COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/766
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2026
Voorzitter: mr. D. Brugman
Griffier: N.J. Vlug
Partijen
[naam] , te [woonplaats]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei, vertegenwoordigd door mr. M. Schulte
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. [naam] heeft een aanvraag ingediend voor een Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) in verband met de installatie van vier warmtepompen. [naam] heeft de warmtepompen geïnstalleerd in appartementen die hij verhuurt. [naam] is daarom geen eigenaar-bewoner en dat betekent dat moet worden voldaan aan het vereiste van stimulerend effect. Dit vereiste houdt in dat de investeringen pas gedaan mogen worden ná de subsidieaanvraag. Omdat [naam] de warmtepompen al had aangeschaft voordat hij de aanvraag had gedaan, moest de minister de aanvraag afwijzen.
2 De voorwaarden van de subsidieregeling zijn duidelijk. Omdat [naam] geen eigenaar-bewoner is, komt hij niet voor de subsidie in aanmerking. De minister heeft de subsidieaanvraag daarom terecht afgewezen. De minister kan niet zomaar afwijken van de regeling. Dat zou in strijd zijn met de Europese staatssteunregels. Vanwege het vereiste van het stimulerend effect moet een subsidie eerst worden aangevraagd en mogen daarna pas de maatregelen worden aangebracht.
3 [naam] is afgegaan op het verkeerde advies van zijn installateur. Dat is vervelend, zeker nu het bedrijf van de installateur niet meer bestaat, maar dat betekent niet dat de minister hem daarom subsidie moet verstrekken. [naam] had zelf moeten onderzoeken wat de voorwaarden waren om subsidie te krijgen. Het College twijfelt er niet aan dat [naam] de maatregelen heeft getroffen met goede intenties, maar dat maakt de beoordeling niet anders.
4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. D. Brugman w.g. N.J. Vlug