ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3008

ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3008, Centrale Raad van Beroep, 21-11-2006, 06-1910 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 21-11-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 06-1910 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002170 BWBR0005537

Samenvatting

Gronden van het hoger beroep; niet voldaan aan minimumeisen.

Uitspraak

06/1910 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 20 februari 2006, 05/855

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden,

(hierna: College)

Datum uitspraak: 21 november 2006

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 4 juli 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 4 juli 2006 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 24 oktober 2006, waar appellant niet is verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer P.C. Caron.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 4 juli 2006 berust hierop, dat de beroepsgronden niet binnen de door de Raad bij aangetekend schrijven van 8 mei 2006 gestelde termijn van vier weken zijn binnengekomen en dat niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim.

In geding is de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.

De gestelde termijn hield in dat de beroepsgronden uiterlijk op dinsdag 6 juni 2006 hadden moeten worden ingediend. De Raad stelt vast dat dit zonder geldige reden niet is gebeurd.

Naar aanleiding van hetgeen in verzet is aangevoerd wijst de Raad nog op het volgende.

In hoger beroep dient de belanghebbende in beginsel expliciet aan te geven dat en waarom hij het niet eens is met de aangevallen uitspraak. De enkele zinsnede in een beroepschrift dat hetgeen in bezwaar en beroep is aangevoerd als herhaald en ingelast moet worden beschouwd acht de Raad in dat verband ontoereikend. Dit geldt temeer nu appellant in eerste aanleg bij de rechtbank ook reeds heeft volstaan met verwijzing naar hetgeen in bezwaar is aangevoerd en hij ook daar, evenals bij de Raad, niet ter zitting is verschenen.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op

21 november 2006.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) A.H. Polderman-Eelderink.

BKH 081106

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?