ECLI:NL:CBB:2026:94

ECLI:NL:CBB:2026:94

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 24/824
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

GLB 2023. Aanmelding is een (constitutieve) voorwaarde voor het kunnen indienen van een definitieve aanvraag. Het tijdig aanmelden voor de basispremie en de extra betaling eerste veertig hectare is eigen verantwoordelijkheid van de landbouwer, ook als hij RVO om hulp heeft gevraagd. Technisch niet onmogelijk om aanmelding tijdig te doen. Ondanks de gestelde problemen met het intekenen van een landschapselement en het uitblijven van een onmiddellijke oplossing, lag het op de weg van de landbouwer om, gelet op zijn verantwoordelijkheid als aanvrager van GLB-steun, de Gecombineerde opgave al dan niet met het foutieve landschapselement in te dienen, zodat hij binnen de geldende termijn een aanmelding zou hebben gedaan.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

uitspraak van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[naam] , te [woonplaats]

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

uitspraak

zaaknummer: 24/824

en

(gemachtigden: mr. J. van Horsen en mr. R.P.R. van Winkel)

Procesverloop

Met het besluit van 7 februari 2024 (primaire besluit) heeft de minister [naam] medegedeeld dat zijn aanmelding voor de basispremie en de extra betaling voor de eerste veertig hectare voor 2023 te laat is ontvangen. Daarom kan [naam] voor het jaar 2023 geen steun aanvragen op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023.

Met het besluit van 12 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] daartegen ongegrond verklaard.

[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Met de brieven van respectievelijk 10 februari 2025 en 26 februari 2025 hebben [naam] en de minister antwoord gegeven op een vraag van het College.

De zitting was op 13 januari 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam] en de gemachtigden van de minister.

Overwegingen

Inleiding

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is voor zover hier van belang vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde verordening 2022/1172. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023.

De Uitvoeringsregeling GLB 2023 bevat een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (oud), zoals de introductie van een nieuwe eco-regeling, het meetellen van landschapselementen als subsidiabele hectare en het integreren van randvoorwaarden en vergroeningsmaatregelingen in ‘conditionaliteiten’.

Met de Uitvoeringsregeling GLB 2023 zijn ook de regels rondom het aanvragen van GLB-steun ten opzichte van eerdere jaren veranderd. Paragraaf 10 van de toelichting in de Staatscourant luidt voor zover van belang als volgt:

“Om het aanvraagproces maximaal te kunnen ondersteunen […] wordt het aanvraagproces opgeknipt in twee stappen: een aanmelding (voorafgaand aan het aanvraagjaar) en een vooraf gecontroleerde aanvraag. Hierdoor worden fouten in de aanvraag voorkomen en dat zal minder sancties tot gevolg hebben. Gedurende het jaar ontvangt de aanvrager van RVO informatie over welke prestaties RVO wel en niet heeft geconstateerd en dat leidt vervolgens tot een vooraf gecontroleerde aanvraag. Aanpassingen leiden niet meer tot kortingen of sancties, de betaling geschiedt op basis van de uitgevoerde prestatie. De aanmelding bevat een opgave van de regelingen waar de aanvrager aan mee gaat doen en tevens het concept bouwplan en de voorgenomen eco-maatregelen voor het betreffende aanvraagjaar. De aanmelding is de basis voor de controles die vanuit de EU zijn voorgeschreven […] aangevuld met risicogerichte controles op basis van programmatisch handhaven en verantwoord vertrouwen worden ingericht volgens de nationale kaders. Gedurende het aanvraagjaar wordt de aanvrager zo goed mogelijk begeleid naar een foutloze aanvraag. […] Wat gelijk blijft is de peildatum van 15 mei, dat is het moment waarop geen percelen en landschapselementen meer toegevoegd kunnen worden aan de aanvraag. Op dat moment wordt op basis van de RVO registers bepaald wie de beschikking heeft over een perceel of een landschapselement.”

Uit het bestreden besluit, gelezen in samenhang met het primaire besluit, volgt dat de minister de (op 14 december 2023) ingediende aanvraag voor de basispremie en de extra betaling eerste veertig hectare heeft afgewezen, omdat [naam] daarvoor niet tijdig een aanmelding deelname heeft gedaan.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 – voor zover hier van belang - doet een landbouwer die aanspraak maakt op betalingen als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, hiertoe in de periode van 15 oktober tot en met 30 november voorafgaand aan het aanvraagjaar een aanmelding. Op grond van het zevende lid doet de landbouwer die in aanvraagjaar 2023 aanspraak wil maken op betalingen hiertoe, in afwijking van het eerste lid, in de periode van 1 maart tot en met 15 juni 2023 een aanmelding.

Op grond van artikel 11, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 – voor zover hier van belang – dient een landbouwer, die een aanmelding tot deelname heeft gedaan, in de periode van 15 oktober tot en met 30 november van het aanvraagjaar een aanvraag in.

Standpunt van de landbouwer

3 [naam] stelt dat hij alles heeft gedaan om de Gecombineerde opgave 2023 op tijd in te leveren, maar dat het hem steeds niet lukte om één perceel (een landschapselement) op de juiste wijze in te tekenen. Hij heeft RVO verschillende malen om hulp gevraagd bij het intekenen van dat perceel, maar hij werd óf niet teruggebeld óf het lukte ook RVO niet om het probleem op te lossen. Uiteindelijk is dat pas in december 2023 naar tevredenheid gebeurd.

Volgens [naam] is het systeem zo ingericht dat hij de Gecombineerde opgave 2023 niet kon indienen als er volgens hem iets niet klopte. Anders dan in voorgaande jaren ontbrak een opmerkingenveld waarin hij het probleem had kunnen vermelden. [naam] vindt dat hij niet naar eer en geweten een vinkje kon zetten bij het ondertekenen van de Gecombineerde opgave, omdat hij daarmee verklaart deze volledig en naar waarheid te hebben ingevuld, terwijl dat niet het geval is. Daarom wilde hij om in ieder geval de termijnen veilig te stellen de Gecombineerde opgave 2023 ook niet indienen, voordat hij duidelijkheid had over het perceel.

Standpunt van de minister

4 De minister stelt voorop dat [naam] zich niet heeft aangemeld voor de basispremie en de extra betaling eerste veertig hectare. [naam] heeft de (definitieve) aanvraag pas op 14 december 2023 ingediend en dat is niet binnen de daarvoor gestelde termijn. De minister erkent dat [naam] hulp heeft gezocht bij RVO voor het intekenen van percelen/landschapselementen. Daarnaast is specifiek contact geweest over het intekenen van één perceel, een landschapselement. [naam] heeft ook (meermaals) antwoord gekregen op de vraag hoe hij het door hem gestelde probleem zou kunnen oplossen. De minister verwijst bijvoorbeeld naar het contact van februari 2023. Ook blijkt uit de mailwisseling met [naam] dat RVO heeft geprobeerd om op 8 juni 2023 een afspraak te maken voor het intekenen van percelen vóór het einde van de aanmeldtermijn (15 juni 2023), maar dat [naam] geen tijd had en/of daar niet aan mee wilde werken. Het was technisch gezien mogelijk om de aanmelding tijdig te doen en vervolgens de definitieve aanvraag in te dienen, maar dat heeft [naam] niet gedaan omdat hij één perceel niet naar zijn wens kon intekenen. Dit blijkt ook uit het contact van 6 december 2023. Ondanks dat de aanmeld- en aanvraagtermijn reeds was gesloten, is op die datum voor [naam] een speciale (overmacht)pagina in zijn RVO-omgeving opengesteld, zodat hij alsnog een aanvraag kon indienen. De minister benadrukt dat het de eigen verantwoordelijkheid van [naam] is om tijdig zijn aanmelding te doen en de definitieve aanvraag in te dienen. In de verschillende contactmomenten is [naam] daar ook op gewezen, onder andere tijdens het contact op 8 juni 2023. Ondanks dat [naam] contact heeft gezocht over de problemen die hij ondervond, had hij er ook voor kunnen kiezen om het perceel, zoals voorgesteld, op te geven om zo aanspraak te maken op GLB-steun. Onder deze omstandigheden hoort het niet doen van de aanmelding en het niet tijdig indienen van de aanvraag voor rekening en risico van [naam] te komen, aldus de minister.

Beoordeling door het College

Uit de systematiek van de artikelen 10 en 11 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 volgt dat de aanmelding een (constitutieve) voorwaarde is voor het kunnen indienen van een definitieve aanvraag. De landbouwer moet zijn aanmelding binnen de aanmeldtermijn, in dit geval uiterlijk 15 juni 2023, hebben gedaan om voor GLB-steun in aanmerking te komen. Zonder een (tijdige) aanmelding kan de landbouwer in de aanvraagperiode van 15 oktober tot en met 30 november geen (toewijsbare) aanvraag op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 indienen.

Vast staat dat [naam] zich niet heeft aangemeld voor de basispremie en de extra betaling eerste veertig hectare. De omstandigheid dat [naam] zich tot RVO heeft gewend met het verzoek hem te helpen bij het intekenen van het landschapselement laat onverlet dat het de eigen verantwoordelijkheid van [naam] is om zijn aanmelding tijdig te doen. Uit de stukken blijkt dat het technisch niet onmogelijk was om de aanmelding tijdig te doen. Ook blijkt uit de stukken dat RVO op 8 juni 2023 heeft geprobeerd om een belafspraak te maken, eventueel op een avond of op zaterdag, om hem te helpen bij het intekenen van het landschapselement, maar dat [naam] dit heeft afgehouden. Dit is naar het oordeel van het College een omstandigheid die voor zijn rekening en risico komt. Daarbij betrekt het College dat [naam] bekend was met het belang van het naleven van de geldende indieningstermijnen. Ondanks de gestelde problemen met het intekenen van het landschapselement en het uitblijven van een onmiddellijke oplossing, lag het dan ook op de weg van [naam] om, gelet op zijn verantwoordelijkheid als aanvrager van GLB-steun, de Gecombineerde opgave al dan niet met het volgens hem foutieve landschapselement in te dienen, zodat hij binnen de gestelde termijn een aanmelding zou hebben gedaan.

Gelet op het vorenstaande is het College van oordeel dat de minister de aanvraag om GLB-steun voor 2023 terecht heeft afgewezen, omdat geen tijdige aanmelding tot deelname is gedaan.

Slotsom

6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, mr. C.T. Aalbers en mr. M.L. Noort, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.

w.g. B. Bastein w.g. C.E.C.M. van Roosmalen

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.E.C.M. van Roosmalen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?