ECLI:NL:CRVB:2008:BD8928

ECLI:NL:CRVB:2008:BD8928

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 18-07-2008
Datum publicatie 05-04-2013
Zaaknummer 06-1634 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002524

Samenvatting

Geen procesbelang meer.

Uitspraak

06/1634 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 3 februari 2006, 05/3960 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 juli 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.F.M. Raaijmakers, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2008. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Raaijmakers. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.A.H. Smithuysen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant, gericht tegen het besluit op bezwaar van

28 juli 2005, ongegrond verklaard. Bij dat het besluit heeft het Uwv het bezwaar van appellant, gericht tegen het besluit van

25 mei 2005 waarbij zijn uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ingaande 20 juli 2005 werd ingetrokken, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellant buiten de bezwaartermijn van zes weken bezwaar heeft gemaakt.

1.2. De rechtbank heeft, met inachtneming van de vaste rechtspraak van de Raad ter zake, geoordeeld dat er in dit geval geen reden is aan te nemen dat het besluit van 25 mei 2005 niet daadwerkelijk is verzonden en dat de tijdige ontvangst van dit besluit door appellant niet geloofwaardig is ontkend. Ook heeft de rechtbank geen aanleiding gezien het verzuim verschoonbaar te achten.

2.1. Ter zitting van de Raad is gebleken dat het Uwv heeft beslist dat appellant ingaande 20 juli 2005 alsnog voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt geacht.

2.2. Desgevraagd is namens appellant verklaard dat er (nog) procesbelang bestaat bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vanwege de proceskosten en meer in het algemeen vanwege de positie van bezwaarden die het moeten stellen zonder professionele rechtsbijstand.

3.1. De Raad overweegt dat de administratieve rechter in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen dan tot het beantwoorden van rechtsvragen is geroepen indien nog sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan. Van een geschil over een besluit is in dit geval, waar immers het Uwv op en na 20 juli 2005 weer een WAO-uitkering verstrekt berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, geen sprake meer.

3.2. De Raad is van oordeel dat daarmee tevens het procesbelang is komen te vervallen. Een belang bij gegrondverklaring van het ingestelde beroep en bij vernietiging van het bestreden besluit kan niet uitsluitend gelegen zijn in het verkrijgen van een veroordeling in proceskosten noch in vergoeding van griffierecht.

3.3. Op grond van het onder 3.1 en 3.2 overwogene is de Raad van oordeel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal derhalve € 1288,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot

€ 1288,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 143,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M. Lochs.

RB

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?