ECLI:NL:CRVB:2007:BB9155

ECLI:NL:CRVB:2007:BB9155, Centrale Raad van Beroep, 14-11-2007, 05/2135 WVG, 06/4242 WVG, 06/4243 WVG, 06/4244 WVG

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 14-11-2007
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 05/2135 WVG
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006169

Samenvatting

Hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard. Geen procesbelang.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak op 14 november 2007

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

meervoudige kamer

Zitting hebben: R.M. van Male, als voorzitter,

G.M.T. Berkel-Kikkert en J.N.A. Bootsma, als leden

griffier: S.R. Bagga

Zaken 1 tot en met 4, reg.nrs: 05/2135 WVG, 06/4242 WVG, 06/4243 WVG en 06/4244 WVG inzake:

[Appellante], enig erfgename van wijlen [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (hierna: appellante), vertegenwoordigd door mr. F.A. Janse, advocaat te Barneveld,

tegen

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo (hierna: College)

Appellante is, met voorafgaand bericht, niet ter zitting van de Raad verschenen. Het College heeft zich daar laten vertegenwoordigen door mr. J. Bezemer en mr. R.A. Oosterveer.

De rechtbank Zutphen heeft bij uitspraken van 23 februari 2005, 04/46, en 12 juni 2006, 05/582, 05/720 en 05/723 de beroepen tegen de (herhaalde) weigering van het College om aan [betrokkene] een bruikleenauto te verstrekken, de doucheruimte in haar woning (verder) aan te passen en een stalling voor de elektrische rolstoel te maken aan de achterzijde van haar woning, ongegrond verklaard.

Na het overlijden van [betrokkene] op 13 oktober 2007, heeft appellante te kennen gegeven dat zij de tegen de uitspraken van de rechtbank ingestelde hoger beroepen wenst voort te zetten. Daarbij is van de zijde van appellante evenwel niet onderbouwd aangegeven welk belang zij heeft bij voortzetting van de procedure.

Volgens vaste jurisprudentie van de Raad is sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van het (hoger) beroepschrift met het indienen van het (hoger) beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en aan het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis niet kan worden ontzegd.

Naar het oordeel van de Raad kan niet worden vastgesteld dat er voor appellante nog enig procesbelang is. Het alsnog toekennen van de gevraagde, in natura te verstrekken, voorzieningen zou voor haar immers geen feitelijke betekenis hebben, terwijl de stelling dat schade is geleden op geen enkele wijze nader is onderbouwd en derhalve niet voldoet aan het vereiste dat de stelling dat schade is geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming niet op voorhand onaannemelijk is.

De Raad beslist als volgt:

Verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk

Utrecht, 14 november 2007

Waarvan proces-verbaal.

De plv. griffier. De fungerend voorzitter.

(get) S.R. Bagga (get) R.M. van Male

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep.

IJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?