CENTRALE GRONDKAMER
Datum: 30 oktober 2025
Dossiernummer: GP 11.857
Beschikking
in de zaak van:
LuniAtra B.V.,
gevestigd in Zeewolde,
als rechtsopvolgster van GSB Vastgoedbeheer B.V., gevestigd in Kampen,
hierna te noemen: verpachtster,
gemachtigde: mr. M.J.G. Peters, advocaat bij Benthem Gratama Advocaten in Zwolle,
-tegen-
VOF [naam VOF/pachtster],
gevestigd in [vestigingsplaats],
hierna te noemen: pachtster,
gemachtigde: mr. B. Nijman, advocaat bij A&S Advocaten in Veenendaal.
1. De verdere procedure bij de Centrale Grondkamer
De Centrale Grondkamer heeft op 24 oktober 2024 een tussenbeschikking gegeven. Daarin is geoordeeld dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst moet worden aangemerkt als een pachtovereenkomst en heeft de Centrale Grondkamer haar deskundigen opgedragen onderzoek te doen naar de hoogst toelaatbare pachtprijs. De deskundigen hebben dat onderzoek gedaan en daarvan een rapport opgemaakt, dat op 9 mei 2025 naar partijen is gestuurd. Daarbij is meegedeeld dat binnen vier weken bezwaren tegen dat rapport kenbaar gemaakt kunnen worden of een verzoek om een mondelinge behandeling kan worden gedaan. In de brief staat ook dat wanneer binnen de gestelde termijn geen bericht van partijen is ontvangen, de Centrale Grondkamer aanneemt dat partijen tegen het rapport geen bezwaren hebben of dat zij zich hierbij neerleggen. De Centrale Grondkamer heeft van beide partijen geen reactie ontvangen.
2. De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep
De deskundigen hebben in hun rapport vermeld wat volgens hen de hoogst toelaatbare pachtprijs van de gepachte hoeve is. Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer hebben de deskundigen in hun rapport in voldoende mate en op juiste wijze gelet op wat partijen hebben meegedeeld. De Centrale Grondkamer zal het rapport dan ook volgen.
Het definitieve rapport is in afschrift aan deze beschikking gehecht en de inhoud daarvan moet
als hier ingelast worden beschouwd. Samengevat hebben de deskundigen aan de woning 64,73 punten toegekend. De hoogst toelaatbare pachtprijs van de woning bedraagt op basis daarvan € 3.727,56 per jaar. De hoogst toelaatbare pachtprijs voor de bedrijfsgebouwen berekenen de deskundigen op € 13.767 per jaar. Dit is onderverdeeld in:
pluimveestal/kippenschuur € 9.450
oude schuur € 2.520
kapschuur (Front-open) € 420
tunnelkas € 244
overkapte mestopslag € 637
schuur € 496
De pachtwaarde van het land hebben de deskundigen berekend op € 2.324,78 per jaar. Concluderend komt de hoogst toelaatbare pachtprijs van de gepachte hoeve daarmee in totaal op € 19.819,34 per jaar.
De Centrale Grondkamer komt voor wat betreft de hoogte van de pachtprijs dus tot een ander oordeel dan de grondkamer die de pachtprijs op € 18.339 per jaar heeft vastgesteld. Het hoger beroep van verpachtster is in zoverre gegrond dat de Centrale Grondkamer een andere pachtprijs zal vaststellen. Omwille van de leesbaarheid zal de Centrale Grondkamer de beschikking van de grondkamer hierna geheel vernietigen en de gehele beslissing, waaronder de hoogte van de pachtprijs, opnieuw vermelden.
3. De beslissing
De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking, waarvan beroep, en opnieuw beschikkende:
wijzigt de overeenkomst tussen GSB Vastgoedbeheer B.V. en VOF [naam VOF/pachtster] in die zin dat:
- de daarin vermelde aanduidingen: “huurovereenkomst”, “verhuurder” en “huurder” worden vervangen door de aanduidingen: “pachtovereenkomst”, “verpachter” en “pachter”;
- aan artikel 2, Voorwaarden, wordt toegevoegd:
“De “Algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW” gelden niet voor zover deze in strijd zijn met dwingend recht.”;
- artikel 3, Duur, verlenging en opzegging, komt te luiden als volgt:
“3.1 Deze pachtovereenkomst gaat in op 1 oktober 2022 en is aangegaan voor een periode van twaalf jaren en loopt tot en met 30 september 2034.
Na het verstrijken van de in artikel 3.1 genoemde periode wordt deze pachtovereenkomst telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.
Beëindiging van deze pachtovereenkomst vindt plaats door opzegging door de pachter aan de verpachter of door de verpachter aan de pachter tegen het einde van iedere hiervoor in artikel 3.1 en 3.2 bedoelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:367 e.v. BW.”
- in artikel 4 de titel van het artikel wordt aangepast naar “Pachtprijs” en artikel 4.1 komt te luiden als volgt:
“De pachtprijs van het verpachte bedraagt op de ingangsdatum op jaarbasis € 19.819,34.”
keurt de aldus gewijzigde pachtovereenkomst goed; en
wijst wat verpachtster verder of anders in hoger beroep heeft verzocht af.
Deze beschikking is gegeven op 30 oktober 2025 door mrs. M.S.A. van Dam, H.L. Wattel en R.W.E. van Leuken en de deskundige leden mr. ing. E. Oostra en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier.