ECLI:NL:CRVB:2012:BW9490

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9490

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 27-06-2012
Datum publicatie 05-04-2013
Zaaknummer 10-6013 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Herziening
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002170

Samenvatting

Afwijzing verzoek om herziening. Het betoog van verzoekster bevat geen feiten of omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. De informatie vervat in stukken die verzoekster heeft overlegd met betrekking tot haar gezondheidstoestand zijn evenmin als zodanig te beschouwen. Verzoeksters standpunt dat zij als leek niet geacht mag worden op de hoogte te zijn van de gecompliceerde berekeningen die in het kader van de arbeidsongeschiktheidsschatting onder toepassing van het CBBS moeten worden verricht zijn ook geen omstandigheid die onder kan leiden tot toewijzing van haar verzoek. Dat geldt ook voor haar stelling dat haar destijds geen deugdelijke rechtsbijstand is verleend, met als gevolg dat bij de behandeling van de desbetreffende zaak niet alle relevante argumenten aan de Raad ter kennis zijn gebracht.

Uitspraak

10/6013 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2010, 08/5816 en 09/6702 WAO

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 27 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft om herziening verzocht.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 16 mei 2012. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch ook om een discussie over de betrokken zaak te openen (CRvB 3 oktober 2003, LJN AN7982).

2. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, gepubliceerd onder LJN BN2488, heeft de Raad het beroep tegen een besluit van 11 december 2009 van het Uwv ongegrond verklaard. In dit besluit heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 29 mei 2007 gegrond verklaard en verzoeksters uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, per 30 juli 2007 vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het besluit van 11 december 2009 berust op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.

3. Het herzieningsverzoek strekt ten betoge dat het besluit van 11 december 2009 onjuist is. Volgens verzoekster zijn haar beperkingen voor het verrichten van arbeid onjuist vastgesteld, zijn de geduide functies medisch niet geschikt voor haar, en zijn het maatmanloon en het dagloon niet juist berekend. Verzoekster heeft haar verzoek vergezeld doen gaan door stukken van medische en arbeidskundige aard. Een aantal van die stukken merkt zij aan als bevattend nieuwe informatie die bij haar niet bekend kon zijn.

4.1. Het betoog van verzoekster bevat geen feiten of omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb. De informatie vervat in stukken die verzoekster heeft overlegd met betrekking tot haar gezondheidstoestand zijn evenmin als zodanig te beschouwen. Dit geldt ook voor de informatie liggend in de stukken afkomstig van een pensioenfonds die betrekking hebben op haar startsalaris en die welke is ontleend aan de toelichting bij het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).

4.2. Verzoeksters standpunt dat zij als leek niet geacht mag worden op de hoogte te zijn van de gecompliceerde berekeningen die in het kader van de arbeidsongeschiktheidsschatting onder toepassing van het CBBS moeten worden verricht zijn ook geen omstandigheid die onder toepassing van artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb kan leiden tot toewijzing van haar verzoek. Dat geldt ook voor haar stelling dat haar destijds geen deugdelijke rechtsbijstand is verleend, met als gevolg dat bij de behandeling van de desbetreffende zaak niet alle relevante argumenten aan de Raad ter kennis zijn gebracht.

4.3. Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 zal het verzoek worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2012.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) Z. Karekezi.

JL

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?