ECLI:NL:CRVB:2012:BV0848

ECLI:NL:CRVB:2012:BV0848, Centrale Raad van Beroep, 13-01-2012, 11-1827 WSF

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-01-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11-1827 WSF
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011453

Samenvatting

Herziening recht op studiefinanciering. Twee vorderingen, wegens teveel verstrekte studiefinanciering en onterecht OV-kaartbezit, aan appellant opgelegd. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de uitschrijving als student een zaak tussen de onderwijsinstelling en de student, in dit geval appellant. De Raad moet er in dit geval dan ook van uitgaan dat appellant in de bewuste periode niet stond ingeschreven als student. Omzetting van de prestatiebeurs in een gift is niet langer mogelijk omdat appellant tengevolge van het besluit van de Minister geen recht heeft op een prestatiebeurs. Dat dit pas achteraf is vastgesteld (en appellant feitelijk in genoemde maanden wel studiefinanciering heeft ontvangen) leidt niet tot een andere conclusie.

Uitspraak

11/1827 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2011, 10/1294 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: Minister).

Datum uitspraak:13 januari 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en de Minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2011.

Appellant is verschenen bij gemachtigde, P.A. van Eerden. De Minister was vertegenwoordigd door mr. G.J.M. Naber.

II. OVERWEGINGEN

1. Per 1 januari 2010 is de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) in rechte opgevolgd door de Minister. In deze uitspraak wordt onder de Minister tevens verstaan de IB-Groep.

2. Bij besluit van 16 april 2010 heeft de Minister, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 5 februari 2010 gehandhaafd waarbij over de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2009 het recht op studiefinanciering van appellant is herzien en twee vorderingen, wegens teveel verstrekte studiefinanciering en onterecht OV-kaartbezit, aan appellant zijn opgelegd. Aan de herziening ligt het standpunt ten grondslag dat na een inschrijvingscontrole is gebleken dat appellant in bovengenoemde periode niet stond ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in artikel 2.8/2.9 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 16 april 2010 ongegrond verklaard.

4. Appellant heeft in hoger beroep gesteld dat voor de omzetting van de prestatiebeurs in een gift bepalend is of hij feitelijk studiefinanciering heeft ontvangen. Volgens hem is er een fout gemaakt door de onderwijsinstelling maar hij ziet geen mogelijkheden om een procedure te voeren tegen die instelling.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen hij in beroep naar voren heeft gebracht. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet aangevoerd. De Raad ziet geen reden anders over deze gronden te oordelen dan de rechtbank bij de aangevallen uitspraak heeft gedaan en sluit zich in grote lijnen aan bij de overwegingen van de rechtbank.

5.3.1. De Raad voegt hier het volgende aan toe.

5.3.2. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de uitschrijving als student een zaak tussen de onderwijsinstelling en de student, in dit geval appellant. De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraken van 15 april 2005 en 12 januari 2007, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJN AT4068 en LJN AZ6731. Appellant dient zich dus tot INHolland te wenden als hij het niet eens is met de uitschrijving. Naar de Raad heeft begrepen heeft hij dat ook gedaan, maar heeft dat niet tot een gewijzigd standpunt van INHolland met betrekking tot de uitschrijving geleid. De Raad moet er dan ook van uitgaan dat appellant in de bewuste periode niet stond ingeschreven als student.

5.3.3. Met betrekking tot de omzetting van de prestatiebeurs in een gift – welke voor het hoger onderwijs is geregeld is artikel 5.10 van de Wsf 2000 – overweegt de Raad dat dit niet langer mogelijk is omdat appellant tengevolge van het besluit van de Minister geen recht heeft op een prestatiebeurs. Dat dit pas achteraf is vastgesteld (en appellant feitelijk in genoemde maanden wel studiefinanciering heeft ontvangen) leidt niet tot een andere conclusie. De Raad wijst er voorts op dat omzetting pas zou kunnen plaatsvinden op 1 januari 2011, zodat die omzetting ten tijde van het besluit van 16 april 2010 ook om die reden niet mogelijk was.

5.3.4. Hetgeen appellant ter zitting naar voren heeft gebracht omtrent de ondeelbare eenheid van de Staat der Nederlanden heeft de Raad evenmin tot een andere conclusie gebracht aangezien uitsluitend ter beoordeling voorligt het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het besluit van de Minister van 16 april 2010.

5.4. Uit hetgeen is overwogen in 5.2 tot en met 5.3.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling aangezien van redelijkerwijs gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet gebleken is.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2012.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) J.R. Baas.

IvR

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?