ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861

ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6861, Centrale Raad van Beroep, 01-05-1997, 96/3522 Algem

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 01-05-1997
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 96/3522 Algem
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006516 BWBR0007126 BWBR0010346 BWBR0011823

Samenvatting

Aanvulling aanvraag, Bekendmaking niet in behandeling nemen aanvraag, Herstel gebrek in bezwarenprocedure, Weigeren verschaffen gegevens.

Uitspraak

96/3522 ALGEM

O.

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het Landelijk instituut sociale verzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Met ingang van 1 maart 1997 is de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 in werking

getreden. Ingevolge de Invoeringswet Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 treedt het

Landelijk instituut sociale verzekeringen (hierna: Lisv) in de plaats van de betrokken

bedrijfsvereniging. In het onderhavige geval is het Lisv in de plaats getreden van het bestuur

van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging. In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens

verstaan het bestuur van deze bedrijfsvereniging.

Onder dagtekening 21 december 1994 is vanwege gedaagde aan appellant bekendgemaakt het

besluit tot ongegrondverklaring van zijn bezwaar tegen de weigering om zijn aanvraag van

een zogenoemde ondernemersverklaring audio-visuele branche (hierna: OVAV) in behandeling

te nemen wegens het niet indienen van jaarstukken.

De Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft bij uitspraak van 5 maart 1996 het beroep

van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit alsmede het primaire besluit van 27

september 1994 vernietigd en heeft gedaagde opgedragen om alsnog de aanvraag van appellant

van 13 juli 1994 in behandeling te nemen.

Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. In het beroepschrift van 12 april

1996 zijn de gronden uiteengezet waarop hij de Raad heeft verzocht de aangevallen uitspraak

en het bestreden besluit te vernietigen.

Op 28 juni 1996 heeft gedaagde van verweer gediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 20 maart 1997, waar appellant

in persoon is verschenen, bijgestaan door [X.]. Gedaagde heeft zich doen

vertegenwoordigen door mr C.F. de Lemos Benvindo, werkzaam bij GAK Nederland B.V.

II. MOTIVERING

Partijen worden in dit geding verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of gedaagde

terecht en op goede gronden heeft geweigerd de aanvraag van appellant van een

ondernemersverklaring "OVAV" in behandeling te nemen.

De rechtbank heeft de gegrondverklaring van appellants beroep doen steunen op de

overweging dat appellant gehouden was om de door gedaagde gevraagde jaarstukken bij de

aanvraag in te dienen, doch dat gedaagde heeft nagelaten om appellant overeenkomstig artikel

4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de gelegenheid te stellen

om de gevraagde gegevens alsnog in te dienen en dat bovendien in strijd met artikel 4:5,

vierde lid, van de Awb is nagelaten om binnen vier weken te berichten dat de aanvraag niet

in behandeling zal worden genomen.

Appellant heeft in beroep -kort samengevat- aangevoerd dat de "OVAV-regeling" onjuist is

en in strijd met de wet, dat bovendien het aan overleg met de betrokkenen heeft ontbroken,

dat gelet op het experimentele karakter van de regeling een soepele opstelling van gedaagde

verlangd mocht worden, dat de gevraagde gegevens beschermd dienen te worden, dat

gedaagde onvoldoende duidelijk is geweest naar de branche en dat gedaagde zich als

monopolist uiterst autoritair heeft opgesteld.

De Raad overweegt het volgende.

De Raad constateert dat gedaagde weliswaar appellant na zijn aanvraag niet in de gelegenheid

heeft gesteld om onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb zijn jaarstukken

alsnog in te zenden, doch dat gedaagde appellant tijdens de bezwarenprocedure wel daartoe

in de gelegenheid heeft gesteld. Gelet hierop moet worden vastgesteld dat gedaagde ten tijde

van het nemen van het bestreden besluit wel heeft voldaan aan de voorwaarde om toepassing

te mogen geven aan de bevoegdheid gegeven in artikel 4:5, eerste lid, van de Awb. De

rechtbank heeft terecht geconstateerd dat niet binnen 4 weken een bericht van niet behandeling

aan appellant is gezonden, doch de Raad is van oordeel dat gelet op het feit dat het hier gaat

om een gebrek dat tijdens de bezwarenprocedure hersteld kan worden (het in de gelegenheid

stellen om alsnog de gevraagde informatie te verschaffen), dat herstel mede omvat het bij de

primaire besluitvorming achterwege laten van bedoelde mededeling.

Daarom staat in dit geding ter beoordeling de vraag of appellant -mede in het licht van het

bepaalde in artikel 4:3 van de Awb- mocht weigeren om zijn jaarstukken in te zenden.

Deze vraag beantwoordt de Raad ontkennend.

De Raad stelt voorop dat, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb en gelet op de

betekenis van de OVAV-verklaring, gedaagde zich op het standpunt mocht stellen dat ter

verificatie van het antwoord op de vraag of appellant als zelfstandige functioneerde, de

jaarstukken overgelegd dienden te worden. Inzake het door appellant gedane beroep op zijn

privacy, is naar het oordeel van de Raad, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, in casu

artikel 4:3, tweede lid, van de Awb niet van toepassing, omdat het blijkens de

wetsgeschiedenis (Parlementaire Geschiedenis Awb I, blz. 240) bij de daar bedoelde gegevens

en bescheiden gaat om bij wettelijk voorschrift aangewezen specifieke, wel omschreven

gegevens, waarvan bij artikel 91 (oud) van de Organisatiewet sociale verzekeringen (hierna

Osv) geen sprake is. Voor zover uit de jaarstukken de namen van opdrachtgevers blijken,

geldt enerzijds dat gedaagde die gegevens niet voor een ander doel mag gebruiken dan

waarvoor die gegevens zijn opgevraagd. Anderzijds heeft appellant ter staving van zijn stelling

dat hij zelfstandige is, de namen van zijn opdrachtgevers gedurende de laatste 25 jaar aan

gedaagde kenbaar gemaakt. Bovendien geldt voor gedaagde en zijn ondergeschikten de

geheimhoudingsplicht van artikel 2:5 van de Awb en artikel 100 (oud) van de Osv. Gelet

hierop ziet de Raad niet in welke grond appellant in redelijkheid kan hebben om deze namen,

voor zover die in zijn jaarstukken voorkomen, niet aan gedaagde kenbaar te maken en om

die reden de jaarstukken in hun geheel niet ter inzage te geven aan gedaagde.

Derhalve heeft gedaagde bij het bestreden besluit niet gehandeld in strijd met artikel 4:3,

eerste lid, van de Awb.

Naar aanleiding van de mede ter zitting nader onderbouwde stelling van appellant dat de

"OVAV-regeling" niet juist is, dat gedaagde opdrachtgevers heeft afgeschrikt met intensieve

controles en dat free lancers als appellant in een zeer nadelige positie zijn komen te verkeren,

merkt de Raad nog op dat, voor zover de rechtmatigheid van gedaagdes handelen ter zake

beoordeeld zou moeten worden, de onderhavige procedure, waarin het gaat om het door

appellant al dan niet terecht weigeren van het verschaffen van informatie, niet de ruimte biedt

voor een zodanige beoordeling.

Gelet op het hiervoor overwogene ziet de Raad geen aanleiding om toepassing te geven aan

artikel van de 8:75 Awb.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep.

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidende beroep alsnog ongegrond.

Aldus gegeven door mr A.F.M. Brenninkmeijer als voorzitter en mr G.P.A.M. Garvelink-

Jonkers en mr L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van F.E. Rosingh als griffier

en uitgesproken in het openbaar op 1 mei 1997.

(get.) A.F.M. Brenninkmeijer.

(get.) F.E. Rosingh.

HL

1804

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AB 1997, 267 met annotatie van H.E. Bröring RSV 1997, 187
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?