ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7408

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7408, Centrale Raad van Beroep, 24-05-2011, 09/3361 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 24-05-2011
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09/3361 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Het onderzoek naar aanleiding van de verzuimmelding door Fourstar heeft niet met de nodige zorgvuldigheid plaatsgevonden. De maatregel niet kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Vernietiging besluit. Herroept het besluit van 28 februari 2008.

Uitspraak

09/3361 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 mei 2009, 08/4051 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda (hierna: Commissie)

Datum uitspraak: 24 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.M.F. Snelder, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.

De Commissie heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Snelder. De Commissie heeft zich - met bericht van verhindering - niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontvangt sinds 1 september 2004 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand naar de norm voor gehuwden.

1.2. Op 12 november 2007 is appellant werkzaamheden gaan verrichten in het kader van een traject bij het re-integratiebedrijf Fourstar. Op 26 februari 2008 heeft Fourstar gemeld dat appellant zonder bericht van verhindering niet op het werk is verschenen. Op diezelfde datum heeft een verzuimmedewerker een huisbezoek afgelegd. Bij dat bezoek heeft appellant verklaard dat hem verlof is verleend en dat hij dit verlof van te voren heeft aangevraagd bij een medewerker van Fourstar waarvan hij op dat moment de naam niet wist.

1.3. Bij besluit van 28 februari 2008 heeft de Commissie de bijstand van appellant over de maand maart 2008 verlaagd met 20%. Hieraan heeft de Commissie ten grondslag gelegd dat uit navraag bij twee medewerkers van Fourstar is gebleken dat appellant geen verlof heeft aangevraagd, waardoor appellant op 26 februari 2008 ongeoorloofd afwezig was.

1.4. Bij besluit van 14 juli 2008 heeft de Commissie het bezwaar tegen het besluit van

28 februari 2008 ongegrond verklaard. Hieraan heeft de Commissie ten grondslag gelegd dat appellant niet wordt gevolgd in zijn stelling dat hij verlof heeft aangevraagd voor

26 februari 2008 bij een medewerker met de n[E.]] Volgens de Commissie is weliswaar - gedurende drie weken - een begeleider met de naam [E.] werkzaam geweest bij Fourstar, maar heeft ook zij desgevraagd - telefonisch - meegedeeld dat appellant bij haar geen verlof heeft aangevraagd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 14 juli 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan het verweten gedrag.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Blijkens de gedingstukken heeft appellant van meet af aan gemotiveerd gesteld dat hij verlof heeft aangevraagd voor 26 februari 2008. Appellant heeft in bezwaar uiteengezet dat bij Fourstar verlofaanvragen vooraf schriftelijk moeten worden ingediend op een speciaal daarvoor bestemd formulier en dat die aanvragen niet altijd - tijdig - worden geregistreerd. Appellant heeft tevens aangevoerd dat hij niet over een kopie van de aanvraag voor verlof op 26 februari 2008 beschikt, maar sedertdien wel kopieën heeft bewaard. In bezwaar heeft appellant een afschrift overgelegd van een op 27 maart 2008 gedateerde verlofaanvraag voor 5 maart 2008 met de vermelding van de supervisor dat deze aanvraag na een herinnering alsnog is opgenomen in de agenda.

4.2. Gelet op het gemotiveerde standpunt van appellant dat hij verlof heeft aangevraagd en nu hij aannemelijk heeft gemaakt dat bij de verwerking van dergelijke aanvragen fouten worden gemaakt, is de Raad van oordeel dat het onderzoek naar aanleiding van de verzuimmelding door Fourstar niet met de nodige zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden en dat de maatregel niet kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Aan de besluitvorming is uitsluitend ten grondslag gelegd dat medewerkers van Fourstar desgevraagd hebben meegedeeld dat appellant geen verlof heeft aangevraagd voor 26 februari 2008. Onder de gedingstukken bevinden zich geen op schrift gestelde en ondertekende verklaringen van de twee medewerkers van Fourstar, die voorafgaand aan het besluit van 28 februari 2008 zouden zijn geraadpleegd. Voorts is - blijkens het verslag van de hoorzitting in bezwaar - van het onder 1.4 vermelde telefoongesprek met [E.], de medewerker van Fourstar waarbij appellant stelt verlof te hebben aangevraagd, niets schriftelijk vastgelegd.

4.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het besluit van 14 juli 2008 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigen. De Raad ziet aanleiding om gebruik te maken van de hem ingevolge artikel 8:72, vierde lid, van de Awb toekomende bevoegdheid om zelf in de zaak te voorzien. Nu aan het primaire besluit van 28 februari 2008 hetzelfde gebrek kleeft als aan het besluit van 14 juli 2008 en dit gebrek mede gelet op het tijdsverloop niet kan worden hersteld, zal de Raad het besluit van 28 februari 2008 herroepen.

5. De Raad ziet aanleiding om de Commissie te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze worden begroot op € 644,-- in beroep en op € 644,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 14 juli 2008 gegrond;

Vernietigt het besluit van 14 juli 2008;

Herroept het besluit van 28 februari 2008;

Veroordeelt de Commissie in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.288,--;

Bepaalt dat de Commissie aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 151,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en R.H.M. Roelofs en J.F. Bandringa als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2011.

(get.) C. van Viegen.

(get.) R.L.G. Boot.

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?