COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
beslissing
zaaknummers: 25/600 en 25/601
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen
25/600
Stichting De Bevlogen Huisartsen en 71 individuele huisartsen(praktijken) (DBH)
(gemachtigden: mr. D.W.L.A. Schrijvershof en mr. S.M.F. Möller)
en
(gemachtigden: mr. M.L. Batting, mr. N.L. Louis en mr. J. Waalkens)
25/601
Vereniging Consumentenbond (Consumentenbond)
(gemachtigden: mr. B. Wallage en mr. R. Bertens)
en
(gemachtigden: mr. M.L. Batting, mr. N.L. Louis en mr. J. Waalkens)
met als derde-partijen:
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen NV, FBTO Zorgverzekeringen NV, Interpolis Zorgverzekeringen NV en De Friesland Zorgverzekeraar NV (Zilveren Kruis c.s
(gemachtigden: mr. S.C. Bezemer en mr. S. Prosman)
Procesverloop
DBH en de Consumentenbond hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de NZa van 24 juni 2025.
De NZa heeft de vertrouwelijke versie van een aantal aanvullende gedingstukken ingezonden en medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de gedingstukken 38 tot en met 53. Deze hebben betrekking op het zogenoemde TOP-onderzoek en op de aan een zorgverzekeraar naar aanleiding daarvan gegeven aanwijzing.
DBH, de Consumentenbond en Zilveren Kruis c.s. zijn in de gelegenheid gesteld om op het verzoek van de NZa tot beperking van de kennisneming te reageren en hebben vervolgens ermee ingestemd dat het College mede op de grondslag van de vertrouwelijke stukken uitspraak doet.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. J.H. de Wildt opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen.
2 De rechter-commissaris stelt vast dat alle partijen ermee akkoord gaan dat uitsluitend het College kennisneemt van de door de NZa als vertrouwelijk aangemerkte stukken. Tegen deze achtergrond en gegeven het gemotiveerde verzoek van de NZa moet het er in dit geval voor gehouden worden dat er sprake is gewichtige redenen die ertoe leiden dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
Beslissing
De rechter-commissaris beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de gedingstukken 38 tot en met 53 gerechtvaardigd is.
Aldus genomen door mr. J.H. de Wildt, in tegenwoordigheid van mr. J.M.M. Bancken als griffier, op 6 oktober 2026.
w.g. J.H. de Wildt w.g. J.M.M. Bancken