P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak van de
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
Enkelvoudige kamer
Datum: 12 januari 2010
Aanvang: 11.00 uur
Zitting heeft: mr. I.M.J. Hilhorst-Hagen, lid van de enkelvoudige kamer griffier: T.J. van der Torn
4e Zaak, reg.nr.: 09/3713 WAO
Inzake: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, verschenen in persoon,
tegen
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geïntimeerde, hierna: Uwv, vertegenwoordigd door mr. L. Smid.
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft een verzoek tot herziening ingediend van de uitspraak van de Raad van 8 april 2009, 07/6890 WAO.
Het Uwv heeft verweer gevoerd.
II. OVERWEGINGEN
1. Het verzoek om herziening betreft de uitspraak van de Raad van 8 april 2009, waarbij de Raad de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 25 oktober 2007, 07/700, inzake de toepassing van artikel 44 van de WAO, heeft bevestigd.
2. Verzoeker heeft aangegeven dat onvoldoende aandacht is besteed aan zijn negatieve inkomen. Hij maakt veel kosten om politiek actief te zijn maar deze zijn niet declarabel. Hij stelt dat sprake is van discriminatie van WAO-gerechtigden ten opzichte van gezonde raadsleden.
3.1. De Raad overweegt als volgt.
3.2. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
? a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
? b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
? c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.3. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet de Raad geen nieuwe feiten of omstandigheden als hiervoor bedoeld. Verzoeker herhaalt enkel zijn in beroep en in hoger beroep reeds ingenomen stellingen zonder dat hieraan nieuwe feiten of omstandigheden ten grondslag liggen.
3.4. Het verzoek om herziening moet dus worden afgewezen.
4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek tot herziening af.
Het lid van de enkelvoudige kamer sluit het onderzoek.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 12 januari 2010
De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
T.J. van der Torn I.M.J. Hilhorst-Hagen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
TM