ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7242

ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7242, Centrale Raad van Beroep, 30-10-1997, 96/7635 MAW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 30-10-1997
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 96/7635 MAW
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Bodemzaak
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001840 BWBR0001952 BWBR0002320 BWBR0003482 BWBR0003954 BWBR0005120 BWBR0005537

Samenvatting

-

Uitspraak

96/7635 MAW O

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

A te B, appellant,

en

de Staatssecretaris van Defensie, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op bij aanvullend beroepschrift (met

bijlagen) aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de

door de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage op 25 juli

1996 onder nr. AWB 95/7241 MAWKMA gegeven uitspraak, waarnaar

hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 7 augustus 1997, waar

appellant is verschenen bij mr B. Damen, advocaat te Nijkerk,

en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr

R.R.H. Laurens, werkzaam bij het ministerie van Defensie.

II. MOTIVERING

Appellant, sergeant der Koninklijke Marine (KM), is tijdens

zijn plaatsing aan boord van Hr.Ms. X. op 9

december 1994 door zijn commandant tuchtrechtelijk gestraft

met een geldboete, zulks op grond dat appellant op 3 december

1994 (een werkdag) omstreeks 8.30 uur "in kennelijke staat van

dronkenschap al bierdrinkend" is aangetroffen in het

onderofficiersverblijf van genoemd schip.

Naast deze strafoplegging (in beroep bevestigd door de

militaire kamer van de rechtbank te Arnhem bij uitspraak van

14 februari 1995), heeft de commandant appellant voor de

periode van 9 tot en met 15 december een drankverbod opgelegd.

Dit verbod, tevens inhoudende het verbod om appellant

alcoholhoudende drank te verkopen of anderszins ter

beschikking te stellen, is bekend gemaakt door ophanging van

een daartoe strekkende "bekendmaking commandant nr.61/94" bij

de bar onderofficieren.

Tegen dit alcoholverbod is namens appellant administratief

beroep ingesteld bij gedaagde. Bij besluit van 14 juli 1995 is

dit beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het

door appellant aangevochten besluit een dienstbevel is en niet

een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het beroepschrift is aangemerkt als een beklag inzake een van

een militaire meerdere als bedoeld in artikel 67 van het

Wetboek van Militair Strafrecht ontvangen bevel en ingevolge

het Besluit klachtrecht militairen van 25 juni 1991

doorgezonden aan de commandant der zeemacht, die het beklag

bij beslissing van 11 september 1995 ongegrond heeft

verklaard.

De rechtbank heeft het namens appellant tegen het besluit van

14 juli 1995 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Door en namens appellant is - kort weergegeven - in (hoger)

beroep betoogd dat het besluit van 14 juli 1995 geen

schriftelijk dienstbevel is maar, gelet ook op de publicatie

bij eerdergenoemde bekendmaking, een administratieve maatregel

die uitsluitend door de commandant kan worden opgelegd in de

hoedanigheid van bestuursorgaan in de zin van de Awb. De aan

appellant verweten gedragingen worden niet ontkend, maar het

opgelegde alcoholverbod wordt in strijd geacht met name met

het in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet neergelegde

grondrecht dat een ieder, behoudens bij of krachtens de wet te

stellen beperkingen recht heeft op eerbiediging van zijn

persoonlijke levenssfeer.

De Raad dient thans de vraag te beantwoorden of gedaagde bij

het bestreden besluit ten onrechte appellant niet-ontvankelijk

heeft verklaard in zijn bezwaar tegen het besluit van 9

december 1994 van de commandant van Hr.Ms. X.

en overweegt terzake het volgende.

In artikel 1:3, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht

(Awb) is besluit gedefinieerd als een schriftelijke beslissing

van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke

rechtshandeling. Hierbij geldt dat met het begrip

rechtshandeling wordt bedoeld een handeling, gericht op

rechtsgevolg.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid onder a, van de Awb wordt

onder bestuursorgaan verstaan: "een orgaan van een

rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld".

De Raad is van oordeel dat de commandant van een

marine-vaartuig bij de uitoefening van die commandantsfunctie

moet worden aangemerkt als een orgaan van een rechtspersoon

die krachtens publiekrecht is ingesteld. Inherent aan het

uitoefenen van die functie is de aan de commandant in diverse

regelingen gegeven bevoegdheid tot het nemen van beslissingen

ten aanzien van het op het marinevaartuig werkzame

marinepersoneel. Deze beslissingen zijn hetzij aan te merken

als beslissingen met een zuiver intern karakter dan wel als

beslissingen gericht op extern rechtsgevolg. Bij de eerste

categorie kan worden gedacht aan bepaalde interne, min of meer

algemene, ordemaatregelen, terwijl de tweede categorie ziet op

beslissingen, gericht op extern rechtsgevolg, welke strekken

tot ingrijpen in de rechtspositie van de individuele ambtenaar

en waarbij, in tegenstelling tot de eerste categorie, sprake

is van een (voor bezwaar of beroep vatbaar) besluit in de zin

van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Van zodanig ingrijpen in de rechtspositie zal zeker sprake

zijn indien een besluit van het bestuursorgaan ten aanzien van

een ambtenaar (mede) als gevolg heeft dat die ambtenaar wordt

beperkt in de uitoefening van zijn grondrechten.

In het onderhavige geval heeft de commandant toepassing

gegeven aan het voorschrift betreffende de scheepsorganisatie

1 VVKM 1, punt 5493, inhoudende dat de commandant bij gebleken

misbruik van alcoholhoudende dranken aan de betrokkene(n) een

(tijdelijk) verbod tot het gebruik van alcoholhoudende dranken

bij de eenheid kan opleggen. Aan appellant is een algeheel

(zowel in als buiten werktijd geldend) drankverbod opgelegd

voor de periode van 9 tot en met 15 december 1994, waarbij

tevens aan derden is verboden om appellant alcoholhoudende

drank te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen.

De Raad is van oordeel dat dit, bij eerdergenoemde

bekendmaking bekend gestelde, verbod gelet op de aan appellant

opgelegde algehele beperking van alcoholgebruik gedurende een

bepaalde periode moet worden aangemerkt als een op extern

rechtsgevolg gerichte, derhalve publiekrechtelijke,

rechtshandeling in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de

Awb, nu sprake is van direct ingrijpen in de rechtspositie van

appellant.

Het vorenstaande houdt in dat gedaagde bij het bestreden

besluit van 14 juli 1995 ten onrechte het door appellant

ingediende bezwaar tegen het besluit van de commandant van

Hr.Ms. X. van 9 december 1994 niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Dit leidt tot het oordeel dat het bestreden besluit en de

aangevallen uitspraak niet in stand kunnen blijven en dat

gedaagde een nieuw besluit zal dienen te nemen op het door

appellant ingediende administratief beroep.

Gelet op het vorenoverwogene ziet de Raad aanleiding om met

toepassing van artikel 8:75 van de Awb gedaagde te

veroordeling tot betaling van de proceskosten van appellant te

bedrage van f 1.420,-- in eerste aanleg en f 1.420,-- in hoger

beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Vernietigt het bestreden besluit;

Verklaart het primaire beroep alsnog gegrond;

Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit zal nemen op het door

appellant tegen het besluit van 9 december 1994 ingestelde

administratief beroep;

Bepaalt dat gedaagde aan appellant het in eerste aanleg en in

hoger beroep betaalde griffierecht ad f 200,- en f 300, in

totaal f 500,- vergoedt, te betalen door de Staat der

Nederlanden;

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant ten

bedrage van f 2.840,--, te betalen door de Staat der

Nederlanden.

Aldus gegeven door mr W. van den Brink als voorzitter en mr

Ch. de Vrey en mr G.L.M.J. Stevens als leden, in

tegenwoordigheid van P.H. Schippers als griffier, en

uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 1997.

(get.) W. van den Brink.

(get.) P.H. Schippers.

HD

04.11

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AB 1998, 166 met annotatie van H.Ph.J.A.M. Hennekens TAR 1998/5 met annotatie van G.L. Coolen JB 1998/57 met annotatie van R.J.N. Schlössels
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?