ECLI:NL:CBB:2026:469

ECLI:NL:CBB:2026:469

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer 24/868
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Einduitspraak na bestuurlijke lus. Motiveringsgebrek hersteld door minister. De minister heeft in de financiële situatie van de onderneming terecht geen reden gezien om (deels) van de terugvordering af te zien. Beroep gegrond. Rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)

de minister van Economische Zaken en Klimaat

uitspraak

zaaknummer: 24/868

en

(gemachtigden: mr. Y. Groen en mr. P.J. Kooijman)

Procesverloop

Voor het procesverloop tot de tussenuitspraak verwijst het College naar de tussenuitspraak van 3 februari 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:33).

Met de tussenuitspraak heeft het College de minister opgedragen binnen twaalf weken na het verzenden van de tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of een ander besluit hiervoor in de plaats te nemen, met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tussenuitspraak. Het College heeft de onderneming opgedragen op diens verzoek informatie aan de minister te verstrekken.

De minister heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak informatie bij de onderneming opgevraagd. De onderneming heeft een jaarrekening overgelegd. Vervolgens heeft de minister een brief van 23 juni 2026 ingediend, waarmee hij de motivering van het bestreden besluit heeft aangevuld.

De onderneming heeft op 8 juli 2026 een zienswijze ingediend.

De minister heeft de door onderneming aan hem overgelegde jaarrekening nagestuurd.

Het College heeft het onderzoek op 20 augustus 2026 gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. Voor het toepasselijke wettelijke kader verwijst het College naar de bijlage bij de tussenuitspraak.

2 In de tussenuitspraak heeft het College, kort samengevat, overwogen dat de minister de subsidie op juiste gronden heeft vastgesteld op nihil, maar de terugvordering van de onverschuldigd betaalde voorschotten tot een bedrag van € 112.499,- van de onderneming onvoldoende heeft gemotiveerd. Uit de motivering blijkt namelijk niet dat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden. Zo zijn de financiële gevolgen van de terugvordering voor de onderneming niet bij het bestreden besluit betrokken.

De aanvullende motivering

3 Het College merkt de brief van 23 juni 2026 aan als aanvullende motivering van het bestreden besluit. De minister heeft het bestreden besluit met de brief namelijk ongewijzigd in stand gelaten. Met de term ‘bestreden besluit’ bedoelt het College hierna dan ook het bestreden besluit inclusief de aanvullende motivering van 23 juni 2026.

4 In de aanvullende motivering staat dat de minister de onderneming heeft verzocht om financiële gegevens aan te leveren, onder meer de drie meest recente jaarrekeningen van de onderneming en, indien de onderneming tot een groep behoort, ook de meest recente jaarrekeningen van de onderneming(en) boven haar. Na herhaalde verzoeken heeft de onderneming alleen de jaarrekening van 2025 aangeleverd. De minister heeft op basis hiervan vastgesteld dat de onderneming niet heeft onderbouwd dat de gevolgen van het terugvorderen van de subsidie zodanig nadelig zijn dat de terugvordering onevenredig is. Hierbij heeft de minister betrokken dat de onderneming sinds haar oprichting alleen maar verlies heeft geleden. Het is volgens de minister dus niet zo dat de onderneming door de terugvordering in een verlieslijdende onderneming is veranderd. Verder heeft het ministerie van Sociale Zaken nog een vordering van € 90.000,- op de onderneming. Hierover is een rechtszaak gevoerd die door de onderneming is verloren. Het hoger beroep daartegen loopt nog. Dat de onderneming financiële moeilijkheden heeft, is volgens de minister onvoldoende om af te zien van de terugvordering. De onderneming heeft geen personeel in dienst, zodat de terugvordering niet kan leiden tot een mogelijk ontslag van medewerkers. Daarnaast is het – zelfs als volledig zou worden afgezien van de terugvordering – mogelijk dat de onderneming alsnog geliquideerd gaat worden. De onderneming had per 31 december 2025 nog maar € 2.754,- aan activa, terwijl alleen al de schuld aan het ministerie van Sociale Zaken € 90.000,- bedraagt. Bovendien biedt de minister ruime mogelijkheden tot het treffen van een betalingsregeling, waar de onderneming ook gebruik van maakt. De terugvordering is volgens de minister daarom niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

De zienswijze

5 De onderneming heeft in reactie op de aanvullende motivering betoogd dat de minister onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom volledige terugvordering in dit geval evenredig is. Volgens de onderneming is bij de belangenafweging niet alleen relevant of het project volledig overeenkomstig het activiteitenplan is uitgevoerd, maar ook de aard en omvang van de daadwerkelijk gerealiseerde projectresultaten, de wijze waarop de subsidiegelden zijn besteed en de gevolgen van volledige terugvordering in het concrete geval. De onderneming stelt dat zij tijdens de gehele subsidieperiode volledige medewerking heeft verleend aan de financiële verantwoording van het project. Zij heeft geen subsidiegelden onttrokken, onjuist besteed of voor andere doeleinden aangewend dan waarvoor deze waren verleend. De volledige terugvordering heeft ook gevolgen voor de deelnemende partners binnen het samenwerkingsverband. Dit aspect heeft de minister bij de terugvordering niet betrokken. Verder stelt de onderneming dat de betalingsregeling niet in de plaats mag komen van een zelfstandige evenredigheidsafweging, zeker niet nu de onderneming onvoldoende verdiencapaciteit heeft om een dergelijke regeling feitelijk na te komen.

Beoordeling door het College

6 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) uitgelegd hoe de (rechtstreekse) toetsing aan het evenredigheidsbeginsel van besluiten gebaseerd op een discretionaire bevoegdheid moet plaatsvinden. De vraag die daarbij moet worden beantwoord, is of het bestreden besluit geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Naar het oordeel van het College is dit, met de aanvullende motivering, het geval. Het College licht dit hierna toe.

7 Het College oordeelt dat de nadelige gevolgen van het bestreden besluit voor de onderneming niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Over de geschiktheid en noodzakelijkheid van de terugvordering van een subsidie(voorschot) heeft het College al geoordeeld dat als een subsidie(voorschot) ten onrechte is betaald, terugvordering een geschikt en noodzakelijk middel is om ervoor te zorgen dat het beschikbaar gestelde geld terechtkomt bij de ondernemingen waarvoor de subsidieregeling is bedoeld (zie onder meer de uitspraak van 15 april 2025, ECLI:NL:CBB:2025:256). Naar het oordeel van het College is de terugvordering in dit geval ook evenwichtig. Zoals de minister uiteen heeft gezet zijn de financiële moeilijkheden van de onderneming niet alleen het gevolg van de terugvordering, maar is de onderneming nooit winstgevend geweest en heeft zij ook een schuld van € 90.000,- aan het ministerie van Sociale Zaken. De minister heeft in de financiële situatie van de onderneming terecht geen reden gezien om (deels) van de terugvordering af te zien. Daarbij komt dat de onderneming van alle financiële gegevens waar de minister om heeft gevraagd, alleen de jaarrekening van 2025 heeft aangeleverd. Uit die jaarrekening blijkt dat [naam 2] B.V. enig aandeelhouder is van de onderneming en het management voert, maar de onderneming heeft van [naam 2] B.V. geen jaarrekening aangeleverd. Ook over de andere jaren ontbreken de jaarrekeningen. De onderneming heeft daarmee niet volledig haar medewerking aan de minister verleend, terwijl het College haar dit wel in de tussenuitspraak heeft opgedragen. Dat hierdoor geen volledig beeld bestaat van de financiële situatie van de onderneming, komt daarom voor haar rekening. Dat de terugvordering mogelijk ook gevolgen heeft voor het samenwerkingsverband betekent niet dat de terugvordering daarom onevenwichtig is. Wat de onderneming verder aanvoert, heeft voornamelijk betrekking op de vaststelling van de subsidie en niet op de terugvordering. Dat leidt niet tot een ander oordeel, omdat het College in de tussenuitspraak al heeft geoordeeld dat de minister de subsidie op nihil mocht vaststellen.

Slotsom

8 Omdat in de tussenuitspraak is geoordeeld dat het bestreden besluit een tekortkoming (gebrek) heeft, zal het College het beroep gegrond verklaren en moet het bestreden besluit worden vernietigd. Gelet op wat hiervoor is overwogen over de aanvullende motivering van de minister, bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.

9 Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het College:

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, mr. A. van Gijzen en mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van mr. M.C. Verviers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

J.L. Verbeek w.g. M.C. Verviers

De voorzitter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.C. Verviers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand