CENTRALE GRONDKAMER
Datum: 12 februari 2026
Dossiernummer: GP 11.862
Beschikking
in de zaak van:
Gemeente Heusden,
zetelend in Vlijmen,
hierna te noemen: verpachtster,
gemachtigde: mr. M.P.C. Hendriks, advocaat bij AKD in Eindhoven,
-tegen-
[naam B.V.] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
hierna te noemen: pachtster.
De beslissing van de Centrale Grondkamer in het kort
De tussen partijen gesloten geliberaliseerde pachtovereenkomst is ter goedkeuring bij de grondkamer ingediend. De grondkamer heeft de laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 in zijn geheel geschrapt en de aldus gewijzigde overeenkomst goedgekeurd. Verpachtster is het niet eens met de beslissing van de grondkamer.
De laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 houdt onder meer in dat verpachtster de pachtovereenkomst tussentijds mag opzeggen als pachtster de in de pachtovereenkomst genoemde duurzaamheidsmaatregelen niet nakomt. De Centrale Grondkamer oordeelt dat deze bepaling niet ongewijzigd kan worden goedgekeurd. De Centrale Grondkamer wijzigt de pachtovereenkomst in die zin dat van de laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 de zinsnede “is een reden voor tussentijdse opzegging als bedoeld in 2.2.1 van deze regeling” wordt geschrapt en de laatste alinea dus komt te luiden:
“Bij het niet nakomen van de duurzaamheidsmaatregelen door een pachter, kan de gemeente besluiten de pachter uit te sluiten voor deelname aan een volgende uitgifteronde.”
Hierna legt de Centrale Grondkamer de beslissing uit. Eerst beschrijft de Centrale Grondkamer onder 1. en 2. wat er in de procedure bij de grondkamer en in de procedure bij de Centrale Grondkamer is gebeurd. Onder 3. staan de redenen voor de beslissing. Onder 4. staat de beslissing in juridische woorden.
1. De procedure bij de grondkamer
Verpachtster heeft aan pachtster percelen los land geliberaliseerd verpacht, bestaande uit en kadastraal bekend als gemeente [gemeente in de provincie Noord-Brabant, [kadastrale aanduidingen], en gemeente [gemeente in de provincie Noord-Brabant], [kadastrale aanduidingen], met een totale oppervlakte van 4.02.90 ha. De pachtovereenkomst is aangegaan voor de duur van vier jaren, ingaande op 1 januari 2024 en eindigende op 31 december 2027 met een jaarlijkse pachtprijs van € 13.969,55.
In de pachtovereenkomst zijn partijen in Bijzondere bepaling 2 overeengekomen:
“(…) Bepaling : Algemene duurzaamheidsmaatregelen 2/2
SKAL-gronden: indien een cluster reeds voor meer dan 3 jaar in gebruik is genomen door een agrariër met een SKAL-certificaat, wordt deze grond aangemerkt als SKAL-grond. SKAL status op de grond behoeft een lange voorbereiding en veel extra investeringen: pas na drie jaar biologische bewerking is een SKAL status op de gronden te verkrijgen. Indien een cluster eenmaal SKAL-grond is en een andere pachter het cluster verkrijgt die geen SKAL ondernemer is dan vervalt de SKAL status op die grond en mag die grond binnen 5 jaar niet weer worden ingezet voor SKAL activiteiten. Om deze reden zijn op clusters die een SKAL status hebben de volgende maatregelen van toepassing bovenop de fictieve ophoging die het SKAL-certificaat met zich meebrengt:
Bij een volgende uitgifteronde wordt bij verpachting van dit cluster, bij (nagenoeg) gelijke bieding voorrang gegeven aan een agrariër met een SKAL-certificaat. De agrariër met het SKAL-certificaat dient wel de hoogste of gelijkwaardig hoogste bieder voor dit cluster te zijn.
Indien een bieding van een SKAL-ondernemer binnen een marge van 100 euro van de hoogste bieder afligt wordt deze SKAL ondernemer nog eenmaal in de gelegenheid gesteld het cluster tegen het hoogste bod af te nemen. Indien de agrariër met een SKAL-certificaat het cluster niet wenst af te nemen voor het hoogste bod dan wordt de grond alsnog toegewezen aan de agrariër met het hoogste bod en vervalt de SKAL-status voor het cluster.
Het niet nakomen van de duurzaamheidsmaatregelen door een pachter, is een reden voor tussentijdse opzegging als bedoeld in 2.2.1 van deze regeling en de gemeente kan bovendien besluiten de pachter uit te sluiten voor deelname aan een volgende uitgifteronde.”
De pachtovereenkomst is ter goedkeuring bij de grondkamer Zuid (hierna: de grondkamer) ingediend. Het verzoek tot goedkeuring is bij de grondkamer op 15 mei 2024 geregistreerd.
De grondkamer heeft in de beschikking van 18 oktober 2024 de overeenkomst gewijzigd in die zin dat in Bijzondere bepaling 2 de laatste alinea wordt geschrapt waar staat: “Het niet nakomen van de duurzaamheidsmaatregelen door een pachter, is een reden voor tussentijdse opzegging als bedoeld in 2.2.1 van deze regeling en de gemeente kan bovendien besluiten de pachter uit te sluiten voor deelname aan een volgende uitgifteronde.” De grondkamer heeft de aldus gewijzigde overeenkomst goedgekeurd.
Een afschrift van die beschikking is aan partijen verzonden op 27 november 2024 en is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Naar de beschikking van de grondkamer wordt verwezen voor de procedure bij de grondkamer en de aan de beschikking ten grondslag gelegde motivering.
2. De procedure bij de Centrale Grondkamer
Verpachtster is met een (pro forma) beroepschrift dat de Centrale Grondkamer op 24 december 2024 heeft ontvangen in beroep gegaan tegen de beschikking van de grondkamer. Verpachtster heeft de Centrale Grondkamer verzocht de beschikking van de grondkamer te vernietigen en de pachtovereenkomst alsnog ongewijzigd goed te keuren. Verpachtster heeft bij brief van 11 februari 2025 een aanvullend beroepschrift ingediend.
Pachtster is in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de door verpachtster ingediende stukken. De Centrale Grondkamer heeft van pachtster geen reactie ontvangen.
Op 4 september 2025 heeft een mondelinge behandeling bij de Centrale Grondkamer plaatsgevonden. Aanwezig waren T. Blankers (jurist bij de gemeente Heusden) namens verpachtster, bijgestaan door mr. J.R. Joosten (kantoorgenoot van mr. M.P.C. Hendriks).
3. De redenen voor de beslissing
In deze procedure staat de vraag centraal of de laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 van de pachtovereenkomst ongewijzigd kan worden goedgekeurd. De grondkamer heeft geoordeeld dat geen sprake is van een objectief bepaalbare gebeurtenis als bedoeld in de jurisprudentie van de Centrale Grondkamer. De grondkamer heeft verder kort gezegd geoordeeld dat het op grond van artikel 7:376 BW aan de rechter is om de pachtovereenkomst te ontbinden. Verpachtster is het niet eens met het oordeel van de grondkamer en meent dat de opzeggingsgrond objectief bepaalbaar is, aangezien de toekenning, verlenging en intrekking van een Skal-certificaat door Stichting Skal wordt bepaald.
Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer betreft het niet nakomen van de duurzaamheidsmaatregelen een tekortkoming van pachtster in de nakoming van haar verplichtingen. Ter bescherming van pachtster is in artikel 7:376 lid 1 BW bepaald dat ontbinding van de pachtovereenkomst op grond van een tekortkoming van een pachter alleen door de rechter kan worden uitgesproken. Van dit artikel kan niet ten nadele van pachtster worden afgeweken, zo bepaalt artikel 7:399 BW. Bijzondere bepaling 2 is in zoverre in strijd met titel 5 van boek 7 van het BW en kan op grond van artikel 7:319 lid 1 sub f BW niet ongewijzigd goedgekeurd worden. Er is geen reden om daarover anders te oordelen als dit een ‘tussentijdse opzegging’ genoemd wordt.
Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer had de grondkamer echter, voordat zij tot schrapping van de laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 kon overgaan, eerst moeten nagaan of de bezwaren niet door wijziging van de betreffende bepaling waren te ondervangen (Centrale Grondkamer 24 september 1982, Agrarisch Recht 1983/3613). Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer moet de oorspronkelijke overeenkomst zoveel als mogelijk worden gerespecteerd. Aan de bezwaren kan worden tegemoet gekomen door de zinsnede “is een reden voor tussentijdse opzegging als bedoeld in 2.2.1 van deze regeling” te verwijderen en de laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 te wijzigen in: “Bij het niet nakomen van de duurzaamheidsmaatregelen door een pachter kan de gemeente besluiten de pachter uit te sluiten voor deelname aan een volgende uitgifteronde.” Tijdens de mondelinge behandeling is namens verpachtster verklaard hiermee akkoord te zijn.
Gelet op het voorgaande zal de Centrale Grondkamer de beschikking van de grondkamer vernietigen en de pachtovereenkomst gewijzigd goedkeuren als hiervoor is vermeld.
4. De beslissing
De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking, waarvan beroep;
wijzigt de geliberaliseerde pachtovereenkomst voor 6 jaar of korter tussen de Gemeente Heusden als verpachtster en [naam B.V.] B.V. als pachtster in die zin dat van de laatste alinea van Bijzondere bepaling 2 de zinsnede “is een reden voor tussentijdse opzegging als bedoeld in 2.2.1 van deze regeling” wordt geschrapt en de laatste alinea wordt gewijzigd in:
“Bij het niet nakomen van de duurzaamheidsmaatregelen door een pachter, kan de gemeente besluiten de pachter uit te sluiten voor deelname aan een volgende uitgifteronde.”;
keurt de aldus gewijzigde pachtovereenkomst goed.
Deze beschikking is gegeven op 12 februari 2026 door mrs. M.S.A. van Dam, W.F. Boele en S.C.P. Giesen en de deskundige leden ing. P. Kerkstra en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier.