ECLI:NL:CRVB:2010:BN7787

ECLI:NL:CRVB:2010:BN7787, Centrale Raad van Beroep, 17-09-2010, 09-5958 WAO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 17-09-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09-5958 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002524

Samenvatting

Herziening WAO-uitkering. Voor de vaststelling van het inkomen van een dga dient aansluiting te worden gezocht bij het feitelijk over een langere periode verdiende loon, zoals dit – onder meer – kan blijken uit de door de belastingdienst vastgestelde inkomsten (LJN AU3922). Uitgaande van de fiscale gegevens leidt dit, gelet op het voor betrokkene geldende maatmanloon, tot een indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%.

Uitspraak

09/5958 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 september 2009, 08/2555 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 17 september 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2010. Appellant was vertegenwoordigd door J.B. Snoek. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over het door betrokkene ingediende beroep tegen het besluit op bezwaar van appellant van 17 april 2008. Bij dit besluit heeft appellant beslist over uitbetalingen aan betrokkene en terugvorderingen van betrokkene in verband met zijn rechten op een WAO-uitkering.

Bij dit besluit heeft appellant voorts de WAO-uitkering van betrokkene per 1 april 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

1.2. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellant de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene per 1 april 2006 niet juist heeft vastgesteld, omdat bij de vaststelling van de inkomsten van betrokkene over de maanden april en mei 2006 appellant er ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden dat aan betrokkene over die maanden geen vakantiegeld is uitgekeerd en dat indien hiermee rekening wordt gehouden betrokkene over de maanden april en mei 2006 recht heeft op een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

De rechtbank is voorts tot het oordeel gekomen dat de overige beroepsgronden van betrokkene geen doel treffen.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak – voor zover hier van belang – het beroep van betrokkene gegrond verklaard, het besluit van 17 april 2008 vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen.

2.1. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is geoordeeld dat bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene per 1 april 2006 geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat aan betrokkene over die maanden geen vakantiegeld is uitgekeerd en dat betrokkene over de maanden april en mei 2006 recht heeft op een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

2.2. Appellant heeft in zijn hoger beroepschrift, zoals nader verduidelijkt ter zitting, aangevoerd dat betrokkene per 1 april 2006 – als directeur/ groot aandeelhouder (dga) – in dienst is getreden van [naam B.V.]. Naar de opvatting van appellant is de rechtbank ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene in de maanden april en mei 2006 dient te geschieden op basis van de in die maanden feitelijk verkregen inkomsten. Appellant is van opvatting dat uitgaande van de totale feitelijke verdiensten van betrokkene sedert 1 april 2006 indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% is aangewezen.

2.3. Betrokkene heeft berust in de aangevallen uitspraak en heeft geen verweerschrift ingediend.

3.1. Het hoger beroep van appellant slaagt en de Raad overweegt daartoe als volgt.

De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van een dga dient niet plaats te vinden op basis van de door hem in een periode van één of twee maanden verkregen inkomsten.

Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals die onder meer volgt uit de uitspraken van 19 december 2003, LJN AO4236, en 28 september 2005, LJN AU3922, dient voor de vaststelling van het inkomen van een dga aansluiting te worden gezocht bij het feitelijk over een langere periode verdiende loon, zoals dit – onder meer – kan blijken uit de door de belastingdienst vastgestelde inkomsten.

3.2. Zowel in de situatie dat wordt uitgegaan van de fiscale gegevens ter zake van de inkomsten die betrokkene heeft verkregen met zijn werkzaamheden als dga (een bedrag van € 24.167,-), als in de situatie dat wordt uitgegaan van het totaal van het in 2006 door betrokkene gestelde bedrag dat hij als loon heeft verkregen (twee maal een maandloon zonder en zeven maal een maandloon met vakantietoeslag) leidt dit, gelet op het voor betrokkene geldende maatmanloon, per 1 april 2006 tot een indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. De vraag of de vakantie-uitkering in de maanden april en mei 2006 ook feitelijk is genoten, behoeft niet te worden beantwoord. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat de vakantie-uitkering in de maanden april en mei 2006 buiten beschouwing moet blijven, dan nog is gelet op de totale inkomsten na 1 april 2006 geen indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% aangewezen.

3.3. Gelet op hetgeen is overwogen in 3.1 en 3.2 dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd en mede gelet op hetgeen is overwogen in 1.2 en 2.3 dient het beroep alsnog ongegrond te worden verklaard.

3.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D.E.P.M. Bary.

EK

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?