ECLI:NL:CRVB:2010:BO6299

ECLI:NL:CRVB:2010:BO6299, Centrale Raad van Beroep, 01-12-2010, 10/2286 WW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 01-12-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10/2286 WW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004045 BWBR0026038

Samenvatting

Bij besluit van 7 juli 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen en is een bedrag van € 6.392,10 van appellant teruggevorderd. De Raad volgt appellant niet in zijn stelling dat het over het jaar na het aanvangsjaar berekende bedrag aan inkomsten (I2) moet worden vermenigvuldigd met 7/52. Anders dan appellant heeft gesteld is de datum 1 april 2006, de eerste dag dat hij van het Uwv toestemming had om zich te oriënteren op een eigen bedrijf, voor de bepaling van de factor W niet van belang, omdat op dat moment nog niet aan de in artikel 35aa van de WW opgenomen voorwaarde van toestemming op grond van artikel 77a van de WW werd voldaan. Zijn stelling dat voor die bepaling ook gekeken moet worden naar de datum 22 februari 2007 is evenmin juist.

Uitspraak

10/2286 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 4 maart 2010, 09/3820 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 1 december 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J. de Rooij, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2010. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J. Belder.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is per 19 december 2005 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 7 april 2006 heeft het Uwv appellant toestemming verleend om zich vanaf 1 april 2006 gedurende drie maanden met behoud van uitkering te oriënteren op een eigen bedrijf. Deze oriëntatieperiode is op verzoek van appellant verlengd tot en met 30 september 2006. Bij besluit van 15 september 2006 heeft het Uwv appellant op grond van artikel 77a van de WW toestemming gegeven om gedurende de periode van 1 oktober 2006 tot en met 31 december 2006 werkzaamheden te verrichten in de uitoefening van een bedrijf. Tevens is bepaald dat de uitkering over de startperiode als zelfstandige als voorschot betaalbaar wordt gesteld. Die toestemming is bij besluit van 22 februari 2007 verlengd tot en met 1 april 2007.

1.2. Bij besluit van 7 juli 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen en is een bedrag van € 6.392,10 van appellant teruggevorderd. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 2 september 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv uiteengezet hoe de in aanmerking te nemen inkomsten en het terug te vorderen bedrag zijn berekend en het bezwaar tegen het besluit van 7 juli 2009 ongegrond verklaard.

1.3. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ter zitting van de rechtbank heeft appellant meegedeeld dat zijn beroep beperkt is tot de toepassing van de in het bestreden besluit vermelde rekenformule.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank volgt uit artikel 2, tweede lid, van het Inkomstenbesluit Werkloosheidswet (Stb. 2009, 272; hierna: Inkomstenbesluit) dat, indien de berekening van het inkomensresultaat tot een negatief bedrag leidt, de inkomsten op nihil worden gesteld. Het Uwv heeft op juiste wijze de inkomsten in het eerste jaar van het bestaan als zelfstandige toegerekend aan de eerste 26 weken, waarin hij naast zijn bedrijf de voorschotuitkering WW ontving.

3. Appellant heeft in hoger beroep verwezen naar de gronden in zijn bij de rechtbank voorgedragen pleitnota. De Raad zal zich tot die gronden beperken. Naar aanleiding hiervan komt hij tot de volgende beoordeling.

4.1. Op grond van artikel 77a, eerste lid, van de WW kan het Uwv een werknemer toestemming verlenen om gedurende maximaal 26 kalenderweken werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep te verrichten. Op grond van het tweede lid blijft voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, het recht op uitkering op grond van hoofdstuk II bestaan.

4.2. Op grond van artikel 35aa, eerste lid, van de WW wordt, indien de werknemer toestemming heeft verkregen van het Uwv om werkzaamheden als bedoeld in artikel 77a, eerste lid, van de WW te verrichten, de uitkering verminderd met 70% van de inkomsten uit of in verband met die werkzaamheden. Op grond van het tweede lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, de berekening daarvan en de periode waaraan deze worden toegerekend.

4.3. Ten tijde hier van belang golden de regels van het Inkomstenbesluit. In artikel 1 van het Inkomstenbesluit is onder meer een definitie gegeven van het begrip aanvangsjaar en in artikel 2, eerste lid, is bepaald wat onder inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 35aa, eerste lid, van de WW wordt verstaan. Voor het geval dat de berekening van in aanmerking te nemen inkomsten tot een negatief bedrag leidt, bepaalt artikel 2, tweede lid, dat het bedrag van die inkomsten op nihil wordt gesteld. In artikel 3 is een rekenformule neergelegd waarin de inkomsten over het aanvangsjaar (I1) en de inkomsten over het jaar gelegen na het aanvangsjaar (I2) zijn betrokken. Het bedrag van I2 wordt vermenigvuldigd met de factor W/52, waarbij W het aantal weken is gelegen tussen de eerste dag van het aanvangsjaar en de dag waarop de toestemming, bedoeld in artikel 77a, eerste lid, van de WW is verleend.

4.4. Vaststaat dat appellant met zijn activiteiten als zelfstandige over het aanvangsjaar 2006 verlies heeft geleden. Uit artikel 2, tweede lid, van het Inkomstenbesluit volgt dat I1 in dit geval op nul moet worden gesteld en dat er geen grond is om, zoals appellant heeft bepleit, hier het bedrag van het verlies over het kalenderjaar 2006 in aanmerking te nemen.

4.5. De Raad volgt appellant ook niet in zijn stelling dat het over het jaar na het aanvangsjaar berekende bedrag aan inkomsten (I2) moet worden vermenigvuldigd met 7/52. Anders dan appellant heeft gesteld is de datum 1 april 2006, de eerste dag dat hij van het Uwv toestemming had om zich te oriënteren op een eigen bedrijf, voor de bepaling van de factor W niet van belang, omdat op dat moment nog niet aan de in artikel 35aa van de WW opgenomen voorwaarde van toestemming op grond van artikel 77a van de WW werd voldaan. Zijn stelling dat voor die bepaling ook gekeken moet worden naar de datum 22 februari 2007 is evenmin juist.

4.6. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en B.M. van Dun en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van M.Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2010.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) M. Mostert.

KR

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RSV 2011/49 met annotatie van A.H. Rebel TRA 2011, 30 met annotatie van P.S. Fluit USZ 2011/22 met annotatie van Fluit
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?