COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen
DFI Food Sourcing B.V., te Sas van Gent (DFI Food Sourcing)
Stichting Skal, te Zwolle (Skal)
uitspraak
zaaknummer: 23/793
(gemachtigden: mr. M. van Tuijl en mr. A. Danopoulos)
en
(gemachtigde: mr. M. Timpert-de Vries)
Procesverloop in beroep
Met de brief van 26 november 2021 (afwijkingenbrief) heeft Skal aan AgruniekRijnvallei Voer B.V. (Agruniek) meegedeeld dat zij zich op onderdelen niet houdt aan voorschriften voor biologische productie en dat zij de kritieke afwijkingen binnen de gestelde termijn moet corrigeren.
Met de brief van 1 februari 2023 heeft Skal DFI Food Sourcing meegedeeld dat als de door haar genoemde stukken al als bezwaarschrift zouden moeten worden aangemerkt tegen deze afwijkingenbrief, haar bezwaar niet-ontvankelijk is.
DFI Food Sourcing heeft tegen de brief van 1 februari 2023 beroep ingesteld.
Skal heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
De zitting was op 1 juni 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Van de kant van DFI Food Sourcing zijn ook [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] verschenen. Van de kant van Skal zijn ook [naam 4] en [naam 5] verschenen.
Samenvatting
1 Deze zaak gaat over de vraag of DFI Food Sourcing bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijkingenbrief die was gericht aan Agruniek en, zo ja, of dat bezwaar ontvankelijk is. Het College merkt de brief van 1 februari 2023 aan als een schriftelijke weigering om een besluit, namelijk een beslissing op bezwaar, te nemen in de zin van artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het College komt tot het oordeel dat Skal terecht heeft geweigerd een besluit te nemen.
Wettelijk kader
2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Beoordeling van het beroep
3 DFI Food Sourcing heeft zich tijdens een hoorzitting bij Skal - die ging over een andere zaak - op het standpunt gesteld dat zij bezwaar had gemaakt tegen de afwijkingenbrief die was gericht aan Agruniek. Skal heeft op deze mededeling gereageerd met de brief van 1 februari 2023. In deze brief heeft Skal uiteengezet dat DFI Food Sourcing geen bezwaarschrift had ingediend. De stukken die volgens DFI Food Sourcing als bezwaarschrift moeten worden aangemerkt, zijn dat in de ogen van Skal niet. DFI Food Sourcing is ook geen belanghebbende bij de afwijkingenbrief in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Als zij al bezwaar zou hebben gemaakt, is dat bezwaar niet-ontvankelijk.
4 Het College stelt vast dat Skal met de brief van 1 februari 2023 weigert een beslissing op bezwaar te nemen. Deze weigering wordt op grond van artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb gelijkgesteld met een besluit, in dit geval een beslissing op bezwaar.
5 De weigering is terecht. Hiertoe overweegt het College als volgt.
DFI Food Sourcing stelt zich op het standpunt dat drie stukken als bezwaarschrift aangemerkt hadden moeten worden. Ten eerste is dat haar bezwaarschrift tegen de afwijkingenbrief, ook van 26 november 2021, die aan haar – DFI Food Sourcing – gericht is. Uit dit bezwaarschrift is echter niet op te maken dat ook bedoeld is tegen de afwijkingenbrief van Agruniek bezwaar te maken. Een omschrijving van die (Agruniek)afwijkingenbrief ontbreekt. Het genoemde kenmerk is van de afwijkingenbrief aan DFI Food Sourcing. DFI Food Sourcing heeft ook het afschrift van die afwijkingenbrief bij dit bezwaarschrift gevoegd. Ten tweede wijst DFI Food Sourcing op de brief van 10 december 2021 waarbij zij Skal sommeert niet langer handhavend op te treden tegen Agruniek. Bij deze brief stelt DFI Food Sourcing Skal aansprakelijk voor schade. Hierin valt ook geen bezwaar te zien. Uit de brief blijkt op geen enkele manier dat het de bedoeling is om bezwaar in de zin van de Awb te maken. Tot slot moet volgens DFI Food Sourcing een kort geding dagvaarding van 21 december 2021 worden gezien als bezwaarschrift. Deze dagvaarding is een vervolg op de sommatiebrief en hierbij vordert DFI Food Sourcing dat Skal wordt bevolen af te zien van handhaving. Ook hieruit is de bedoeling bezwaar te maken tegen de afwijkingenbrief gericht aan Agruniek niet op te maken. DFI Food Sourcing werd bijgestaan door professionele gemachtigden, die ondubbelzinnig bezwaar hebben gemaakt tegen de aan DFI Food Sourcing gerichte afwijkingenbrief. Van DFI Food Sourcing had verwacht mogen worden dat zij op dezelfde onmiskenbare wijze bezwaar had gemaakt tegen de afwijkingenbrief aan Agruniek, als dit haar bedoeling was. Skal heeft dit uit de genoemde stukken niet kunnen afleiden.
Skal is dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat geen bezwaarschrift is ingediend. Zij hoefde daarom geen beslissing op bezwaar te nemen. Of DFI Food Sourcing belanghebbende was bij de afwijkingenbrief aan Agruniek, kan in het midden blijven.
Overschrijding van de redelijke termijn 6 DFI Food Sourcing heeft verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijnals bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In een geval als hier aan de orde, waarin DFI Food Sourcing beroep heeft ingesteld terwijl redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat er geen bezwaar is gemaakt, bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat de lange duur van de procedure spanning en frustratie bij DFI Food Sourcing heeft veroorzaakt. In zo’n geval behoeft de rechter, vanwege het ontbreken van zodanige spanning en frustratie, niet vast te stellen of de redelijke termijn is overschreden.
Slotsom
7 Het College zal het beroep ongegrond verklaren. Skal hoeft geen proceskosten te vergoeden.
8 Het College zal het verzoek om schadevergoeding afwijzen.
Beslissing
Het College:
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, mr. A. van Gijzen en mr. M.L. Noort, in aanwezigheid van mr. M.G. Ligthart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. M.G. Ligthart
Bijlage
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 1:2, eerste lid
1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Artikel 6:2Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld:
a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en
[…]
Artikel 6:5 Awb, eerste en tweede lid
1. Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;
d. de gronden van het bezwaar of beroep.
2. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.
[…]