ECLI:NL:CRVB:2009:BK5194

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5194, Centrale Raad van Beroep, 02-12-2009, 09-1473 WAO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 02-12-2009
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09-1473 WAO
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002170 BWBR0002524 BWBR0005537

Samenvatting

Niet-ontvankelijk verklaring bezwaar wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. Het besluit van 29 januari 2008 is eerst met de aangetekende verzending van een afschrift van dat besluit bij brief van 14 april 2008 op de voorschreven wijze door het Uwv bekendgemaakt. De bezwaartermijn is op 15 april 2008 aangevangen en op 26 mei 2008 geëindigd. Bezwaarschrift is niet door het Uwv ontvangen en is niet aangetekend verzonden. Het Uwv heeft dan ook terecht geconcludeerd dat het bezwaarschrift van 12 mei 2008, ingekomen op 14 juli 2008, niet voor het einde van de bezwaartermijn is ontvangen.

Uitspraak

09/1473 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 27 februari 2009, 08/5162 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.G.U. Compri, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2009. Appellant noch zijn gemachtigde zijn verschenen. Voor het Uwv is verschenen A. Anandbahadoer.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat op grond van de gedingstukken uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontvangt een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Bij besluit van 29 januari 2008 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant ongewijzigd voortgezet en zijn verzoek om verhoging per 1 februari 2007 afgewezen. Naar aanleiding van een telefonische mededeling van appellant dat hij het besluit van 29 januari 2008 niet had ontvangen, heeft het Uwv alsnog een afschrift van dit besluit op 14 april 2008 per aangetekende post aan appellant verzonden. Bij brief van 14 juli 2008 is namens appellant meegedeeld dat het vermoeden bestaat dat een op 12 mei 2008 naar het Uwv verzonden bezwaarschrift van dezelfde datum door het Uwv niet is ontvangen en is verzocht het bezwaarschrift alsnog in behandeling te nemen.

1.2. Bij besluit van 8 oktober 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 januari 2008 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift van 12 mei 2008 (dat als bijlage bij de onder 1.1 genoemde brief van 14 juli 2008 was gevoegd) eerst op 14 juli 2008 is ontvangen en derhalve buiten de termijn is ingediend. Aan het Uwv is voorts niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het bezwaarschrift van 12 mei 2008 niet aangetekend is verzonden en dat appellant ook niet aannemelijk heeft kunnen maken dat het op die datum is verzonden.

3. Appellant heeft in hoger beroep volhard in zijn stelling dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een beroepschrift zes weken. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die – zoals het besluit van 29 januari 2008 – tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Een bezwaarschrift is ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

4.2. Appellant heeft ontkend dat het besluit van 29 januari 2008 aan hem is uitgereikt. Hij heeft kennis genomen van dit besluit door middel van toezending van een afschrift daarvan bij brief van 14 april 2008. Namens het Uwv heeft de gemachtigde ter zitting van de Raad het standpunt ingenomen dat nu het besluit van 29 januari 2008 niet aangetekend is verzonden, het in dit geval niet onaannemelijk is dat appellant dit besluit niet heeft ontvangen. Gelet hierop is de Raad van oordeel dat het besluit van 29 januari 2008 eerst met de aangetekende verzending van een afschrift van dat besluit bij brief van 14 april 2008 op de voorschreven wijze door het Uwv is bekendgemaakt. De Raad stelt vervolgens vast dat de bezwaartermijn op 15 april 2008 is aangevangen en op 26 mei 2008 is geëindigd.

4.3. Appellant stelt dat het bezwaarschrift van 12 mei 2008 dezelfde dag naar het Uwv is verzonden. Het Uwv ontkent de ontvangst van die verzending en voert aan dat het bezwaarschrift van 12 mei 2008 op 14 juli 2008 bij brief van dezelfde datum is ontvangen. De Raad stelt vast dat niet in geschil is dat de verzending van het bezwaarschrift op 12 mei 2008 niet aangetekend is gedaan. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaarschrift van 12 mei 2008 op die dag is verzonden. De enkele verklaring van de toenmalige gemachtigde van appellant dat hij die dag het bezwaarschrift heeft ingezonden is onvoldoende. Het Uwv heeft dan ook terecht geconcludeerd dat het bezwaarschrift van 12 mei 2008, ingekomen op 14 juli 2008, niet voor het einde van de in artikel 6:7 van de Awb bedoelde termijn is ontvangen.

4.4. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Met hetgeen van de zijde van appellant is aangevoerd is ook de Raad niet gebleken van feiten of omstandigheden die dit oordeel rechtvaardigen.

4.5. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009.

(get.) J. Riphagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?