ECLI:NL:CG:2026:10

ECLI:NL:CG:2026:10

Instantie Centrale Grondkamer
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer GP 11.864
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:333 BW Geen sprake van vaste prijsafspraak. Herziening mogelijk. De Centrale Grondkamer volgt het taxatierapport van de deskundigen.

Uitspraak

CENTRALE GRONDKAMER

Datum: 3 september 2026

Dossiernummer: GP 11.864

Beschikking

in de zaak van:

[pachter sub 1]

en

[pachter sub 2],

beiden wonend in [woonplaats 1], gemeente [gemeente 1],

hierna te noemen: pachters,

gemachtigde: mr. S. Wannet,

-tegen-

Stichting [naam stichting],

gevestigd in [vestigingsplaats], gemeente [gemeente 1],

hierna te noemen: verpachtster,

gemachtigde: mr. ing. W. de Reus.

De beslissing van de Centrale Grondkamer in het kort

Verpachtster heeft om herziening van de pachtprijs van het door haar verpachte land gevraagd. Tegen de pachtprijs die de grondkamer heeft vastgesteld (€ 22.645,78) hebben pachters bezwaren.

De Centrale Grondkamer gaat voorbij aan de bezwaren van pachters en laat de beschikking van de grondkamer in stand.

Hierna legt de Centrale Grondkamer de beslissing uit. Eerst beschrijft de Centrale Grondkamer onder 1. en 2. wat er in de procedure bij de grondkamer en in de procedure bij de Centrale Grondkamer is gebeurd. Onder 3. staan de redenen voor de beslissing. Onder 4. staat de beslissing in juridische woorden.

1. De procedure bij de grondkamer

In de reguliere pachtovereenkomst voor los land van 14 juni 2019 heeft verpachtster aan pachters los land verpacht, bestaande uit:

a. percelen landbouwgrond gelegen nabij [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Drenthe], sectie [sectieletter 1], nummers:

[perceelnummer 1] gedeeltelijk, groot circa 1 ha;

[perceelnummer 2], groot 22 a 23 ca;

[perceelnummer 3] gedeeltelijk, groot circa 10 ha 88 a 47 ca;

[perceelnummer 4], groot 4 ha 29 a 35 ca en;

[perceelnummer 5], groot 15 ha 35 a 5 ca;

een perceel landbouwgrond gelegen nabij [plaats 2], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Drenthe], sectie [sectieletter 2], nummer [perceelnummer 6], groot 3 ha 57 a 5 ca;

tezamen totaal groot circa 35.43.15 ha. De pachtovereenkomst is aangegaan voor de periode van zes jaren, ingaande op 14 juni 2019 en eindigend op 14 juni 2025 met een jaarlijkse totale pachtprijs van € 14.172,60. Deze pachtovereenkomst is op 10 juli 2020 goedgekeurd door de grondkamer Noord (hierna: de grondkamer).

Verpachtster heeft een verzoek gedaan om herziening van de pachtprijs van de tussen partijen bestaande pachtovereenkomst. Het verzoek van verpachtster is een verzoek zoals is bedoeld in artikel 7:333 lid 2 BW. Het verzoek is bij de grondkamer op 2 februari 2024 geregistreerd.

De grondkamer heeft in de beschikking van 2 december 2024 de bezwaren van pachters ongegrond verklaard, de tegenprestatie herzien en de pachtprijs bepaald op € 22.645,78,- per jaar, ingaande 14 juni 2024.

Een afschrift van die beschikking is aan partijen verzonden op 31 januari 2025 en is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Naar de beschikking van de grondkamer wordt verwezen voor de procedure bij de grondkamer en de aan de beschikking ten grondslag gelegde motivering.

2. De procedure bij de Centrale Grondkamer

Pachters zijn met een beroepschrift dat de Centrale Grondkamer op 27 februari 2025 heeft ontvangen in beroep gegaan tegen de beschikking van de grondkamer. Pachters hebben de Centrale Grondkamer verzocht de beschikking van de grondkamer te vernietigen en de pachtprijs vast te stellen op € 16.463,13. Pachters hebben hun beroepschrift aangevuld middels een aanvullend beroepschrift dat de Centrale Grondkamer op 17 maart 2025 heeft ontvangen.

Verpachtster heeft hiertegen verweer gevoerd met een verweerschrift dat de Centrale Grondkamer op 15 april 2025 heeft ontvangen. Verpachtster vraagt de beslissing van de grondkamer in stand te laten.

De Centrale Grondkamer heeft ter plaatse van het gepachte een onderzoek laten instellen door haar deskundigen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 23 september 2025. Van dat onderzoek is een rapport gemaakt. Het concept-rapport is naar partijen gezonden, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun bezwaren daartegen kenbaar te maken. Namens pachters is hierop gereageerd.

Vervolgens is met brieven van 8 januari 2026 een afschrift van het definitieve rapport aan partijen gezonden. Daarbij is meegedeeld dat binnen vier weken bezwaren daartegen kenbaar gemaakt konden worden. De Centrale Grondkamer heeft binnen de gestelde termijn van pachters een e-mail van 5 februari 2026 ontvangen, waarin wordt verwezen naar het bezwaar tegen het concept taxatierapport.

Het definitieve rapport is in afschrift aan deze beschikking gehecht en de inhoud daarvan moet als hier ingelast worden beschouwd. Samengevat hebben de deskundigen de totale hoogst toelaatbare pachtprijs berekend op € 22.645,78 per jaar.

De mondelinge behandeling bij de Centrale Grondkamer heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- mr. Wannet namens pachters;

- namens verpachtster de heer [naam voorzitter] (voorzitter), bijgestaan door mr. ing. De Reus;

- de heer [pachter sub 1] was aanwezig door middel van een Microsoft Teams-verbinding.

Mr. Wannet heeft het standpunt van pachters toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen.

3. De redenen voor de beslissing

Pachters hebben tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de redelijkheid en billijkheid zich verzetten tegen een verhoging van de pachtprijs. Daarbij wijzen pachters op de prijsafspraak die zij met verpachtster hebben gemaakt. Deze prijsafspraak volgt uit de pachtovereenkomst en een document van 30 september 2018. Partijen zijn daarbij nadrukkelijk een lagere pachtprijs overeengekomen dan de geldende regionorm vanwege de slechte bodemkwaliteit en een lager opbrengend vermogen van de grond.

Verpachtster heeft hiertegen verweer gevoerd. Volgens haar hebben de deskundigen van de Centrale Grondkamer de hoogst toelaatbare pachtprijs op correcte wijze berekend en moet daarvan worden uitgegaan.

De Centrale Grondkamer overweegt als volgt. Bij een verzoek van verpachtster om herziening van de pachtprijs is de grondkamer gehouden om de bestaande pachtprijs te verhogen tot de hoogst toelaatbare, tenzij redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten (artikel 7:333 lid 2 BW in samenhang met artikel 21 van het Pachtprijzenbesluit 2007). De Centrale Grondkamer is van oordeel dat de redelijkheid en billijkheid zich niet verzetten tegen een verhoging van de pachtprijs naar de hoogst toelaatbare. Daartoe acht de Centrale Grondkamer het volgende van belang.

In het document van 30 september 2018 zijn partijen het volgende overeengekomen:

“Na beëindiging van deze pachtovereenkomst, en de overname van het bedrijf van genoemde heer Hofman door de heer [pachter sub 1] kan de heer [pachter sub 1] bovengenoemde oppervlakte pachten van de Stichting [naam stichting]. Het jaarlijkse pachtbedrag voor de heer [pachter sub 1] wordt € 400,= per hectare, vermeerderd met de helft van de over de betreffende grond verschuldigde waterschapslasten.”

Uit dit document en de pachtovereenkomst kan niet worden afgeleid dat partijen een vaste prijsafspraak hebben gemaakt. De stelling van pachters dat sprake is van een vaste prijsafspraak, waarbij de pachtprijs van € 400,- per hectare niet zou worden verhoogd, is ook niet onderbouwd. Pachters hebben bovendien niet gesteld en het blijkt ook niet uit de overgelegde stukken dat afgesproken zou zijn dat verpachtster voor een bepaalde periode afstand zou doen van het recht om pachtprijsherziening te vragen.

Ook de stelling van pachters dat sprake is van kwalitatief slechte grond betekent niet dat de pachtprijs voor altijd € 400,- per hectare moet blijven. Een eventuele slechte kwaliteit van de grond kan tot uitdrukking komen in de vrije verkeerswaarde van de betreffende gronden. Via artikel 3 van het Pachtprijzenbesluit, dat de hoogst toelaatbare pachtprijs op 2% van de vrije verkeerswaarde van deze specifieke gronden maximeert, komt daarmee een slechte kwaliteit ook tot uitdrukking in de pachtprijs bij herziening.

Door pachters is de conclusie van de deskundigen dat geen aftopping plaatsvindt op basis van de rekenregel dat de pachtprijs maximaal 2% van de vrije verkeerswaarde mag zijn, niet gemotiveerd weersproken. De deskundigen komen tot deze conclusie op basis van verschillende vergelijkingstransacties, zoals verwoord in het taxatierapport.

Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer hebben de deskundigen in het rapport in voldoende mate en op juiste wijze acht geslagen op het door partijen aangevoerde. De Centrale Grondkamer zal het rapport dan ook met inachtneming van het vorenstaande volgen.

De door pachters in hun beroepschrift en aanvullend beroepsschrift aangevoerde grond voor vernietiging, namelijk dat de grondkamer de pachtprijs had moeten berekenen aan de hand van het veranderpercentage van artikel 2 lid 2 met toepassing van artikel 2a van het Pachtprijzenbesluit gaat niet op. Het gaat hier om een pachtovereenkomst van na september 2007. Artikel 21 van het Pachtprijzenbesluit verwijst dan naar artikel 2 lid 1 van het Pachtprijzenbesluit en niet naar artikel 2 lid 2 en artikel 2a van het Pachtprijzenbesluit.

Ten slotte hebben pachters aangevoerd dat het niet redelijk is dat verpachtster in hun geval wel om een herziening van de pachtprijs heeft gevraagd, terwijl zij daar bij haar andere pachters nooit om heeft gevraagd. Het staat een verpachter echter vrij om van geval tot geval te beoordelen of zij met inachtneming van de wettelijke regeling de grondkamer verzoekt de pachtprijs te herzien.

Conclusie

Gelet op de door de deskundigen berekende hoogst toelaatbare pachtprijs van € 22.645,78 per jaar, is de Centrale Grondkamer van oordeel dat de beschikking van de grondkamer in stand kan blijven. De Centrale Grondkamer zal de beschikking van de grondkamer bekrachtigen.

4. De beslissing

De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking, waarvan beroep.

Deze beschikking is gegeven op 3 september 2026 door mrs. M.S.A. van Dam, S.B. Boorsma en B.J.H. Hofstee en de deskundige leden ing. C.R.M. Francissen en B.Th.W. Lamers, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Knipping-Verbeek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand