08/4733 WVG
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2008, 06/820 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 8 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A.J.G. Tijhuis, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2010. Appellante heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen. Namens het College is verschenen mr. J.C. Smit, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten.
1.1. Bij besluit van 15 juli 2005 heeft het College geweigerd de aan appellante eerder toegekende tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto te verlengen.
1.2. Tegen dit besluit heeft appellante tijdig bezwaar gemaakt.
1.3. Het College heeft appellante bij brief van 26 augustus 2005 verzocht de gronden van het bezwaar aan te geven vóór
23 september 2005. Daarbij heeft het College meegedeeld dat het bezwaar bij niet tijdig reageren niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Een rappelbrief is door het College naar appellante verzonden op 20 september 2005.
1.4. Bij besluit van 29 december 2005 heeft het College het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet tijdig de gronden van het bezwaar heeft ingediend.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 29 december 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat het indienen van gronden door middel van een faxbericht op zichzelf is aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van indiening verbonden risico’s komen echter voor rekening van de verzender. Dat brengt met zich dat, mocht de ontvangst door de geadresseerde betwist worden, het op de weg van de verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. Zo is een mededeling “status OK” op het verzendjournaal bijvoorbeeld een indicatie dat het faxbericht is verzonden en ontvangen, zij het geen sluitend bewijs daarvan. Het College ontkent het faxbericht te hebben ontvangen. Appellante heeft geen verzendbericht van het faxbericht overgelegd en met de wel overgelegde kopie van het faxbericht zelf is onvoldoende aangetoond dat de nadere gronden op de gestelde datum aan het College zijn toegezonden.
3. Appellante heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Met een beroep op de uitspraak van de Raad van 7 februari 2007 (LJN AZ8886) heeft appellante betoogd dat zij door middel van overlegging van een kopie van het faxbericht van 9 september 2005 aannemelijk heeft gemaakt dat dit bericht op die datum is verzonden, zodat het nu op de weg van het College ligt om de ontvangst op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Hieraan heeft het College niet voldaan.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. In hetgeen door appellante is aangevoerd en in de overige gedingstukken heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om in andere zin dan de rechtbank te oordelen. De Raad stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak. Anders dan appellante betoogt, maakt enkel de vermelding “bij 9-9-2005 23:02” op het bewuste faxbericht niet aannemelijk dat dit bericht op die datum naar het College is verzonden. Ter illustratie van de onbetrouwbaarheid van een dergelijke vermelding wijst de Raad erop dat het bezwaarschrift zelf, dat gedateerd is op 22 augustus 2005, de vermelding heeft “bij 29-8-2005 20:41”, terwijl dit bezwaarschrift al door het College is ontvangen op 23 augustus 2005. Evenzo kent de op 6 oktober 2010 gedateerde brief van appellante aan de Raad de vermeldingen op het faxbericht waarmee die brief de Raad heeft bereikt “04/01/2008 05:00” en “02:59:55 07-10-2010”, terwijl het faxbericht op een andere datum, 6 oktober 2010, bij de Raad is ingekomen.
4.2. Het beroep op de uitspraak van de Raad van 7 februari 2007 slaagt niet, omdat in die zaak de verzending juist wel aannemelijk was gemaakt door een verzendjournaal waarop vermeld stond “verzending OK”.
5. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.C.P. Venema en G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van J.R.K.A.M. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010.
(get.) R.M. van Male.
(get.) J.R.K.A.M. Waasdorp.
RB