ECLI:NL:CG:2026:8

ECLI:NL:CG:2026:8

Instantie Centrale Grondkamer
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer GP 11.891
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 36 Uitvoeringswet grondkamers, artikel 7:321 BW, artikel 7:322 BW Ontvankelijkheid. Geen beroep mogelijk als de pachtovereenkomst ongewijzigd is goedgekeurd. Een verzoek om te bepalen dat de pachtovereenkomst ingaat op een eerder tijdstip moet bij het goedkeuringsverzoek aan de grondkamer worden gedaan.

Uitspraak

CENTRALE GRONDKAMER

Datum: 27 augustus 2026

Dossiernummer: GP 11.891

Beschikking

in de zaak van:

[verpachtster],

wonend in [woonplaats],

hierna te noemen: verpachtster,

gemachtigde: mr. D.A. Bates,

-en-

Divine Peonies B.V.,

gevestigd in Wijdenes,

hierna te noemen: pachtster,

gemachtigde: mr. R.A. Reijnen.

De beslissing van de Centrale Grondkamer in het kort

Verpachtster en pachtster zijn een geliberaliseerde pachtovereenkomst voor langer dan zes jaar met elkaar aangegaan. De grondkamer heeft de pachtovereenkomst ongewijzigd goedgekeurd. De pachtovereenkomst is niet binnen twee maanden na het aangaan ingezonden, waardoor de duur van de pachtovereenkomst ingaat bij aanvang van het pachtjaar dat volgt op de datum van inzending. Verpachtster is het hiermee niet eens en wil dat de duur ingaat op de afgesproken datum.

De Centrale Grondkamer beslist dat verpachtster niet-ontvankelijk is in haar beroep.

Hierna legt de Centrale Grondkamer de beslissing uit. Eerst beschrijft de Centrale Grondkamer onder 1. en 2. wat er in de procedure bij de grondkamer en in de procedure bij de Centrale Grondkamer is gebeurd. Onder 3. staan de redenen voor de beslissing. Onder 4. staat de beslissing in juridische woorden.

1. De procedure bij de grondkamer

In de geliberaliseerde pachtovereenkomst voor langer dan zes jaar heeft verpachtster aan pachtster verpacht een perceel tuinland in [plaats], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Noord-Holland], [kadastrale aanduidingen], 2.01.00 ha groot. De pachtovereenkomst is aangegaan voor de duur van tien jaren, ingaande op 1 september 2024 en eindigend op 1 september 2034 met een jaarlijkse pachtprijs van € 5.250,-.

Verpachtster heeft de pachtovereenkomst ter goedkeuring ingediend bij de grondkamer Noordwest (hierna: de grondkamer). Het verzoek is bij de grondkamer op 3 juli 2025 geregistreerd.

De grondkamer heeft de pachtovereenkomst op 23 oktober 2025 ongewijzigd goedgekeurd. Partijen zijn bij brief van 28 oktober 2025 hiervan op de hoogte gesteld.

2. De procedure bij de Centrale Grondkamer

Door verpachtster en pachtster is een brief gedateerd 14 november 2025 met een, door hen zo aangeduid, gezamenlijk verzoek tot bepaling van een eerdere ingangsdatum van de pachtovereenkomst, ingediend bij de grondkamer. Deze brief is op 19 november 2025 ontvangen door de grondkamer. De grondkamer heeft de brief op 3 december 2025 doorgestuurd naar de Centrale Grondkamer met de mededeling dat de grondkamer in die zaak al een beslissing heeft genomen en dit “verzoek” niet in behandeling kan nemen.

De Centrale Grondkamer heeft de zaak in behandeling genomen en partijen in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over de vraag of zij een mondelinge behandeling wensen.

De Centrale Grondkamer heeft de volgende stukken van partijen ontvangen:

een e-mail van 20 januari 2026 van verpachtster;

een brief van 11 februari 20226 van pachtster;

een brief van 10 maart 2026 van verpachtster.

Pachtster heeft in haar brief van 11 februari 2026 het mede namens haar ingediende “verzoek” om de duur van de pachtovereenkomst eerder in te laten gaan ingetrokken.

De mondelinge behandeling van bij de Centrale Grondkamer heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Aanwezig waren:

- verpachtster, bijgestaan door mr. F.M. Wagener (waarnemer van mr. Bates);

- namens pachtster: de heer [naam directeur) (directeur), bijgestaan door mr. Reijnen.

3. De redenen voor de beslissing

Doordat de pachtovereenkomst niet binnen twee maanden na het aangaan ter goedkeuring is ingestuurd naar de grondkamer, gaat de overeengekomen duur pas lopen vanaf het pachtjaar na inzending van de pachtovereenkomst. Verpachtster is het hiermee niet eens. Zij heeft in dat kader gesprekken gehad met pachtster en een “verzoek” opgesteld dat mede door pachtster is ondertekend.

De eerste vraag die de Centrale Grondkamer moet beantwoorden is hoe het gezamenlijke “verzoek” moet worden gekwalificeerd. Gelet op de daarin gebruikte bewoordingen die erop neerkomen dat partijen van de (Centrale) grondkamer verlangen dat de goedkeuring van de overeenkomst wordt gewijzigd, kwalificeert de Centrale Grondkamer dit “verzoek” als een beroepschrift.. Aangezien het “verzoek” door pachtster is ingetrokken, wordt het verzoek als een beroepschrift van alleen verpachtster aangemerkt.

Vervolgens moet de Centrale Grondkamer de vraag beantwoorden of verpachtster ontvankelijk is in haar hoger beroep. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers staat, met uitzondering van het in lid 3 van dat artikel bepaalde, aan partijen binnen een maand nadat de beschikking aan hen is verzonden beroep open bij de Centrale Grondkamer. Volgens lid 3 van dat artikel kan onder meer geen beroep door pachter of verpachter worden ingesteld indien de pachtovereenkomst ongewijzigd wordt goedgekeurd. Wel is beroep mogelijk indien de grondkamer de overeenkomst (ook) in een ander opzicht heeft gewijzigd (bijvoorbeeld de overeengekomen duur). Het “verzoek” van verpachtster ziet echter niet op een kortere duur, maar op de ingangsdatum.

Verpachtster heeft voor het eerst in haar beroepschrift gevraagd te bepalen dat de pachtovereenkomst ingaat op een eerder tijdstip. De vraag is of dit voor het eerst in hoger beroep kan worden verzocht. Op beide partijen rust de verplichting de pachtovereenkomst binnen twee maanden nadat zij is aangegaan aan de grondkamer ter goedkeuring in te zenden (artikel 7:321, eerste lid, BW). Wanneer niet aan deze inzendingsverplichting is voldaan geldt dat de duur ingaat bij aanvang van het pachtjaar dat volgt op dat waarin de overeenkomst is ingezonden (artikel 7:322, eerste lid, BW). De grondkamer kan op verzoek van een partij in een bijzonder geval bij de goedkeuring bepalen dat de duur ingaat op een eerder tijdstip (artikel 7:322, tweede lid, BW). De Centrale Grondkamer is van oordeel dat een verzoek om een eerdere ingangsdatum niet voor het eerst in beroep kan worden gedaan. Een dergelijk verzoek moet bij het goedkeuringsverzoek aan de grondkamer worden gedaan.

Gelet op het voorgaande is de Centrale Grondkamer van oordeel dat verpachtster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar beroep.

4. De beslissing

De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:

verklaart verpachtster niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven op 27 augustus 2026 door mrs. Th.C.M. Willemse, G.P. Oosterhoff en B.J.H. Hofstee en de deskundige leden mr. ing. E. Oostra en ir. J.H. Jurrius, in tegenwoordigheid van mr. M. Knipping-Verbeek als griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Knipping-Verbeek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand