COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen
[naam 1] V.O.F., te [vestigingsplaats] (vennootschap)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
uitspraak
zaaknummer: 24/912
en
(gemachtigden: mr. S.H.B. van der Zalm en mr. R.P.R. van Winkel)
Procesverloop in beroep
De vennootschap heeft tegen het besluit van 23 september 2024 (bestreden besluit) beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 20 augustus 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 2] namens de vennootschap en de gemachtigden van de minister.
Inleiding
1. Met de Gecombineerde opgave van 14 juni 2023 heeft de vennootschap zich aangemeld voor deelname aan de basispremie, extra betaling eerste veertig hectare en de eco-regeling voor het jaar 2023. Daarbij heeft zij onder meer perceel [nummer] opgegeven voor de basispremie als ‘zoete aardappelen’; zij heeft het perceel niet opgegeven voor de eco-regeling.
2 Met de Gecombineerde opgave van 31 oktober 2023 heeft de vennootschap voor het jaar 2023 betaling van de basispremie, de extra betaling eerste veertig hectare en de eco-regeling aangevraagd. Daarbij heeft zij onder meer perceel [nummer] opgegeven voor de
eco-regeling voor de eco-activiteit ‘groene braak’.
3 Met het besluit van 11 juni 2024 heeft de minister op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 de aanvraag basispremie en extra betaling eerste veertig hectare toegewezen en de aanvraag voor de extra betaling voor de eco-regeling afgewezen. De vennootschap heeft onvoldoende punten behaald om voor de eco-regeling in aanmerking te komen. Bij die beoordeling heeft de minister perceel [nummer] niet meegenomen, omdat de vennootschap dit perceel niet tijdig heeft aangemeld.
4 Met het bestreden besluit heeft de minister het besluit van 11 juni 2024 gehandhaafd. De minister heeft hierin uiteengezet dat de vennootschap tot en met 29 juni 2023 eco-activiteiten kon opgeven. Zij heeft dat voor perceel [nummer] pas op 31 oktober 2023 en dus te laat gedaan. Volgens de minister slaagt het beroep van de vennootschap op overmacht al niet, omdat zij de overmacht niet tijdig heeft gemeld. Pas bij de indiening van haar bezwaarschrift op 12 juli 2024 heeft zij de minister op de hoogte gesteld van haar situatie, terwijl zij op 29 juni 2023 al ermee bekend was dat de zoete aardappels wegens weersomstandigheden niet geteeld konden worden.
Beoordeling van het beroep
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is, voor zover hier van belang, vastgelegd in Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 en Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021. De nationale invulling ervan is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023.
In de Uitvoeringsregeling GLB 2023 zijn de regels rondom het aanvragen van
GLB-steun ten opzichte van eerdere jaren veranderd. In de jaren 2023 en 2024 moet de landbouwer eerst een aanmelding indienen om in aanmerking te komen voor GLB-steun voordat hij een definitieve aanvraag kan doen. Op grond van artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 – voor zover en ten tijde van belang – doet een landbouwer die aanspraak maakt op betalingen als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, hiertoe in de periode van 15 oktober tot en met 30 november voorafgaand aan het aanvraagjaar een aanmelding. Het tweede lid, aanhef en onder d, bepaalt – voor zover en ten tijde van belang – dat de aanmelding de voorgenomen eco-activiteiten bevat. Op grond van het zevende lid doet de landbouwer die in aanvraagjaar 2023 aanspraak wil maken op betalingen hiertoe, in afwijking van het eerste lid, in de periode van 1 maart tot en met 15 juni 2023 een aanmelding. Specifiek voor de opgave van eco-activiteiten, waaronder groene braak, volgt die uiterste datum ook uit artikel 25, tweede lid van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Op 8 juni 2023 heeft de minister voor activiteiten in het kader van de eco-regeling nog een extra termijn voor indiening van de Gecombineerde opgave van twee weken gegeven, dus tot en met 29 juni 2023 (brief van de minister aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 8 juni 2023, DGA/ 27649459).
6 Niet in geschil is dat de vennootschap perceel [nummer] met de eco-activiteit ‘groene braak’ niet heeft aangemeld voor de eco-regeling. Zij heeft pas in de aanvraag van 31 oktober 2023 kenbaar gemaakt dat zij deel wilde nemen aan de eco-regeling en dat is te laat (zie ook de uitspraak van het College van 26 maart 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:192)). Dat, zoals de vennootschap aanvoert, de minister vervolgens pas op 11 juni 2024 een beslissing heeft genomen en aldus voldoende tijd had om de aanvraag te controleren, maakt dat niet anders. Het stellen van de uiterste datum (op 15 juni 2023 met een verlenging tot en met 29 juni 2023) om de aanmelding in te dienen, dient meerdere legitieme doelen, waaronder het belang van de minister om de grote hoeveelheid aanmeldingen binnen de termijn te ontvangen om tot een zorgvuldige beoordeling en correcte afwikkeling ervan te komen.
De vennootschap voert aan dat de minister de aanvraag voor de eco-regeling ten onrechte heeft afgewezen, omdat sprake was van overmacht. Door het uitzonderlijk natte voorjaar van 2023 en de daardoor verslechterde bodemstructuur, kon het geplande gewas, zoete aardappel, niet vóór 29 juni 2023 worden geplant. Hoewel zij na 29 juni 2023 nog de mogelijkheid had om de teelt van de zoete aardappel alsnog uit te voeren, bleek dit door de weersomstandigheden en de bodemstructuur uiteindelijk niet uitvoerbaar. Het is bekend dat er in 2023 veel problemen waren met de teelt vanwege de weersomstandigheden. Daarom heeft zij bij de volgende deadline van 31 oktober 2023 aangegeven dat zij de eco-activiteit ‘groene braak’ voor het perceel heeft uitgevoerd. Zij betwist dat zij de overmacht niet zo spoedig mogelijk zou hebben gemeld.
Dit betoog slaagt niet. De situatie van de maatschap rechtvaardigt geen succesvol beroep op overmacht en uitzonderlijke omstandigheden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) (zie onder meer het arrest van 11 juli 2002, Käserei Champignon Hofmeister, C-210/00 (ECLI:EU:C:2002:440, punt 79) moet het begrip “overmacht” inzake landbouwverordeningen aldus worden uitgelegd, dat zich abnormale en onvoorzienbare omstandigheden hebben voorgedaan, die vreemd zijn aan degene die zich erop beroept, en waarvan de gevolgen in weerwil van alle mogelijke voorzorgen niet hadden kunnen worden vermeden. Van overmacht is hier geen sprake, alleen al omdat de weers- en bodemomstandigheden niet eraan in de weg stonden om perceel [nummer] bij de aanmelding voor de eco-regeling tijdig op te geven voor de eco-activiteit ‘groene braak’.
De vennootschap voert ook aan dat de minister perceel [nummer] voor de basispremie wel subsidiabel heeft geacht als ‘groene braak’. De minister heeft daarmee feitelijk erkend dat de eco-activiteit ‘groene braak’ op het perceel van toepassing is.
Ook dit betoog slaagt niet. Dat de minister het perceel voor de basispremie heeft aangemerkt als ‘groene braak’, ondanks dat de wijziging van ‘zoete aardappel’ naar ‘groene braak’ na 29 juni 2023 heeft plaatsgevonden, betekent dat het perceel voor de basispremie is aangemerkt als subsidiabele hectare. Daaruit kan niet worden afgeleid dat de minister in het kader van de eco-regeling de eco-activiteit ‘groene braak’ op dat perceel heeft goedgekeurd. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt betreft de eco-regeling een afzonderlijke regeling, die afzonderlijk moet worden aangevraagd en beoordeeld en waarvoor ook specifieke voorwaarden gelden per eco-activiteit, in dit geval ‘groene braak’.
9 Het College zal het beroep ongegrond verklaren.
10 Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. C.T. Aalbers en mr. C.C.W. Lange, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.
De voorzitter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. w.g. L. ten Hove