ECLI:NL:CBB:2026:484

ECLI:NL:CBB:2026:484

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer 25/606
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2025:7045

Samenvatting

Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Hoger beroep. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom. Geldig certificaat van goedkeuring of daarmee gelijk te stellen certificaat voor combinatieschommel. Bevestiging uitspraak rechtbank.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 6 oktober 2026 op het hoger beroep van

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (voorheen staatssecretaris)

[naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)

uitspraak

zaaknummer: 25/606

(gemachtigde: mr. I.C.M. Nijland)

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 juni 2025, kenmerk 23/1244 en 24/2699, in het geding tussen

de minister

en

(gemachtigde: [naam 2] )

Procesverloop in hoger beroep

De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 18 juni 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:7045).

De onderneming heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

De zitting was op 20 augustus 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen.

Waar gaat deze zaak over

1 De onderneming handelt in speeltoestellen. Voor één van die speeltoestellen beschikte de onderneming volgens de minister niet over het wettelijk vereiste certificaat. Dat leverde een overtreding op van artikel 3a van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (Was) in verbinding met artikel 14a van het Was. Om die reden heeft de minister met het besluit van 11 oktober 2022 een boete van € 525,- opgelegd aan de onderneming. Ook heeft de minister met het besluit van 17 februari 2023 een last onder dwangsom opgelegd aan de onderneming. De last hield, kortgezegd, in dat de onderneming de afnemers van het speeltoestel uiterlijk op 27 februari 2023 moest informeren dat het speeltoestel niet verkocht en gebruikt mag worden. De dwangsom was € 5.000,- per dag met een maximum van € 25.000,-. De onderneming heeft tegen beide besluiten bezwaar gemaakt. Met de beslissing op bezwaar van 2 februari 2023 is het bezwaar van de onderneming tegen de boete ongegrond verklaard en met de beslissing op bezwaar van 13 februari 2024 heeft de minister het bezwaar tegen de last ongegrond verklaard. Tegen beide beslissingen op bezwaar is de onderneming in beroep gegaan.

Uitspraak van de rechtbank

In beroep heeft de rechtbank de onderneming gelijk gegeven. Volgens de rechtbank was geen sprake van een overtreding van artikel 3a gelezen in verbinding met artikel 14a van het Was. De minister was daarom niet bevoegd om een bestuurlijke boete (boete) en een last onder dwangsom (last) op te leggen. Bij de uitspraak van 18 juni 2025 (bestreden uitspraak) heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, de beide bestreden besluiten vernietigd en de boete en de last herroepen.

Voor zover voor dit hoger beroep relevant, is de rechtbank als volgt tot dit oordeel gekomen. Het speeltoestel waar het in deze zaak om gaat, is een combinatie van twee onderdelen: een frame en een zogenoemde nestschommel. De rechtbank stelt eerst vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de onderneming voor elk van deze afzonderlijke onderdelen over een geldig certificaat van goedkeuring beschikt. Wat partijen in beroep verdeeld houdt, zo blijkt in 7 van de uitspraak, is de vraag in hoeverre de combinatie van het frame en de nestschommel ( [naam 3] ) over een geldig certificaat van goedkeuring of een daarmee gelijk te stellen certificaat moest beschikken en ook beschikte. Volgens de minister was een dergelijk certificaat vereist. Dit volgde uit het Was en besluit 37 van de besluitenlijst van het overleg van de aangewezen keuringsinstellingen (AKI-besluitenlijst). De minister heeft daarbij gewezen op de ratio van deze verplichte keuring van de combinatie. Die is, zo blijkt uit 8.1 van de uitspraak: het beoordelen van de specifieke gevaren die uit de samenbouw voortvloeien, zoals het gewicht van de schommel, de totale belasting en de bodemvrijheid. Volgens de onderneming was de combinatie wel beoordeeld, maar was een apart certificaat voor de combinatie niet vereist en beschikte zij over de noodzakelijke certificaten.

Om redenen van doelmatigheid beantwoordt de rechtbank eerst de vraag of de onderneming voor de combinatie ' [naam 3] ' over een geldig certificaat van goedkeuring beschikte dan wel over een daarmee gelijkgesteld certificaat. Ter onderbouwing van haar standpunt dat de onderneming beschikte over de noodzakelijke certificaten, deed de onderneming een beroep op drie specifieke certificaten. In 8.5 toetst de rechtbank daarom in hoeverre het certificaat van type-onderzoek met nummer [nummer 1] een geldig certificaat van goedkeuring is voor de combinatie. In 8.6 toetst de rechtbank of het certificaat [nummer 2] en het opvolgende certificaat [nummer 3] geldige met certificaten van goedkeuring gelijkgestelde certificaten zijn voor de combinatie.

Met betrekking tot het certificaat met nummer [nummer 1] oordeelt de rechtbank als volgt. De onderneming had aangevoerd dat zij conform artikel 13, eerste lid, van het Was op 24 maart 2015 combinatie ' [naam 3] ' ter keuring had aangeboden aan [naam 4] in [plaats 1] als wijziging onder dit certificaat van type-onderzoek (met nummer [nummer 1] , de standaard-schommel met twee schommelzitjes). Het gaat dus om de wijziging van de schommel met twee schommelzitjes in een schommel met één nestschommel. De beoordeling conform artikel 13, tweede lid, van het Was, van deze wijziging is vastgelegd in het testrapport van 16 juni 2015 (testrapport). Op grond van deze beoordeling is [naam 4] in [plaats 1] tot de conclusie gekomen dat de wijziging geen invloed had op de veiligheid of gezondheid van gebruikers, waardoor herkeuring volgens [naam 4] in [plaats 1] niet noodzakelijk was. De rechtbank volgt de onderneming hierin. De rechtbank oordeelt daarom in 8.5.3 dat met dit certificaat van type-onderzoek is voldaan aan de door de minister genoemde ratio van de eis dat de afwijkende eigenschappen van de combinatie ' [naam 3] ' – onder meer het gewicht van de schommel, de totale belasting en de bodemvrijheid – zijn gekeurd en beoordeeld.

Vervolgens (in 8.6) toetst de rechtbank het beroep van de onderneming op certificaat [nummer 2] en het opvolgende certificaat [nummer 3] . Die beide certificaten – zo blijkt uit de certificaten zelf – zien uitdrukkelijk op de combinatie ‘ [naam 3] ’. Volgens de minister zagen de certificaten weliswaar op de combinatie, maar waren zij niet afgegeven door een bevoegde keuringsinstantie (een aangewezen keuringsinstantie, AKI) en was de combinatie niet getoetst aan de normen van het Was. De rechtbank weerlegt beide argumenten van de minister in 8.6. In de eerste plaats oordeelt de rechtbank dat met het certificaat is voldaan aan de ratio van de vereiste keuring die de minister voorstaat. Dit blijkt uit het testrapport. Vervolgens komt de rechtbank tot de conclusie dat aangenomen moet worden dat de certificaten afkomstig zijn van een daartoe bevoegde keuringsinstantie.

De rechtbank is daarom van oordeel (in 8.7 van de uitspraak) dat met de certificaten [nummer 2] en [nummer 3] in combinatie met de aan die certificaten ten grondslag liggende testrapporten (bedoeld is het hiervoor genoemde testrapport en de verwijzing daarin naar een eerder testrapport) is voldaan aan de ratio die ten grondslag ligt aan het Was en besluit 37 van de AKI-besluitenlijst. Ook moet volgens de rechtbank worden aangenomen dat beide certificaten zijn afgegeven door een daartoe bevoegde instantie ( [naam 4] in [plaats 2] ). Omdat de minister in beroep had erkend dat een met een certificaat van goedkeuring gelijkgesteld certificaat vormvrij is, concludeert de rechtbank dat hier sprake is van met een certificaat van goedkeuring gelijkgestelde certificaten die bovendien zien op de combinatie ' [naam 3] '.

De rechtbank komt daarom niet meer toe aan de vraag of een dergelijk certificaat ook was vereist, maar oordeelt dat geen sprake is van een overtreding van artikel 3a gelezen in verbinding met artikel 14a van het Was en dat de minister dus niet bevoegd was om een boete en een last op te leggen aan de onderneming.

Wettelijk kader

3 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Beoordeling van het hoger beroep

4 De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Het College komt tot het oordeel dat dit hoger beroep niet slaagt en dat de uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd. Het College licht dit hieronder toe.

Leeswijzer en omvang hoger beroep

5 Het hoger beroep van de minister richt zich tegen het oordeel van de rechtbank in 8.7. Daar oordeelt de rechtbank dat met de certificaten [nummer 2] en [nummer 3] in combinatie met de aan die certificaten ten grondslag liggende testrapporten is voldaan aan de ratio van het Was en besluit 37 van de AKI-besluitenlijst, waardoor geen sprake is van een overtreding. De minister heeft het hoger beroep vervolgens beperkt tot de grond dat het testrapport niet kan gelden als een gelijkgesteld certificaat. Ter onderbouwing daarvan heeft de minister drie argumenten aangevoerd die het College hierna in 6 zal bespreken. De beperking van het hoger beroep heeft tot gevolg dat de overige oordelen van de rechtbank, waaronder het oordeel in 8.5 over het certificaat van typeonderzoek met nummer [nummer 1] en in 8.6 en 8.7 dat de beide certificaten [nummer 2] en [nummer 3] zijn afgegeven door een daartoe bevoegde keuringsinstantie, voor het College in rechte vast staan. Hoewel de minister heeft verzocht om, ter onderbouwing van het hoger beroep, de motivering van de bestreden besluiten, van de primaire besluiten en de verweerschriften hangende het beroep bij de rechtbank als herhaald en ingelast te beschouwen, is deze mededeling naar het oordeel van het College onvoldoende om te spreken van een beroepsgrond waar het College op in dient te gaan (zie de uitspraken van het College van 4 oktober 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:391) en van 21 april 2015 (ECLI:NL:CBB:2015:132)). De minister heeft namelijk niet onderbouwd in welk opzicht, in haar visie, het oordeel van de rechtbank in zoverre ontoereikend was.

Het testrapport kan niet gelden als een gelijkgesteld certificaat

Volgens de minister blijkt ten eerste uit het testrapport zelf dat dit niet kan gelden als een gelijkgesteld certificaat. Zo vermeldt het uitdrukkelijk dat het een testrapport betreft en wordt in de laatste alinea van het voorblad van het rapport uitdrukkelijk gezegd dat dit rapport geen recht geeft om een "Prüfzeichens" of "test mark" te voeren. Ten tweede verlangt het Was dat de combinatie wordt gekeurd en niet alleen een gedeelte daarvan. Uit het testrapport blijkt volgens de minister dat alleen een deelkeuring is uitgevoerd. Ten derde voert de minister aan dat het testrapport niet als certificaat kan gelden voor alle combinaties van toestellen (met swingnest) die de onderneming in serie produceert en verkoopt, omdat het onderzoek bestaat uit een stukskeuring en niet uit een typekeuring.

Het College stelt voorop dat de rechtbank in 8.7 niet heeft overwogen dat het testrapport geldt als een gelijkgesteld certificaat. De rechtbank overweegt namelijk in 8.7 dat, nu de minister heeft erkend dat een met een certificaat van goedkeuring gelijkgesteld certificaat vormvrij is, sprake is van met een certificaat van goedkeuring gelijkgestelde certificaten die bovendien zien op de combinatie ' [naam 3] '. De rechtbank beschouwt dus de beide certificaten ( [nummer 2] en [nummer 3] ), die betrekking hebben op de combinatie [naam 3] , als met een certificaat van goedkeuring gelijkgestelde certificaten en niet het testrapport. Waar de rechtbank in 8.7 het testrapport wel noemt, doet het dit in samenhang met de beide certificaten. De rechtbank overweegt namelijk dat met de certificaten [nummer 2] en [nummer 3] in combinatie met de aan die certificaten ten grondslag liggende testrapporten, is voldaan aan de ratio van de keuring van de combinatie.

Het College volgt de minister ook niet in het argument dat uit het testrapport blijkt dat slechts een deelkeuring zou zijn uitgevoerd in plaats van een keuring van de gehele combinatie (frame en nestschommel als één geheel). Volgens de minister zou dit blijken uit pagina 3 van het testrapport. Daar staat (in de vertaling van de rechtbank) het volgende:

“Naamswijziging: [naam 3] komt overeen met [naam 3] Set.

Aanvulling: Nestzitting in plaats van twee standaardzittingen, details, zie pagina 3. Rapport [nummer 4] is ook geldig. Zie gekoppelde bestanden. Omdat schommelframe 1 qua constructie identiek is, de norm nog steeds geldig is en de neststoel GS-gecertificeerd is, werden alleen de relevante onderdelen beoordeeld. Op 3 juni 2015 werden er deeltesten uitgevoerd bij de klant.”

Het College is in de eerste plaats met de onderneming eens dat de bevoegde keuringsinstantie bepaalt welke onderdelen op basis van de geldende normen relevant zijn om ‘in combinatie’ te testen, wanneer de losse onderdelen zelf al gecertificeerd zijn. Dat [naam 4] in [plaats 2] een bevoegde keuringsinstantie was, zoals de rechtbank in 8.6 van de uitspraak heeft overwogen, is door de minister in hoger beroep niet bestreden en staat daarom voor het College vast. In de tweede plaats heeft de rechtbank in 8.5.3 haar oordeel gebaseerd op pagina 4 van het testrapport. Daar staat beschreven op welke onderdelen de combinatie is gekeurd (de rechtbank noemt dit ‘de afwijkende eigenschappen van de combinatie [naam 3] ’). Zo zijn het gewicht van de schommel, de totale belasting en de bodemvrijheid door de keuringsinstelling gekeurd en beoordeeld. Elk van die onderdelen heeft een ‘P’ van pass (wat staat voor ‘voldoende’) gekregen van de keuringsinstelling. De rechtbank heeft op basis van deze beschrijvingen vastgesteld dat de combinatie is gekeurd op de onderdelen waarop de ratio van de keuringseis voor de combinatie volgens de minister ziet. Anders dan de verwijzing naar de vertaling op pagina 3 van het testrapport, waarin gesproken wordt van ‘deeltesten’, heeft de minister geen (inhoudelijke) argumenten aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank dat is gebaseerd op pagina 4 van het testrapport. In de vertaling ‘deeltesten’ leest het College dan ook niet de door de minister gewenste betekenis van ‘deelkeuring’. De geteste onderdelen op pagina 4 spreken die lezing namelijk uitdrukkelijk tegen.

Ook het laatste argument van de minister, dat alleen een stukskeuring zou zijn uitgevoerd en geen typekeuring, volgt het College niet. Volgens de minister staat in het testrapport (vertaald uit het Duits) dat het rapport alleen betrekking heeft op de testmonsters en zonder toestemming niet in uittreksels mag worden gereproduceerd. Het College is het met de onderneming eens dat de minister het testrapport verkeerd interpreteert door de passage “darf […] nicht auszugsweise vervielfältig werden” onjuist te vertalen, alsof dit de reikwijdte van de keuring zou betreffen. Ook uit de Engelse vertaling die onder de betreffende zin staat (“this test report is not permitted to be duplicated in extracts”), blijkt dat dit begrip slaat op de wijze van reproductie van het testrapport.

De hogerberoepsgrond van de minister slaagt niet.

Slotsom

7 Het hoger beroep van de minister slaagt niet. Het College zal de uitspraak van de rechtbank bevestigen.

8 Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, mr. M.J. Jacobs en mr. C. de Kruif, in aanwezigheid van R. Hosseinollahi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.

w.g. M.M. Smorenburg w.g. R. Hosseinollahi

Bijlage

Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (geldend tot 1 juli 2023)

Artikel 3a

Het is verboden attractie- of speeltoestellen te vervaardigen, te verhandelen of te gebruiken, die niet voldoen aan, of ten aanzien waarvan wordt gehandeld, in strijd met bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

Artikel 13

1. De aangewezen instelling die het attractie- of speeltoestel of een het type kenmerkend monster daarvan heeft gekeurd, wordt onverwijld in kennis gesteld van elke ingrijpende wijziging of reparatie van een toestel.

2. Indien naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde aangewezen instelling de wijziging of reparatie van het toestel de veiligheid of gezondheid van personen beïnvloedt, wordt het toestel opnieuw gekeurd overeenkomstig artikel 8.

Artikel 14a

Degene die een attractie- of speeltoestel voorhanden heeft, beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring van een aangewezen instelling of een daarmee gelijkgesteld certificaat.

Artikel 19d

1. Met een certificaat van goedkeuring als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, wordt gelijkgesteld een certificaat afgegeven door een daartoe bevoegde instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.

2. Onze Minister kan een certificaat van een in het eerste lid bedoelde instelling aanmerken als gelijkgesteld certificaat, indien is voldaan aan de voorwaarden gesteld in het eerste lid, en de artikelen 19 en 19c, eerste lid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand