkeerde uitleg aan het begrip teeltmateriaal gegeven en wordt ten onrechte als uitgangspunt genomen dat het niet melden van percelen impliceert dat sprake is van teeltmateriaal.

Met het oog op de doeltreffende tenuitvoerlegging van Verordening 2016/2031 moeten bepaalde professionele marktdeelnemers op wie de verplichtingen van deze verordening van toepassing zijn, worden ingeschreven in door de lidstaten op te zetten registers. Artikel 65 van Verordening 2016/2031 gaat over dit officiële register en artikel 66 van Verordening 2016/2031 ziet op de registratieprocedure. Tussen partijen staat vast, en ook het College gaat ervan uit, dat [naam 1] onder de registratieplicht van artikel 65, eerste lid, van Verordening 2016/2031 valt. Voor zover het betreft zijn machtiging overeenkomstig artikel 89 om plantenpaspoorten af te geven, volgt dat uit artikel 65, eerste lid, onder b, van Verordening 2016/2031. Hij moet daarom bij Naktuinbouw zijn geregistreerd als professionele marktdeelnemer. Uit artikel 66, tweede lid, van Verordening 2016/2031 volgt dat hij ten behoeve van die registratie de locaties van al zijn percelen en geteelde (soorten) planten moet opgeven. Uit artikel 66, vijfde en zesde lid, van Verordening 2016/2031 volgt dat hij jaarlijks wijzigingen aan Naktuinbouw moet doorgeven van deze gegevens, en dat Naktuinbouw om actuele gegevens kan vragen als de geregistreerde gegevens niet langer correct zijn. Als hieraan niet wordt voldaan, kan Naktuinbouw de registratie wijzigen of intrekken. Het College is van oordeel dat hieruit volgt dat de te registreren en geregistreerde gegevens correct moeten zijn en dat de professionele marktdeelnemer die gegevens dient te verstrekken. Dat betekent dat [naam 1] , zolang hij onder de werking van artikel 65, eerste lid, van Verordening 2016/2031 valt, al zijn percelen en geteelde planten en eventuele wijzigingen daarin bij Naktuinbouw moet opgeven.

Zonder het vereiste van een correcte registratie zou het voor Naktuinbouw niet mogelijk zijn om toezicht te houden op de afgifte van plantenpaspoorten, terwijl zij hiertoe wel is gehouden. Uit artikel 84, eerste lid, van Verordening 2016/2031 volgt namelijk dat plantenpaspoorten worden afgegeven door erkende marktdeelnemers, onder toezicht van de bevoegde autoriteiten. Op grond van artikel 92 van Verordening 2016/2031 is Naktuinbouw verplicht om ten minste eenmaal per jaar inspecties te verrichten om na te gaan of de erkende marktdeelnemers voldoen aan onder meer artikel 87 van die verordening. Uitvoeringsverordening 2019/66 gaat over deze te verrichten controles. In artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening is bepaald dat de bevoegde autoriteiten ten minste eenmaal per jaar officiële controles verrichten in de bedrijfsruimten en, waar van toepassing, op andere locaties die worden gebruikt door professionele exploitanten die gemachtigd zijn om plantenpaspoorten af te geven. Deze controles vinden op grond van het derde lid van dat artikel plaats op het meest geschikte tijdstip wat de mogelijkheid tot het opsporen van relevante plaagorganismen of tekenen of symptomen daarvan betreft. Het betoog van [naam 1] dat Naktuinbouw had kunnen volstaan met een inspectie in zijn bedrijfsruimte, en dat een jaarlijkse inspectie van percelen niet verplicht is, berust op een onjuiste lezing van deze bepalingen. De in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening genoemde andere locaties zijn de door [naam 1] gebruikte percelen. Dit betoog slaagt daarom niet.

Naktuinbouw geeft uitvoering aan de verplichting tot registratie en toezicht door jaarlijks aan de professionele marktdeelnemer in het lopende kalenderjaar te vragen al zijn percelen en geteelde planten bij haar te melden. Op deze wijze kan Naktuinbouw jaarlijks op het meest geschikte tijdstip inspecties verrichten aan de hand van correcte gegevens. Dit past binnen het systeem van Verordening 2016/2031 en de Uitvoeringsverordening. Anders dan [naam 1] meent, zijn de gegevens die hij heeft verstrekt, onvoldoende om Naktuinbouw in staat te stellen om op al zijn percelen, op het meest geschikte tijdstip de vereiste controles uit te voeren.

Het betoog van [naam 1] dat hij percelen niet hoefde aan te melden omdat hij daarop geen teeltmateriaal teelde, slaagt niet. Hiervoor biedt Verordening 2016/2031 geen aanknopingspunt. In 8.2 is vastgesteld dat [naam 1] onder de registratieplicht van artikel 65, eerste lid, van Verordening 2016/2031 valt. Dat betekent dat [naam 1] de locatie van zijn percelen en de daar geteelde (soorten) planten bij Naktuinbouw moet opgeven. Dit is slechts anders als hij aan de uitzonderingssituatie van het derde lid, onder a, van dit artikel zou voldoen, maar daarvan is, zoals op de zitting is besproken, geen sprake, want hij levert niet exclusief en rechtstreeks aan eindgebruikers.

Schending van de artikelen 84 en 87 van Verordening 2016/2031

Volgens [naam 1] heeft hij niet gehandeld in strijd met artikel 87, eerste lid, van Verordening 2016/2031, omdat er geen gebreken zijn in de uitvoering van het onderzoek voorafgaand aan de afgifte van een plantenpaspoort. Ook stelt hij dat geen sprake is van overtreding van artikel 84, eerste lid, van die verordening, omdat hij het vereiste toezicht van Naktuinbouw niet heeft geweigerd of belemmerd.

Vaststaat dat [naam 1] plantenpaspoorten heeft afgegeven voor materiaal afkomstig van percelen die hij niet heeft opgegeven bij Naktuinbouw. Uit overwegingen 7.1 tot en met 7.5 volgt dat [naam 1] daar wel toe was gehouden en dat dit nodig is om Naktuinbouw in staat te stellen het vereiste toezicht uit te voeren. Nu Naktuinbouw dit toezicht over deze percelen niet heeft kunnen uitoefenen, heeft [naam 1] over die percelen plantenpaspoorten afgegeven in strijd met artikel 84, eerste lid, van Verordening 2016/2031. Hij was om deze reden niet bevoegd om het onderzoek voor afgifte van deze plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 87 van Verordening 2016/2031 uit te voeren. Dat hij dat onderzoek feitelijk wel zou hebben gedaan, helpt [naam 1] niet.

Uit het voorgaande volgt dat [naam 1] op de in geding zijnde data heeft gehandeld in strijd met de artikelen 84, eerste lid en 87, eerste lid, van Verordening 2016/2031. Uit artikel 25 van de Plantgezondheidswet en artikel 42, eerste lid, van de Regeling plantgezondheid, volgt dat het verboden is om te handelen in strijd met het eerste lid van de artikelen 84 en 87 van Verordening 2016/2031 en dat gedragingen in strijd met die bepalingen overtredingen zijn.

De minister heeft op grond van artikel 28 van de Plantgezondheidswet in samenhang gelezen met artikel 5:32 van de Awb, met het dwangsombesluit aan [naam 1] daarom een last onder dwangsom mogen opleggen. Het College volgt [naam 1] niet in zijn subsidiaire standpunt dat het opleggen van de last onder dwangsom onevenredig is. De minister heeft het opleggen van de last in het dwangsombesluit gemotiveerd met de overweging dat de overtreding op 7 november 2024 geen incident, maar een vaste handelwijze was op het bedrijf van [naam 1] . [naam 1] heeft dat niet betwist. Het College ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister de last onder dwangsom niet heeft mogen opleggen om herhaling van die overtreding te voorkomen. Het College acht de hoogte van de dwangsom niet onevenredig hoog en de duur van de last niet onevenredig lang.

De staatssecretaris heeft met het invorderingsbesluit de door overtreding van de last verbeurde dwangsommen van [naam 1] mogen invorderen. Hier zijn geen afzonderlijke gronden tegen aangevoerd.

Slotsom

Het beroep tegen het bestreden besluit en het invorderingsbesluit is ongegrond.

De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, mr. A. van Gijzen en mr. M.L. Noort in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

w.g. D. Brugman w.g. J.W.E. Pinckaers

Bijlage

Verordening 2016/2031

Artikel 65

1. De bevoegde autoriteit houdt een register bij van de volgende professionele marktdeelnemers die actief zijn op het grondgebied van de betrokken lidstaat:

a. a) professionele marktdeelnemers die planten, plantaardige producten en andere materialen binnenbrengen in of verplaatsen binnen de Unie waarvoor op grond van de krachtens artikel 72, lid 1, artikel 73, artikel 74, lid 1, artikel 79, lid 1, en artikel 80, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen een fytosanitair certificaat of plantenpaspoort is vereist;

b) professionele marktdeelnemers die overeenkomstig artikel 89 gemachtigd zijn om plantenpaspoorten af te geven;

[…]

De lidstaten kunnen bepalen dat er nog meer categorieën telers of andere professionele marktdeelnemers geregistreerd worden, indien dat gerechtvaardigd is door het risico op een plaagorganisme bij de planten die zij telen, of bij een van hun andere activiteiten.

2. Een professionele marktdeelnemer kan slechts één keer worden ingeschreven in het register van een bevoegde autoriteit. In voorkomend geval geschiedt die inschrijving met uitdrukkelijke vermelding van elk van de verschillende bedrijfsruimten in de zin van artikel 66, lid 2, onder d).

3. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op een professionele marktdeelnemer die in een of meer van de volgende categorieën valt:

De lidstaten kunnen bepalen dat de in de eerste alinea, onder a), bedoelde uitzondering niet geldt voor alle of bepaalde telers of andere professionele marktdeelnemers, indien dat gerechtvaardigd is door het risico op een plaagorganisme bij de planten die zij telen of waarop een van hun andere activiteiten betrekking heeft.

[..]

Artikel 661. De professionele marktdeelnemers die onder artikel 65, lid 1, vallen, dienen bij de bevoegde autoriteiten een aanvraag tot registratie in.2. In die aanvraag tot registratie worden de volgende gegevens vermeld:

a. a) naam, adres in de lidstaat van registratie, en contactgegevens van de professionele marktdeelnemer;b) een verklaring waarin de professionele marktdeelnemer te kennen geeft dat hij voornemens is een of meer van de in artikel 65, lid 1, bedoelde werkzaamheden betreffende planten, plantaardige producten en andere materialen te verrichten;c) een verklaring waarin de professionele marktdeelnemer te kennen geeft dat hij voornemens is om, naargelang het geval, een of meer van de volgende handelingen te verrichten:i) het afgeven van plantenpaspoorten voor planten, plantaardige producten en andere materialen overeenkomstig artikel 84, lid 1;[..]d) het adres van de bedrijfsruimten en, in voorkomend geval, de locatie van de percelen die de professionele marktdeelnemer in de betrokken lidstaat gebruikt voor het verrichten van de in artikel 65, lid 1, bedoelde werkzaamheden, met het oog op de registratie; ene) de types handelsartikelen, families, geslachten of soorten van de planten en plantaardige producten en, in voorkomend geval, de aard van de andere materialen waarop de werkzaamheden van de professionele marktdeelnemer betrekking hebben, zoals bedoeld in artikel 65, lid 1.

5. De geregistreerde exploitanten dienen in voorkomend geval jaarlijks een geactualiseerde versie in naar aanleiding van eventuele wijzigingen in de in lid 2, onder d) en e), bedoelde gegevens en de in lid 2, onder b) en c), bedoelde verklaringen. Deze geactualiseerde versie van de gegevens wordt elk jaar uiterlijk op 30 april ingediend en betreft de gegevens van het vorige jaar.

Een aanvraag voor het actualiseren van de in lid 2, onder a), bedoelde gegevens wordt uiterlijk 30 dagen na wijziging van die gegevens ingediend.

6. Wanneer de bevoegde autoriteit constateert dat de geregistreerde marktdeelnemer de in artikel 65, lid 1, vermelde activiteiten niet langer verricht of dat de gegevens in de door de geregistreerde marktdeelnemer in overeenstemming met lid 2 van dit artikel ingediende aanvraag niet langer correct zijn, verzoekt zij de exploitant om onmiddellijk of binnen een bepaalde termijn aan die gegevens te voldoen.

Indien de geregistreerde marktdeelnemer die gegevens niet binnen de door de bevoegde autoriteit gestelde termijn corrigeert, wijzigt de bevoegde autoriteit de registratie van die exploitant of trekt zij deze in, naargelang het geval.

Artikel 78Een plantenpaspoort is een officieel etiket voor het verkeer van planten, plantaardige producten en andere materialen binnen het grondgebied van de Unie en, waar van toepassing, naar en binnen beschermde gebieden, dat bevestigt dat aan alle voorschriften van artikel 85 en, voor het verkeer naar en binnen beschermde gebieden, artikel 86 wordt voldaan en dat het de inhoud en vorm heeft als beschreven in artikel 83.

Artikel 84

1. Plantenpaspoorten worden afgegeven door erkende marktdeelnemers, onder toezicht van de bevoegde autoriteiten.

De erkende marktdeelnemers geven uitsluitend plantenpaspoorten af voor de planten, plantaardige producten of andere materialen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

2. In afwijking van lid 1 kunnen ook bevoegde autoriteiten plantenpaspoorten afgeven.

[..]

Artikel 87 Onderzoeken voor plantenpaspoorten

1. Een plantenpaspoort mag uitsluitend worden afgegeven voor planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een grondig onderzoek overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 heeft aangetoond dat zij voldoen aan de voorschriften van artikel 85 en, waar van toepassing, van artikel 86. [..]

2. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de erkende marktdeelnemer. In de volgende gevallen wordt het onderzoek evenwel door de bevoegde autoriteit uitgevoerd:

a. a) bij toepassing van lid 3, eerste alinea, onder c), van dit artikel, met betrekking tot inspecties, het nemen van monsters van en het uitvoeren van tests;

b) bij toepassing van artikel 84, lid 2; of [..]

3. Het onderzoek voldoet aan alle volgende voorwaarden: [..] Indien de desbetreffende voorschriften of maatregelen vereisen dat het onderzoek wordt uitgevoerd door de bevoegde autoriteit, wordt het niet uitgevoerd door de in lid 2 van dit artikel bedoelde erkende marktdeelnemer. [..]

Artikel 89 Machtiging van professionele marktdeelnemers tot het afgeven van plantenpaspoorten

1. De bevoegde autoriteit verleent een professionele marktdeelnemer een machtiging voor de afgifte van plantenpaspoorten („machtiging tot het afgeven van plantenpaspoorten”) voor welbepaalde families, geslachten of soorten, en welbepaalde types planten, plantaardige producten en andere materialen die als handelsartikel worden gebruikt, indien die professionele marktdeelnemer voldoet aan beide volgende voorwaarden:

a. a) hij beschikt over de nodige kennis om de in artikel 87 bedoelde onderzoeken uit te voeren [..];

b) hij beschikt over systemen en procedures waarmee hij kan voldoen aan zijn verplichtingen betreffende de traceerbaarheid krachtens de artikelen 69 en 70.

[..]

Artikel 92

1. Ten minste één maal per jaar verricht de bevoegde autoriteit inspecties, en neemt zij indien wenselijk monsters en voert zij tests uit, om na te gaan of de erkende marktdeelnemers voldoen aan [..] artikel 87 [..]

Uitvoeringsverordening 2019/66

Artikel 1

1. De bevoegde autoriteiten verrichten ten minste eenmaal per jaar officiële controles in de bedrijfsruimten en, waar van toepassing, op andere locaties die worden gebruikt door professionele exploitanten die overeenkomstig artikel 84, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 gemachtigd zijn plantenpaspoorten af te geven.

2. Deze controles bestaan onder meer uit inspecties en, in geval van een vermoeden van risico's voor de plantgezondheid, uit het nemen van monsters en het uitvoeren van tests als bedoeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031.

3. Die controles worden verricht op het meest geschikte tijdstip wat de mogelijkheid tot het opsporen van relevante plaagorganismen of tekenen of symptomen daarvan betreft.

[..]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand